is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1891, no 1, 1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STALMEST OF KUNSTMEST.

antwoord op deze vraag bevestigend moeten luiden, ’t Is eenvoudig onmogelijk om met stalmest alléén van den grond de meest mogelijke winst te trekken. Ook bij overvloedige stalmestbemesting die bovendien veel te duur zou te staan komen krijgt men de hoogst mogelijke opbrengst niet, want, terwijl men dan o. a. van de dure stikstof veel te veel inden grond brengt, die ónmogelijk rendeeren kan en die dan het gewas te geil zou maken (het doen legeren) blijft er toch nog inden regel een te kort aan de andere bestanddeelen De meest praktische oplossing is zeer zeker: de stalmest, die men toch noodzakelijk maken moet, zoo voordeelig mogelijk te gebruiken en wat dan nog ontbreekt om den grond het meest te doen opbrengen, aan te vullen door het gebruik maken van kunstmest en groenbemesting, benevens het toepassen van eene oordeelkundige opvolging der gewassen (Duitsch-Hollandsch: „vruchtopvolging”). Na deze uitweiding, waarmede wij eigenlijk den gedachtengang in de verhandeling van Maercker vooruitgeloopen zijn, keeren wij naar deze laatste terug. Hoewel de organische stof inde lichtere grondsoorten niet evenals inde zwaardere noodzakelijk is, om ze poreus en voor bewerking geschikt te houden, is zij toch van groot nut, o. a. ter bewaring van het noodige vocht inden grond. In dit opzicht moet de organische stof onverschillig natuurlijk van welke afkomst inden zandgrond nog onmisbaarder geacht worden dan inden kleigrond. De kuituur der Gele Lupine, Wondklaver (Anthyllis vulneraria), Zandwikke, Serradella, Lathyrus enz. is een uitmuntend middel gebleken om het gehalte aan organische stof en aan organische stikstof inden grond te vermeerderen. Op zandgrond brengen deze gewassen gemakkelijk eene hoeveelheid van 2400 tot 5000 kg. droge (watervrij gedachte) stof van de Ha. op, waarbij waarschijnlijk nog'/3 van deze massa komt aan wortelresten die inden grond achterblijven. Op vruchtbaarder grondsoorten kan de opbrengst nog aanmerkelijk grooter zijn. Daar de stalmest ongeveer 20 pCt. organische stof bevat, worden met een gewone en om de 3 tot 4 jaren wederkeerende bemesting , van 30 000 kg. stalmest, ongeveer 1500 tot 2000 kg. organische stof op de hectare en per jaar inden akker gebracht. Zonder moeite kan men deze hoeveelheid verkrijgen bij doelmatig ingericht tusschen-verbouw van de genoemde gewassen. Op zwaardere en tot dichtslibben geneigde gronden heeft men ook een uitmuntend hulpmiddel in het gebruik van pas gebluschte kalk. In het boven reeds genoemde voorbeeld van Benkendorf, waar de leemachtige grond na een 30 jaren voortgezet, uitsluitend gebruik van hulpmest moeilijk meer bewerkt kon worden, kreeg men verwonderlijk gunstige uitkomsten door 6000 kg. bijtende kalk op de Ha. te brengen, wat vooral bleek bij vergelijking vaneen gedeelte van het land waarop geen kalk kwam. Hoe men verder ook op zwaren grond het stelsel van Schulz te Lupitz , het verbouwen van sommige gewassen voor groenbemesting en doelmatige opvolging der gewassen toepassen kan, is door den reeds vroeger door ons genoemden Duitschen landbouwer Fritz Arndt bewezen.

4