is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 3, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEMESTING YAN VRUCHTBOOMEN

ook deze zoo spoedig mogelijk, maar vooral niet tegelijk met de hoendermest, daar er dan ammoniak zou verloren gaan. ’t Best zou zijnde twee of drie genoemde hulpmeststolfen zonder de hoendermest zoo spoedig mogelijk, minstens vóór half Maart uitte strooien en onder te spitten om de kippenmest eerst einde Maart op het land te brengen en alleen onder te harken. Of anders: kippenmest, chloorkalium en, in plaats van Thomasphosphaat ongeveer 300 Kg. superphosphaat (van 18 pCt.) alles tegelijk einde Maart onderspitten. Voor de meeste groenten erwten en worteltjes uitgezonderd kan de hoendermest overigens uitstekend dienst doen. Inde landbouwbladen vindt gij een, vanwege het proefstation der rijkslandbouwschool te Wageningen in Februari opgemaakte lijst van meststof handelaren en onder controle van de vier rijksproefstations verkochte kunstmeststoffen, waaronder ook de bovengenoemde.” Wellicht dat deze of gene der lezers van de Pr. Ov. en Zw. Ct. de lust bij zich voelt opkomen, om de boven beschreven bemesting ook eens bij zijne boomen toe te passen. Men kan het zonder gevaar van verlies op allerlei soort van grond doen, en zal er in den regel groot voordeel bij vinden. Inde plaats van de hoendermest kan men ook chilisalpeter, de halve hoeveelheid als boven van de andere is opgegeven, gebruiken, en dan liefst in twee partijen, de eene helft in Maart en de andere in April of Mei. w. * » * HOE LANG MOETEN DRAGENDE KOEIEN DROOG STAAN? Dragende koeien mogen in geen geval tot aan het volgende kalven gemolken worden, ook wanneer zij anders voortdurend melk zouden geven. Waar dit, dwaas genoeg, toch geschiedt, wordt de koe verzwakt, omdat het nog ongeboren kalf zeer veel voedingsstoffen aan het lichaam der moeder onttrekt. Buitendien is aan het onafgebroken melken nog het niet geringe nadeel verbonden, dat de werkzaamheid van den uier nimmer weder zoo krachtig wordt, wanneer men dien, vóór de geboorte van het kalf, niet de vereischte rust verleent en de koe dientengevolge inde volgende lactatieperiode aanmerkelijk minder melk zal geven dan anders het geval zou zijn geweest. Dit laatstgenoemde nadeel kan men ook niet door zeer krachtige voedering inde laatste weken voor de geboorte van het kalf ontkomen. Men zou op die wijze onherstelbare fouten begaan, b.v. het gevaar inde hand werken voor het krijgen der kalfkoorts en ook van andere ziekten van moeder en jong. Ongeveer 6 a 8 weken vóór de geboorte van het kalf, moet de melkafscheiding tot stilstand gebracht worden. De natuur geeft dit zelve reeds door het van lieverlede verminderen van het melkgeven aan, terwijl zij tevens in normale toestanden, de werkzaamheid van den uier om melk af te scheiden, doet ophouden. Slechte melkkoeien zijn het, waarvan reeds 4 tot 5 maanden voor het einde der dracht de melkafscheiding ophoudt. Wanneer tegenovergesteld,

44