is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1888, no 1, 1888

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAANDBLAD

VOOR DEN NEDERLANDSCHEN LANDBOUWER, ONDER REDACTIE VAN F. J. VAN PESCH, R. W. BOER en H. BOSKER. (Adres der Redactie aan eerstgenoemde te Wageningen.) Adverientiën aan den Uitgever W. E. J. Tjebnk Willink te Zwolle. 1888. N°, 1. AAN ONZE LEZERS op nieuw veel „heil en zegen” met den aanvang vaneen nieuwen jaarkring toegewenscht! Moge het jaar 1888 de goede verwachtingen of stille wenschen van allen, die het goed met onzen Yaderlandsohen Landbouw meenen, vervullen of ten minste de vervulling er van weder meer nabij doen komen! Nog steeds blijft de toestand voor menig landbouwer zorgwekkend. De toenemende hypotheekschuld, op landerijen en gebouwen drukkend (zie ’t Landbouwverslag) (1), levert daarvoor een maar al te sprekend en treurig bewijs. Maar toch is er van lieverlede reeds veel gedaan of wordt voorbereid waarvan wij gunstige gevolgen mogen en ook kunnen verwachten. De goede wil en werkzaamheid in het belang van den Landbouw, van de Regeering van Staat, Gewest en Gemeente, van Besturen van groote en kleine Maatschappijen of Yereenigingen van Landbouw, van de Staats Landb.- Commissie en het Landb.-Comité, van de Landbouwleeraren voor toekomstige of voor reéds gevestigde Landbouwei’S, van de Landbouwpers niet te vergeten! maar ook van zoo menig particulier, ambtenaar of ambteloos burger, zij treden telkens duidelijk aan het licht. Er komt meer organisatie van en meer overleg bij den arbeid, meer vereeniging van krachten, meer toewijding aan algemeene belangen, ook op sociaal gebied. De overtuiging wordt levendiger, dat de bezitters van stoffelijken en geestelijken rijkdom nog meer dan tot nog toe, ter tegemoetkoming van hen die in beide opzichten veel moeten missen, kunnen en moeten doen, al weet men nog niet recht hoe dit op de beste wijze tot uitvoering te brengen. Kortom er is vooruitgang; ’t moet met dankbaarheid erkend worden, al zal er nog ontzaglijk veel inspanning en overleg toe noodig zijn om een bevredigenden toestand in het leven te roepen. Als echter ieder in zijn eigen- en voor zooveel hij vermag ook in het belang van het algemeen in wijderen kring zijn best doet, (1) Vergelijk blz, 131 van den vorigen jaargang van dit Maandblad. Maandblad. 1