is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1882, no 8, 1882

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KULTUUB YAN GRASSEN VOOR ZAAD WINNING.

Nederlandsche en weten- hoogte dek hucht, zf*! schappelijke benaming. stengels, bloeitijd. lang breed ‘ centimeters. millim. m.m, 25. Trilgras, Briza media L. . , Juni 32 26. Dravik van Schrader, Cera- i tochloa australis Schr. . . . 30—60 Aug.-Oct. 20 “] 27. Zachte Dravik, Brormts mallus L. 25—75 Mei-Juni 9 (17) 34 28. Voeder Dravik, Bromus arven,iS h Juni-Jnli 7—B (13—15)

Van sommige der hier opgenoemde Grassen, (b.v. van nrs. 15, 24, 25, 27), is de voederwaarde niet zeer groot, maar zij kunnen toch in sommige gevallen, zooals nader zal worden vermeld, van dienst zijn. Om de grootte te bepalen van eenig soort van zaad, waarvan men b.v. de echtheid wil onderzoeken, kan men gebruik maken van de hierbij afgebeelde millimeterschaal (fig. 2). Door

een tiental of meer zaadjes (juister gezegd: vruchtjes) op de figuur te leggen, kan men terstond de gemiddelde lengte en breedte daarvan waarnemen.

Een enkel woord ter aanduiding van de verschillende deelen waaruit de bloem en vrucht vaneen grasplant bestaat kan hier niet gemist worden. Fig. 1, aan het begin van dit hoofdstuk geplaatst, kan ter verduidelijking dienen van de samenstelling eenei' grasbloem: zij stelt een bloeiend havertakje voor. De afzonderlijke bloem-

pjes zijn tot één- of meestal meerbloemige aartjes vereenigd, en vormen aan don top der grasstengels eene aar, zooals bij de Rogge, het Timotheegras (fig. 3 in het volgende Maandblad) of eene tros of pluim zooals bij de Haver en het Struisgras. leder aartje bezit onderaan meestal twee tegenover elkander staande blaadjes, kelk' kafjes genoemd (fig. 1: hl en h2). De bloempjes zelve bezitten ieder weder twee blaadjes of kafjes, die kroonkafjes heeten (fig. !• b en v). Het binnenste of bovenste kroonkafje (v) meestal vliezig, is door den druk, dien de stengel der plant er op uitoefent, naar beide zijden samengedrukt („gekield”, even als de kiel vaneen schip); het buitenste of onderste kroonkafje (h) is meer rond gebogen en van een haarvormig aanhangsel of naald (h) voorzien, welke naald ook bij sommige eigenlijke Grassen voorkomt. Hierop volgen de eigenlijke deelen der bloem, in fig. 1 boven rechts afzonderlijk en een weinig vergroot afgebeeld, bestaande uit twee (zeldzaam drie) schubjes, honig schubjes genoemd (fig. 1 boven rechts: p) die volgens sommigen het bloemdek van de grasbloem vertegenwoordigen. Verder drie (bij het Reukgras 2, bij de Rijst 6) meeldraden (s) en in hel midden het eenhokkige vruchtbeginsel of stamper, waarin het zaad gevormd wordt en die bovenaan drie (zeldzaam, zooals bij het Borstelgras één) vedervormige stempels (n) bezit. Zal eene bloem kiem*

116

Fig. 2.