is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1886, no 5, 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMEENSCHAPPELIJK BOTER MAKEN.

boterbereiders terecht begrepen heeft door onderlinge samenwerking (coöperatief) op kunstmatige wijze (centrifuge) een standvastige, puike, eenkleurige kwaliteit van boter te moeten maken , die niet slechts in ons land, doch ook te Londen bijzonder gewild en gezocht wordt. Voor onze boeren is het een vingerwijzing het Edammer voorbeeld te volgen en zich daar op de hoogte te gaan stellen van de rationeele en kunstmatige boterbereiding, waarvan zij, die nog jammerlijk achterlijk zijn in hun vak, thans nog geen begrip hebben. Zij zullen er o. a. het kneedbord zien gebruiken, een onmisbaar werktuig, om de melkdeelen uit de boter te verwijderen, iets wat natuurlijk met de handen, zooals onze boerinnen gewoon zijn te verrichten, op verre na zoo goed niet kan gedaan worden. Bij de afkoeling van den room, wat door middel van de centrifuges (kunstmatige roomafscheiders) geschiedt, is ijs een uitmuntend artikel. Het opstapelen van ijs is weinig kostbaar en kan even als te Edam boven den grond geschieden. Begeeft u, zoo eindigt de heer v. H., naar Edam en stelt u aan de stoomzuivelboerderij op de hoogte der zaak, die daar winstgevend en hier alles behalve loonend thans is! LANDBOUW-VOORDRACHTEN VAR G. POUQUET. (Fervolg van ilz. 61.) Voor een tiental jaren zeide de heer L. Lavergne, van Frankrijk sprekende, „dat een landbouwer, die wat vermogen bezit, liever grondeigenaar dan pachter is; maar het tegendeel is in Engeland het geval. Vroeger waren daar vele kleine grondbezitters, zij vormden eene belangrijke klasse inden staat; men noemde ze yornen om ze te onderscheiden van den landadel, die men squire noemde. Nu zijn deze kleine grondbezitters bijna geheel verdwenen, en men moet niet meenen dat dit door eene gewelddadige omwenteling is geschied. Zij zjjn uit eigen beweging verdwenen, de een na den ander, zonder dat ergens het juiste tijdstip van hun verdwijnen kan bepaald worden. Zij hebben hunne gronden vérkocht, om pachters te worden, daar zij hierin meer voordeel zagen en daar zij bijna allen geslaagd zijn, zal de meerderheid der nog overgeblevene yornen hun voorbeeld waarschijnlijk spoedig volgen.” Een andere oorzaak, die evenzeer nadeelig is voor het verbeteren van den grond, is de zucht van menigen landbouwer, om te groote boerderijen onder den ploeg te nemen, die niet in evenredigheid zijn met het kapitaal dat zij beschikbaar hebben. Zij zoeken groote boerderijen op zonder te bemerken dat zij zoodoende hunne krachten verbrokkelen, terwijl zij juist het grootste belang er bij zouden hebben om hunne krachten te concentreeren op een kleinere oppervlakte; en zoo verminderen zij ongetwijfeld hunne inkomsten. Bovendien is niet alleen het kapitaal hierbij in ’t spel. Nog een andere drangreden zou de ondernemers dikwijls moeten doen afzien van het bebouwen van groote uitgestrektheden. Inderdaad, hóe kan men toch over het hoofd zien, dat de administratie vaneen groot bedrijf veel ingewikkelder is dan die vaneen boerderij van middelmatigen omvang en dat bij de eerste veel meer verstand en kennis gevorderd worden dan bij de tweede ? En waarlijk gemis van zaakkennis is niet minder nadeelig dan gebrek aan geld. Wat hiervan ook moge zijn, zulke misslagen zal men niet meer begaan, zoodra men er van overtuigd zal zijn, dat het geld, dat

70