is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1883, no 12, 1883

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOKTE MEDEDEEIIX6EH.

Niets dwazer voor een landbouwer, dan goede jonge veulens en kalveren te verknopen en de oude en in deugd verminderende dieren zelf te houden. Liever de jonge dieren aangefokt, voor zoo ver ze aanleg hebben, om goede fok-, werk- of baatgevende dieren te worden en de oude, zoodra ze gaan verminderen, opgeruimd. Van de jeugd moet men het hebben, daarin ligt de toekomst, en door deze voor zich zelven te behouden, plukt meu zelf de vruchten van zijne bemoeiingen. Van eigen gefokt vee, weet men de afkomst, de goede en kwade eigenschappen en weet men, wat men er van verwachten mag. De deugd der dieren hangt grootelijks af van de behandeling en de voeding, die zij inde jeugd ontvangen hebben. Op de markt kan men dit alles niet aan de dieren zien, en blijkt het meestal eerst na den koop. Niets zou dan ook de veredeling in eigen ras meer bevorderen, dan dat iedere landman tot regel had, slechts bij uitzondering ander, dan zelf gefokt vee te houden. (Uit den landb.-Scheurkalender voor ’B3 vau den Heer J. J. Corbijn te Noordeloos.) Bij het steeds toenemend gebruik van dorschmacbines, door stoomkracht, paarden of ook wel menschen in beweging gebracht, gebeuren niet zelden ongelukken, doordien de arbeiders met het iuleggeu der te dorschen garven belast, met'de banden tusschen den dorschlrommel en mantel geraken. Een eenvoudig middel hiertegen, dat in Duitschland reeds veelvuldig toegepast wordt, maar bij ons nog niet algemeen bekend is, bestaat daarin, dat de genoemde arbeider om den pols van de hand het eene uiteinde vaneen riem vastmaakt, die aan het andere uiteinde op een bepaalden afstand van den dorschtrommel aan het werktuig bevestigd is Daardoor blijft de hand, ook bij volkomen strekking der riem, steeds op" een afstand van 10 centimeter van de gevaarlijke plaats. Spoedig gewent de arbeider er zich aan en wordt dan niet in het minst meer in zijne vrije beweging gehinderd. (Zv>. C.) Weerkundige waarnemingen, gedaan aan de Rijkslandbouwschool te Wageningen, van 15 Oct. tot 14 Nov. 1883, *s morgens 8 nnr.

187

Opmerkingen: Eeg»n gezamel. 81.6 m.m. Van 16—26 Oct. en 6—12 Nor. dagelijks regen; in liet eerste tijdperk met herhaalde stormen en onweder. 8 Nov. 1,5 en niet 2,5 m.m. regen. (*) Barometerstand op 6 Nov. v. F,