is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 11, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAÏS EN BEENDERMEEL ALS VOEDSEL VOOR MESTVARKENS.

Groep I kreeg: maïsmeel, beendermeel, zout en regenwater. D II o „ harde houtasch, zout en regenwater. „ 111 „ „ zout en regenwater. Het beendermeel werd in kleine giften telkens bij het rantsoen gedaan. De harde houtasch werd ineen vat gedaan en, tegen den regen beschut, op de loopplaats gezet. Het zout werd in kleine porties bij het voedsel gevoegd. Het maïsmeel werd met water gegeven; de door elke groep verbruikte hoeveelheid water werd nauwkeurig gecontroleerd. Het draagvermogen der beenderen werd dooreen speciaal daarvoor ingerichte (breek-)machine onderzocht. Yoor het onderzoek dienden de lendenwervels. Het verschil tusschen de beenderen van de alleen met maïsmeel , zout en regenwater gevoede varkens en die der andere dieren was zeer groot. De beenderen der varkens van groep 111 waren buigbaar en werden door het drukkende gewicht sterk gebogen, voordat zij braken. De beenderen der twee andere groepen waren vast en niet buigbaar. De asch der beenderen van de verschillende groepen werd bepaald, door ze ineen oven bij hooge temperatuur te verbranden. De resultaten van het dagelijks verstrekken vaneen geringe gift beendermeel of houtasch waren volgens deze proefnemingen de volgende; Yan het beendermeel of de houtasch werd een derde verteerd; de varkens dronken tweederden water meer; zij ontvingen bijna een vierde maïsmeel meer dan de overige varkens. Om een gewichtsvermeerdering van 100 pond te bewerken -was echter 50 pond maïsmeel minder noodig. De beenderen waren dubbel zoo sterk als bij de varkens van de derde groep. Een sterkere ontwikkeling der spieren kon door nauwkeurige vergelijking der geslachte varkens bij de met beendermeel of asch gevoederde niet worden geconstateerd, De beenderen waren sterker geworden, zonder dat het roode vleesch aanmerkelijk was toegenomen. Gemelde onderzoekingen zijn onzes inziens hoogst interessant en bieden verschillende punten aan, waarop ook de Nederlandsche varkenshouder voor zijn voordeel dient te letten. A., 6-9-’9O. . de JONG. DE BETEEKENIS YAN ORGANISCHE ZUREN IN VOEDINGSMIDDELEN. Hieromtrent deelt Weiske inde „Landwirthschaftliehe Thierzucht n°. 10” het resultaat mede van de proeven, die hij met Flechsig heeft genomen en die uitvoerig zijn beschreven in het „Journal für Landwirthschaft.” Bd. XXXVII, pag. 199. In verschillende voedingsmiddelen, b.v. spoeling, zuur voedsel enz. komen organische zuren in vrijen of gebonden toestand (als zouten) dikwijls in vrij groote hoeveelheden voor, zoodat onze huisdieren daarvan dikwijls belangrijke quantiteiten opnemen. Ook bij het in den laatsten tijd veelvuldig bereide persvoeder vormen zich ge-

173