is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 3, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KÜLTÜURPKOEYEN MET SÜI KK ÜBIET E X.

Hieruit volgt, dat voor bieten van 12 pCt. f 10, voor die van 13 pCt. ƒ 11, voor die van 12 pCt. ƒ 12.25, voor die van 15 pCt. ƒ 13.75, voor die van 16 pCt. f 15.50 en voor die van 17 pCt. / 17.50 enz. betaald zal worden. Bij de gewone wijze van contracteeren wordt ƒ 11 de 1000 Kg. betaald (zie Landb.-C. n°. 5) (1). Het is te hopen dat een groot aantal landbouwers van de aangeboden gelegenheid gebruik gemaakt zullen hebben. Bezwaren en moeilijkheden zullen zich bij het koopen en verkoopen op gehalte vooreerst nog wel ruimschoots voordoen, maar die kunnen ongetwijfeld met een blijvenden goeden wil van weerskanten ook wel uit den weg geruimd worden. Het begin is gemaakt. Wij willen van de aandacht onzer lezers niet te veel vergen, hoeveel er anders over de hier behandelde kwestie nog te zeggen zoude zijn en sluiten daarom hier onze opstellen over de suikerbietenkwestie. De litteratuur over dit onderwerp is bovendien in den laatsten tijd zeer toegenomen, allerlei tijdschriften en dagbladen hebben er hunne kolommen voor geopend. Onder de belangrijkste noemen wij hier nog het opstel van den heer Vitus Bruinsma in het Tijdschrift „de Natuur”, n°. 1 van dit jaar, waarin vooral wetenswaardige statistieke opgaven voorkomen en het laatste niet het minste dat van den heer Dr. O. Pitsch in het Zondagsblad van het JV. v.d. I) van 5 Januari. De heer P. deelt o. a. een voorbeeld uit eigen ervaring mede, dezen zomer op oen boerderij in Duitschland opgedaan. De pachter van deze boerderij was aandeelhouder van twee suikerfabrieken. Beide waren zoo wat even groot en zij hadden elk iets meer dan 7 ton gouds gekost. Nu ontving de aandeelhouder van ieder aandeel per 1000 Kg. bieten, na aftrek van alle onkosten van de eene fabriek f 10.20 en van de andere f 15.36. Dit verschil was niet het gevolg van verschillende kwaliteit der bieten, maar van het slechte beheer van de eene fabriek, tengevolge waarvan de eene direkteur dan ook ontslagen werd. Geen wonder zegt de heer P. dat wanneer, zooals in Brabant tot voor korten tijd, een groot aantal fabrikanten overeenkomen een vaste som voor 1000 Kg. bieten te betalen en allen willen nog een behoorlijke winst maken, ook inde slechtst ingerichte fabriek, die soms zeer laag moet gesteld worden. Gelukkig zijn zoo lezen wij o. a. in het genoemde opstel de belangen van den fabriekant en teelder niet met elkander in strijd. Is b. v. voor eene productie van 37.53 Kg. suiker (een voorbeeld aan de praktijk ontleend) eene hoeveelheid bieten noodig van 32 000 Kg. bij een suikergehalte van 14.78 pCt. of van 40 000 Kg. bij 12.54 pCt. gehalte of van minstens 45 000 Kg. bij 11 pCt. suiker, dan zouden deze 32 000, 40 000 en 45 000 Kg. bieten voor den fabriekant gelijke waarde bezitten en is het dus voor den landbouwer voordeeliger de kleinste hoeveelheid, d.i. 32 000 Kg. (met 14.78 pCt) te ver(l) Volgens een inde Land,b.- Cour. n°. 8 overgeuomen berichtje, werden door de fabrikanten van Kozendaal, Oudenbosch en Gastel hall' li’ebr. nog menige overeenkomst zoowel op gehalte als op wicht aangegaan. Op wicht betalen de fabrikanten f 12 en op gehalte f 10 tot f 17 met f 70 voorschot.

42