is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1891, no 9, 1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET RIETACHTIG ZWENKGBAS.

„zaden” heeten, bij gene 7—B m.m. lang en met een duidelijk zichtbaar stekeltje soms zelfs kort naaldje aan de punt voorzien, verder is de zwartbruine zaadkorrel zelf 4 m.m. lang en iets slanker dan die van de Beemdlangbloem, waarvan de schijnvrucht slechts 5—6 m.m. lang, tevens zachter en met een nauwelijks te herkennen stekeltje voorzien is; de korrel is B’/s m.m. lang en iets dikker. Het Rietachtig Zwenkgras groeit het weligst op een vochtigen klei- of leemgrond en is beter tegen overvloedig vocht bestand dan de Beemdlangbloem , die bovendien de voorkeur geeft aan een humusrijken leem- of kleigrond. Bevloeiing verdragen beide zeer goed. Het R. Z. bezit echter het voordeel, dat het nog op vochtigen zandgrond, taaien kleigrond en ook op veenachtigen grond goed voort wil. Het gras ontwikkelt zich vroeg in het voorjaar, terstond na de Vossestaart en zou zelfs droogte (dorheid) verdragen kunnen, ook op hoogten als in vlakten en zelfs waar het land gedurig overstroomd wordt, goed voort willen. De opbrengst is wel is waar volgens de wel wat oude proeven van Sinclair aanmerkelijk hooger dan die van het Beemdlangbloem. Sinclair oogstte per Ha. op bemesten leemgrond 57 427 kgr. gras en 20 000 kgr. hooi; op taaien kleigrond 53 598 kgr. gras en tijdens het rijp zijn der zaden 57 427 kgr. gras en 20 099 kgr. hooi. Van de Beemdlangbloem verkreeg hij op vetten alluviaalbodera slechts 13 612 kgr. gras en 6 465 kgr. hooi. Yianne oogstte van Beemdlangbloem op leemgrond in het 2e jaar in 2 sneden 32 432 kgr. gras. Tot voor korten tijd was het zaad van het Rietachtig Zwenkgras zelden inden handel verkrijgbaar; het werd van in het wild groeiende planten langs den Rijn in Duitschland verzameld en was dikwerf met zaad van Beemdlangbloem vermengd. Des te verblijdender is het, dat thans van verschillende kanten groote hoeveelheden echte waar tegen billijken prijs aangeboden wordt, b.v. door Werner & C°. en door Wissinger, beide te Berlijn; Metz & O. te Steglitz en inden handel van landbouw- en boschbouwzaden van Heinrich Keiler Sohn te Darmstadt. Het zaad der laatstgenoemde firma komt uit Nieuw-Zeeland, waar het Gras zuiver geteeld wordt; genoemde firma heeft bijna al den daar geproduceerden voorraad in haar bezit. Volgens de onderzoekingen van Dr. Stebler, Directeur van het Zaden-contrólestation te Zurich, bezit deze waar eene zuiverheid van 94 pCt.; de rest bestaat, op enkele zaden van Kropaar, die ook groote waarde bezitten, na, uit looze vruchtjes, kafjes, enz. Dr. Stebler noemt het zaad groot, zwaar en schoon. De kiemkracht bedraagt 92 pCt., dus de gebruikswaarde 86,5 pCt. Dus een zeer goede kwaliteit, daar het zaad van Beemdlangbloem slechts 82, zelden tot aan 85 pCt. zuiverheid en ongeveer 72 pCt. kiemkracht bezit. (Volgens de gedrukte circulaire bedraagt de zuiverheid van F. arundinacea slechts 85.4 pCt., de kiemkracht 92 pCt. Deze cijfers hebben betrekking op het slechts eenmaal gezuiverde zaad, waarin nog veel moederkoren voorkomt. Men neme dus slechts de allerbeste kwaliteit.) Dr. Wittmack geeft hierbij aan de landbouwers den raad om van de sehoone gelegenheid tot het nemen van proeven met deze veel

138