is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1888, no 5, 1888

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET CONSERVEEREN YAN DEN STALMEST.

Er zijn sommige onderwerpen ook op landbouwgebied, die verre van nieuw, integendeel onophoudelijk besproken of beschreven worden, toch altijd hoogst belangrijk blijven. Hiertoe behoort ook het boven opgenoemde. leder praktisch landbouwer weet bij eigen ondervinding, dat door niet zorgvuldige behandeling van den stalmest, deze veel in waarde verliest. Toch gaan er nog jaarlijks voor duizende guldens ten gevolge van soms zelfs zeer slordige bewaring verloren. De volgende beschouwingen, ontleend aan een opstel inde „Wiener Landw. Zeitung”, verdienen dan ook, al is het voor vele lezers slechts ter herinnering aan bekende zaken, onze aandacht. Het voornaamste doel van den landbouwer bij de bereiding en bewaring van den mest zoowel op do mestvaalt als inden stal moet bestaan in het tegengaan van verliezen van kostbare plantenvoedingsstoffen in opgelosten toestand of als gassen. Tegen het verlies van de opgeloste stoffen kan men, zooals men weet, voldoende zorg dragen door de vloeren en muren van stallen en gierputten met cement te bepleisteren, door doelmatig aangelegde mestvaalten, alsmede door voldoende hoeveelheid strooisel ter opneming van de vaste en vloeibare uitwerpselen. Om echter den mest bij het van lieverlede ontleden der plantaardige en dierlijke stoffen voor het verlies aan veel geldswaarde vertegenwoordigende vluchtige produkten (stikstof, ammoniak) te beschutten, moet de landbouwer kunstmatige conserveeringsmiddelen aanwenden. Zooals men weet vormen zich bij het vergaan van organische stoffen daaruit ammoniak en salpeterzuur. Hoe gunstiger de voorwaarden voor de vorming van het laatste zijn aanwezigheid van sterke basis, warmte en vrije toetreding van zuurstof uit de dampkringslucht des te grooter is de hoeveelheid salpeterzuur die ontstaat; in het tegenovergestelde geval echter wordt er des te meer ammoniak en vrije (niet gebonden) stikstof en andere vluchtige ontledingsprodukten gevormd. Zorgt men er voor den mest vochtig te houden door dien met gier te begieten en goed vast ineen te treden, alsmede voor eene minder spoedige ontleding door gips het tot nog toe meest gebruikte oonserveeringsmiddel tusschen de lagen te strooien, dan zal men wel het verlies aan ammoniak sterk doen verminderen, maarde vorming en het ontwijken van vrije stikstof voorkomt men daardoor niet. De onderzoekingen van Prof. E. Heiden te Pommritz en, inden laatsten tijd van Dr. Dietzel te Augsburg aangaande het vermijden van stikstofverliezen uit den stalmest door conserveering daarvan hebben aangetoond, dat de tegenwoordig gebezigde middelen, als Gips, Kaïniet, Chloormagnesium, zelfs Zwavelzuur en Superphosphaatgips tegen de vorming van vrije stikstof onvoldoende zijn en dat deze vorming slechts door het gebruik van superphosphaten met hoog phosphorzuurgehalte verhinderd wordt. De lichte oplosbaarheid en de hierdoor ontstaande verdeeling en verspreiding van het superphosphaat door den mest, de krachtige chemische omzetting van het opgeloste calciumphosphaat met de gevormde sal-

70