is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1889, no 5, 1889

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LÜPINENKULTUUR IS ZEELAND.

„ Sinds 15 jaar is de Lupine hier bekend of ingevoerd geworden; onbewust van ’t voordeel wat zjj voor onzen bodem kon zijn, gaf zij in ’t eerst vooruitzicht op veevoeder, doch al spoedig tot de overtuiging gekomen dat de voederwaarde gering was, kwamen we later tot de werkelijkheid om ze als groene bemesting te bezigen, met gewenschte uitkomst, evenwel nog voortgaande om droge lupinen als bijvoeder te gebruiken en het is nu reeds een uitgemaakte zaak, dat de Lupine meer grond productief heeft gemaakt en alzoo onmisbaar is geworden voor onzen zandgrond. „Onze uitkomsten van rogge enz. wijken in geen geval van de aangegevene af, de behandeling daarentegen meer. Eveneens op uitgeput bouwland, na vooraf schoongemaakt te zijn (gebraakt) worden de lupinen omstreeks einde Juni of begin Juli uitgezaaid, dit kost wet iet wat meer zaaizaad, maar bij ondervinding werken jonge en jeugdige lupinen krachtiger dan afgebloeide of inde peul geschoten. Ze groeien inde meeste gevallen zeer welig, zonder de minste bijvoeging van stal- of kunstmest en ’t zaaizaad eigens, of tegen eene waarde in rekening van de helft van de hooggestelde inkoopsprijs die uit het buitenland gevergd wordt. Hieruit zal UEd. wel kunnen opmaken dat de voordeelen niet onbelangrijk zijn. Al is ’t waar dat men hier twee jaar voor noodig heeft, de grond komt hierdoor om beurt inde braak, iets wat op zandgrond toch niet overtollig is. „’t Gebeurt evenwel nog, dat vroeg uitgezaaide lupinen in Juli met goed gevolg kunnen ondergeploegd worden, waarop beste koerapen kunnen groeien, en inde vroegste en schoonste stoppellanden worden eveneens lupinen uitgezaaid (somtijds) met ’t beste gevolg. Een mooie herfst is hiervoor noodig, dit valt natuurlijk wel eens tegen, maar toch herhalen wij ’t ieder jaar, aangezien de risico daarvoor niet groot is, wijl er altijd voldoende onverkoopbaar zaaizaad aanwezig is. „Dat ’t winnen van zaad niet gemakkelijk gaat, valt niet te ontkennen, tenminste zelden zonder belangrijk verlies van teloor gaan op ’t land door zonnige dagen. „Het komt anders naar mijne bescheidene meening voor, dat hier, even als in Duitschland, volkomen deugdzame lupinen kunnen gewonnen worden. Met uitzondering van den oogst 1888 hebben we nog ieder jaar deugdzame lupinen opgedaan, die een gewicht vertegenwoordigen van 80 kilo per Hectoliter. „En aan ’t slot van ’t verslag staat, onder proefnemingen van den Heer D. Engelen en anderen, als zoude eene groene bemesting met lupinen bij eene bemesting met stalmest achterstaan, ingeval de lupinen niet krachtig werden gesteund door kunstmest. „Juist de omgekeerde werking hebben wij daarvan ondervonden. Dat hier in onze zandstreek een groene bemesting met lupinen boven stalmest staat (zonder kunstmest) is zoo klaar en duidelijk als een paal boven water.” Tot zoover de Zeeuwsche landbouwer. Moge deze mededeeling uit de praktijk het vertrouwen bevestigen, dat onze raadgeving onder vele omstandigheden aanbeveling verdient en menigeen, zoowel op diluviale als op aluviale zandgronden, opwekken, de methode te beproeven en zjjn voordeel daarmede te doen.

66