is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 3, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN NUTTIG WERKTUIG.

de achterste openingen zijn te groot. Aan de as is een goot opgehangen en daarin een schroef gelegd, ter zijde is een hellend vlak waaraan een ijzerdraad bevestigd is; het laatste is in onze teekening niet te zien. Wordt nu de cilinder rondgedraaid dan blijft de goot stilstaan, doch de schroef wordt dooreen paar raderen in beweging gebracht. Men brengt tegenwoordig aan de trieurs nog verschillende andere inrichtingen aan, die we echter met opzet weglieten om de teekening duidelijker te maken. Vult men nu den trechter met koorn en draait bedaard aan de kruk, terwijl het graan langzaam binnentreedt, dan gebeurt het volgende; Inde holten leggen zich graankorrels die er geheel in passen of gedeeltelijk uitsteken. Bij het omdraaien glijdt de ijzerdraad over de holte en werpt de er uitstekende korrels naar beneden , de andere worden meegenomen tot ze er van zelf uitvallen. Ze vallen dan op het hellend vlak en van daar inde goot waar ze door de schroef naar achter geschoven worden. Ylak voor den ring zijn een drietal openingen; wat niet inde goot gekomen is treedt daardoor naar buiten. Even voorbij den ring is inde goot eene opening, zoodat daardoor alles naar beneden valt. Hier gebeurt nu weer hetzelfde, doch daar de holten kleiner zijn komt niet zooveel inde goot als de eerste maal. Laat ons nu veronderstellen dat we rogge hebben waarin haver en bolderik is. Wanmolens en zeven kunnen deze er niet of slechts zeer onvolkomen uit verwijderen. Inde eerste helft van den trieur wordt de haver geheel afgezonderd en rogge en bolderik komen inde tweede helft. Hier wordt de bolderik met de verschrompelde of gebrokene roggekorrels inde goot gebracht; de goede rogge blijft beneden. Een bezwaar tegen het werktuig is dat het om goed werk te leveren, langzaam moet gaan en dat op vele markten heimeerdere werk niet betaald wordt. Natuurlijk gebruikt men dan het werktuig niet. Doch ineen geval moest het altijd gebruikt worden, nl. bij het schoonmaken van zaaikoorn. Het spreekwoord is volkomen waar: Wat een jaar zaait moeten zeven jaren uitwieden. En hoevele akkers vindt men niet, waar jaar op jaar door den landman zelve het onkruid gezaaid wordt en zoo ten slotte het graan om zijn plaats moet strijden en soms de verliezende partij wordt, indien niet met groote kosten gewied wordt. Van hoeveel nut in deze gevallen de trieur is bleek mij de enkele malen, dat ik er koorn van anderen mede gereinigd heb; soms herkenden zij hun koorn niet meer. In streken, waar de landbouwbedrijven niet zeer uitgestrekt zijn, zou het zeker voordeelig zijn, indien een dergelijk werktuig door eenigen voor gemeenschappelijke rekening gekocht werd; daar men het slechts eenige dagen in het jaar noodig heeft is het gemakkelijk zóó te regelen, dat ieder het op tijd hebben kan. Zouden onze dorpsvereenigingen niet iets in deze richting kunnen doen?

34