is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1887, no 2, 1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATUURLIJKE WEIDEN.

vóór dat er weiland van gemaakt wordt. Het gewicht van deze raadgeving valt terstond in het oog, want wij moeten alle voorzorgen nemen, dat op onze weilanden uitsluitend goede grassoorten voorkomen, niet alleen zorg dragende de schadelijke planten te verwijderen, maar ook die soorten welke het vee versmaadt. Om dit resultaat op voldoende wijze te bereiken, moet men verscheidene jaren vóór men den grond tot weiland maakt met het wieden beginnen. De bebouwingen die voorafgaan, moeten dienstbaar gemaakt worden aan het verwijderen van het onkruid. Wij zijn geheel de meening toegedaan van hen, die aanraden, om den grond waarvan men weiland wil maken, aan een bijzondere opvolging van gewassen (kultuurstelsel) te onderwerpen; waar men n.l. de planten die gewied moeten worden als beetwortelen, aardappelen, met weinig tusschenruimte op elkaar laat volgen en deze gewassen een ruime bemesting geeft. Deze handelwijze maakt, dat de grond op volkomene wijze bewerkt, de mest er mede vermengd, tevens het onkruid met zorg verwijderd kan worden. Door deze handelwijze te volgen kan men op het welslagen van de verandering in weiland rekenen en ook op den duur er van. Als men meent dat zij onuitvoerbaar is, zou het in veel gevallen goed kunnen zijn het land óen jaar te laten braak liggen om er dan alle bewerkingen op te kunnen doen die tot wel gelukken van het toekomstige weiland noodig zijn. Ongelukkig worden deze voorzorgen zelden genomen en dan moet men er zich niet over verwonderen indien de pas aangelegde weilanden niet die gunstige resultaten opleveren die men verwachtte. Wat hiervan ook zij, als men oordeelt dat de grond geschikt is voor zijne bestemming, dan gaat men tot de bezaaiing over, dat bij ons gewoonlijk in het voorjaar plaats vindt ineen te veld staand graangewas, ofschoon men dikwijls met voordeel het zaad op een nog onbezaaiden grond kan uitstrooien. In elk geval moet men zich zorgvuldig wachten om dein sommige streken gebruikelijke hoogst nadeelige wijze na te volgen om n.l. den grond langzamerhand van zelve met gras te laten begroeien, onder het voorwendsel, dat de grond een groote neiging tot begroeien met grassen bezit. Men kan deze handelwijze op niet te stelligen toon laken, want zoo laat men aan het toeval de samenstelling van het voedsel over, dat het weiland later zal opleveren. Het zeer verspreide gebruik om voor uitzaaiing zaad te nemen uit hooibergen is ook niet aanbevelenswaardig. Dit gebruik geeft in meer dan één opzicht onvolledige uitkomsten. Want is het niet klaarblijkelijk, dat men daardoor voor het uitzaaien zaad gebruikt van gezonde planten tezamen met dat van soorten die geen waarde hebben of die zelfs nadeelig zijn? Is al het gebruikte zaad rijp geworden ? zullen er niet vele korrels, onder zijn die hun Kernkracht verloren hebben, of door ouderdom of door andere oorzaken? En al neemt men nu aan dat al het opgezamelde zaad de vereischte levensvatbaarheid, kiemkracht heeft, is het dan ook niet te verwachten, dat het vooral afkomstig zal zijn van de vroegrijpe soorten die, zooals bekend is, niet altijd de beste eigenschappen voor veevoeder hebben?

26