is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acre-voet, bij bevloeiing door middel van ondiepe (3 eng. duim diepe) greppels 0.55 acre-voet en bij bevloeiing door middel van diepe (12 eng. duim diepe) greppels 0.41 acre-voet. Een acre-voet is de hoeveelheid water , noodig om een acre land één voet hoog te bevloeien. De bevloeiing door middel van greppels is dus voor Curagao de meest aanbevelenswaardige en zoude van gouvernementswege verplichtend kunnen worden gesteld. Bij uitzondering zoude voor bevloeiing van weiden op het groot grondbezit het stelsel van overstrooming van geheele oppervlakten kunnen worden toegestaan. De kleine landbouwer kan het zeer goed met de eerstgenoemde manier stellen Deze vereischt meer werk , maar hoe meerde neger wordt gedwongen tot werken , hoe beter het voor hem is. Den noodigen tijd zal hij wel vinden. Omtrent de voor verschillende kuituren benoodigde hoeveelheid water is niets bekend. De eenigste gelegenheid, welke ik vond, daaromtrent eene berekening te maken, was op Rooi Catotje. Daar werd een stukje grond, met paragras bezet, van + 20 x 35 M., bevloeid met het water uit één put, welke ook slechts daarvoor werd gebruikt. Bij dezen put staat een gemetseld bassin van 3 M. in ’t vierkant en met een diepte van 1.41 M., inhoudende dus + 12.50 M3. Dit bassin werd , naar men zeido, geregeld door den op den put staanden molen 2 a 3 keeren daags geheel gevuld , gemiddeld 21/2 maal , zoodat per etmaal eene totale watermassa werd verkregen van 30 M3, welke geheel ten goede van het genoemde stukje grond kwam. Per HA. zonde dit worden 430 M3, een verbazend groote hoeveelheid. Het is echter de vraag , of werkelijk hot bassin gemiddeld 21/2 maal per dag werd gevuld en in elk geval zal bij een zuinig beheer veel minder water noodig zijn. Ten slotte moet ik de aandacht vestigen op het voorkomen van verschillende bronnen op Curagao. Door den heer Ha velaar is hieromtrent ook reeds het een en ander gezegd. Buiten de bekende bron van Hato zijn er twee in het gebergte op de plantage Knip , welke echter minder debiet hebben dan de eerstgenoemden. Ook op de plantage St. Jan bevindt zich eene kleine zoetwaterbron. Verder bevinden zich op verschillende plaatsen constant gevulde zoetwaterbassins. Die op de plantage Puik zijn reeds door Havelaar genoemd. Ten noorden van het Schottegat en aan den voet der zuidelijke helling van het noordelijk kustplateau is mede nog een vrij groot bassin gelegen. Een ander maar veel kleiner, en waarvan ik niet zeker ben, dat het altijd gevuld is, bevindt zich op eenigen afstand ten westen van het meermalen genoemde kalkplateau op het midden van het eiland. Dit is wel eigenaardig, daar niet ver van daar, meer nabij het plateau, door het gouvernement een put werd geboord, die brak water bleek te leveren, en de bodem van het plateau moet zoo zoutrijk zijn, dat volgens mij verstrekte mededeelingen het langs den weg stroomende regenwater een eenigszins zilten smaak heeft. Het zal de moeite waard zijn te onderzoeken, in hoeverre deze bekkens dienstbaar kunnen worden gemaakt aan eene bevloeiing van het omliggend land.

533