is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 2, 1933-1934, no 7, 02-11-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den naam „stedelijke en industrieel© beroepen en bedrijven”. Nu zijn, naar het mij voorkomt, twee feiten moeilijk te ontkennen. Inde eerste plaats, dat deze hooge beiooning voor een belangrijk deel een gevolg is van de actie der vakvereenigingen. En inde tweed© plaats, dat de daardoor hooggehouden kosten van het lever de aanpassing van de landbouwloonen aan de gedaalde prijzen der landbouwproducten onmogelijk maken, wil de landarbeider niet ir een onhoudbare positie komen. Met het oog op een en ander meen ik hei recht te hebben te constateeren, dat bet rap port in hooge mate steun geeft aan mijn opvatting inzake de uitbuiting der landbouwende bevolking door de andere bevolkingsgroepen roet behulp van de loonactie. Met verbazing heb ik dan ook kennis genomen van de artikelen van den heer Matthijsen. En ik zal we niet de eenige zijn, met wien zulks het geval is Sm.

Vervolg Officieele Mededeelingen, pagandafonds sterk worden! Vervolgens wordt het gevolgde Regeerings systeem nogmaals uitvoerig besproken. Daar bij wordt naar voren gebracht, dat de veronderstelling, in onzen kring onmiddellijk ge uit bij het invoeren der graanrechten, dat dt haverprijs niets zou worden, bewaarheid i< geworden, In het systeem dat de Boerenbonden voor staan, zou ook de haver een behoorlijken prijs hebben opgebracht, evenals ieder ander gewas dat hoofdzakelijk voor veevoeder wordt ge bruikt. De veehouders zouden hun duurdere voel inden vorm vaneen duurder eindproduct heb ben terug ontvangen, terwijl daardoor hun ei gen verbouwd veevoeder waarde had gekre gen, hetgeen nu niet is geschied. Door den gevolgden maatregel zal de haves niet meer worden verbouwd, hetgeen ook aar de vruchtwisseling afbreuk zal doen, Voora ten aanzien van den tarwebouw is dit het geva Verder werd opgemerkt, dat in, de laatst» jaren steeds was gepropageerd zooveel mo gelijk eigen eiwitvoer te verbouwen. De natio nale productie dus inde hand werken. Bij het gevolgde systeem zal men geheel et al van dit plan afwijken. Men zal uitsluitend in ieder geval zooveel mogelijk datgene ver bouwen wat eenigszins rendabel is en dat zijr la we, gerst en rogge. De vergadering is nog steeds eenparig var oordeel, dat het systeem dat door de Boeren bonden wordt voorgestaan, beter had voldaat en nog za! voldoen dan het thans gevolgde Re goe irgssystesm. Toen men de graanrechter invoerde was men op den goeden weg, omda de vrijhandel, het stokpaardje van, weleer overboord was gezet. Men is den weg echtei niet ver genoeg opgegaan, zeer ten nadeel» van veehouder en akkerbouwer beide. Wil men dien weg thans nog niet verdei bewandelen, dan zal, naar het oordeel der vergadering, het billijk zijn, dat ook aan der verbouwer van haver een toeslag word gegeven, In dien zin zal een adres gericht wor den aan den Min. van Economische Zaken. Te vens zal daarin gewezen worden op den lager roggeprijs. De contigenteering van veekoekei werd besproken en veroordeeld. Het is in he belang van den veeboer5 dat de eiwitrijk» koeksoorten hoog in prijs zijn, mits deze priji terug komt inden vorm vaneen duurder eind product. Bij contigenteering zal de boer we een duurder voedermiddiel moeten betalen, zon der dat zijn eindproduct er door wordt ver hoogd. Eveneens zal bij het systeem der Boeren bonden het invoerrecht op granen, enz., ge bruikt worden om de eindproducten der veevarkens- en kippenhouderij te steunen, terwij dit geld thans wordt benut om den akkerbou wer toeslag te geven. Bij de hoogere invoer rechten, volgens ons systeem, was deze geei toeslag noodig. Wij hebben hierboven in het kort nog een; aangegeven wat onze organisatie ten aanziej van de prijzenpolitiek der landbouwproduotei wil. We schrijven dit, om misverstand op ti helderen. Valsche voorstellingen en verkeer» begrijpen, zijn soms oorzaak, dat zij, die sterk» medestanders moesten zijn, zich als tegen standers openbaren. Besloten werd verder nog om op 29 Nov een hoofdbestuursvergadering van den Natio nalen Bond te houden. Terwijl voorts verschillende punten huishou delijk werden besproken. JAC. TER HAAR. Drentsche Boerenbond. Vergadering Dagelijksch Bestuur. Voor enkele dagen werd te Assen bovenge noemde vergadering gehouden, waarin verschillende ingekomen stukken werden besproken Uit verschillende brieven bleek, dat men der roggeprijs van tegenwoordig te laag vond, waarbij het Dag. Bestuur zich aansloot. Degenen, die de rogge moeten verkoopen en bij de eerste steunregeling pi.m. f 8 konden bedingen, ontvangen thans niet meer dan f6.75 a f7. Naar het oordeel van vele afdeelingen moes de roggeprijs op eenzelfde hoogte komen als de tarweprijs. ■* Het Dag. Bestuur onderstreepte deze meerling zoolang het nog niet mogelijk blijkt dat de belooning in andere bedrijven, evenals de prijzen der landbouwproducten tot op vooroorlogsch peil wordt gestabiliseerd. Een en ander werd overgedragen aan voorz. en secr om dit ter sprake te brengen inde vergadering van het bestuur van den Nat. Bond. , D® ag*nda voor <*e vergadering van hel hoofdbestuur, welke bepaald werd op 2 Dec werd voorloopig opgemaakt. Aan de afdeelingen zal worden gevraagd, ot men bijzondere voorkeur heeft voor te oehande.en onderwerpen op de algemeene vergadering, welke vermoedelijk in het laatst van uec. zal worden gehouden. Kringvergadering te Vries. nrHR Kringbestuur van 2 van den w. ü. B. besloot lot het houden eener alge-

meene kringvergadering te Vries, zoo mogelijl op 16 November a.s. des nam. te half twei in café Van Wijk. Eender Kamerleden, lid van den Boerenbond zal worden uitgenoodigd, evenals de heer Di Lange. Over de verschillende crisismaatregelei zullen vragen kunnen worden gesteld. Dooii middel van aanplakbiljetten zal een en andei nog nader bekend worden gemaakt. Men houd< echter reeds genoemde middag vrij voor dezi vergadering. Vrijdag 20 Oct. en Zaterdag 28 Oct. zijn di cursussen in Economie te Meppel en Assei wederom aangevangen. In beide plaatsen wa de opkomst zeer goed. Uit verslagen inde Provinciale pers blijk! dat voor het volgende jaar aan de provincie Drenthe 88000 biggenmerken meer werden toe gewezen, dan gedurende de vorige periode Deze maatregel juichen wij van harte toe omdat o.i. zeer duidelijk is gebleken, dat d fokkerij in Drenthe veel grooter was, dan mei bij de toewijzing voor de eerste beide periode: heeft gemeend. Wat de oorzaak daarvan oo geweest mag zijn, een feit is, dat de klein, varkensfokkers in Drenthe zich zeer terech benadeeld konden gevoelen. Het is te hoper dat door deze regeling, deze menschen ii een betere positie zullen komen. De Secr, Friesche Agrarische Bond Het is ons den laatsten tijd verschillende kec ren gebleken, dat vele onzer leden niet altij voldoende aandacht schenken aan den mhou, van ons blad en verschillende lezenswaardig artikelen ongelezen ter zijde leggen. In drukk perioden, wanneer de werkzaamheden op he bedrijf bijna allen tijd in beslag nemen, ka: zulks nog eenigszins worden goedgepraat, hot wel er ook dan bij eenigen goeden wil nog wt eens een verloren kwartiertje overschiet. In d weidebedrijven is de grootste drukte nu echte weer voorbij, terwijl inden akkerbouw he werk snel vordert. Wij willen daarom than van de gelegenheid gebruik maken, er bij onz leden op aan te dringen, niet alleen het hoofd artikel van den heer Smid, maar zooveel mc gelijk alles wat het orgaan biedt, in zich op t nemen. Het Hoofdbestuur van den Nationale Bond is er in samenwerking met de provincial besturen voortdurend op uit, het standpur der Boerenbonden ten aanzien van allerle onderdeelen van het werkprogram, zoo duide lijk en volledig mogelijk kenbaar te maken e te belichten. Laat elk lid zich hiervan toci voortdurend op de hoogte stellen en warmee hij het er niet mee eens is, daarvan mededee ling doen. Het resultaat van onze beweging is in d eerste plaats afhankelijk van het aantal platte landsbewoners, dat zich bij ons aansluit, doe daarnaast is het zeer gewenscht, dat ieder li volkomen op de hoogte is van den inhou< van ons program en dit, waar noodig, wee te verdedigen tegenover anderen, die tot dus ver nog niet tot medewerking konden besluitei Er valt in Friesland nog heel wat misverstan en verkeerd inzicht inzake het beginsel e: werkprogram der Boerenbonden uit den we. te ruimen. Wij noemen hier slechts de invoer rechten op veevoer, het pacht- en hypotheek vraagstuk en het bestaansrecht van de Boeren bonden naast de Landbouwmaatschappijen. Wat het laatste punt betreft, is het misschie wel goed er nog eens nadrukkelijk de aan dacht op te vestigen, dat wij het bestaan de Fr. Mij. van Landbouw geenszins willen onder mijnen, doch integendeel gaarne elke mogelijl heid benutten om tot de grootst mogelijke sa menwerking te komen. De Agrarische Bond wenscht niet meert zijn dan een aanvulling op politiek en econo misch gebied. Dat deze aanvulling zeer va noode is, zal ieder lezer van „Landbouw ei Maatschappij” moeten erkennen, wanneer hij d inhoud van ons blad vergelijkt met het Friese! Landbouwblad. Wij meenen verder onze bedoeling niet bete te kunnen belichten, dan door hier weer t geven het antwoord, dat de helaas zoo vroeg tijdig overleden secretaris van de Fr. Mij. va Landbouw, de heer V.d. Meer, op een desbe treffende vraag heeft gegeven. Na te hebbe betoogd, dat het lidmaatschap van den Ag) Bond z.i. niet in strijdwas met dat der Fr. Mi van Landbouw, vervolgde de heer v.d. Meer „Immers, het gaat hier om twee instel lingen, die op verschillend terrein werker al trachten beide organisaties het belan; van den boer te dienen. De Fr. Mij. va Landbouw verzorgt de technische belanger doch laat aan de leden over om ieder i eigen politieke partij zijn persoonlijken in vloed aan te wenden, opdat naast die va, hoogere orde, ook de sociale en mate rieele belangen van den boer zoo goe mogelijk op staatkundig terrein worde: behartigd, De Agrarische Bond is voorloc pig meer fe beschouwen als ee: organisatie van Agrarische staatsburgers die de sociale en materieele be langen van de plattelandsbevolking bij d verschillende politieke partijen meer op de voorgrond willen brengen. Bovendien wi genoemde Bond de landbouwende bevol king meer voorlichting geven op staatkun dig terrein. Het verschil tusschen de Fi Mij. van Landbouw en den Agr. Bon# is o.i. voldoende in het oog springend on te doen zien, dat het hier eerder een aan vullende dan een concurreerende organi satie geldt.” Wij kunnen ons bij deze opmerkingen gehee aansluiten en hopen, dat onze leden er nog maals goede nota van zullen nemen en verde het Bestuur voortdurend terzijde zullen staa» om allerlei misverstand inzake het doel onze beweging te weerleggen. Het Pacht- en Hypotheekvraagstuk In verband met de binnenkort te houdei ledenvergadering, waarop o.m. het standpun van den Agr. Bond ten opzichte van bovenge noemde vraagstukken nader zal worden bespro ken en vastgesteld, verzoeken wijde afdee lingsbesturen op de ledenvergaderingen hun ner afdeeling vooral ook aandacht te schenkel aan het pachtrapport van den Drentschen Boe renbond, alsmede aan het hypotheekvraagstuk Het pachtrapport is gepubliceerd In het num nier van Landbouw en Maatschappij van \ September en zal verder op aanvraag gaarn< worden toegezonden. Leden en gedelegeerden in wier omgeviiM nog niet een afdeeling is gevestigd, worder

eveneens verzocht bovengenoemde punten nader onder oogen te zien en hun wenschen in dezen aan het Bestuur mede te deelen. Ter bevordering vaneen vruchtbare bespreking op onze algemeene vergadering, zullen wij gaarne vóór 20 Nov., zoo mogelijk schriftelijk, met het oordeel der afdeelingen en andere belangstellende leden in kennis worden gesteld. Be secretaris, Stiens. G. MIEDEMA. In ’t vervolg De beweging der Boerenbonden, onder welken naam ze burgerrecht heeft verkregen, voordat het nationale geheel gevormd werd, is haar werkzaamheden aangevangen met voortdurend en op kernachtige krachtige wijze de | nocden van den landbouw aan het Nederlandsche volk en de Regeering kenbaar te maken. Daartoe werd een schema ontwikkeld en ; uitgedragen, waardoor de landbouw in het licht van het algemeen landsbelang in beterende | hand kan komen. Inden loop van den afgeloopen zomer is in Den Haag eindelijk deze weg ingeslagen. De ontwikkeling van het samenstel der maatregelen heeft men zich anders gedacht, maar dit is ten slotte bijzaak; in hoofdzaak heeft men stap voor stap onze doelstellingen achtereenvolgens getracht te benaderen. ’ Als stabilisatievlak werd de tijd van voor den oorlog genomen en dat sluit in, dat wanneer dit bereikt zal zijn, slechts de bedrijven met een schuldenlast, die daarbij past, weer een loonend bestaand hebben verworven. ‘ We weten echter, dat een veel grooter deel ‘ op een veel grooteren schuldenlast zit en wel ; door twee oorzaken: 10. een schuldenlast, die aangegaan is inden 1 tijd van hooge landprijzen; 20. daardoor een groot aantal losse schulden door de geleden verliezen inde crisisjaren. Naast het loonend maken naar 1910—1913, ; moet iets gebeuren voor de hypotheekboeren, ’ wil niet toch nog een flink deel van den boe! renstand ten onder gaan. Ziehier een aambeeld, waarop thans meer dan ooit moet worden gehamerd. De reactie ! tegen de maatregelen, waardoor „het leven i duurder werd gemaakt”, komt thans inde min■ der bevriende kringen in alle toonaarden tot ■ uiting. Inden regel kan deze critiek samenge-1 vat worden inde stelling, dat nu de inkomsten dalen, waarachtig de kosten van levensonder-1 houd duurder worden gemaakt. Wij antwoorden: Om evenwicht te krijgen tusschen het loon inde onbeschutte en beschutte bedrijven moeten de prijzen der landbouwproducten naar omhoog en de andere 1 loon- en prijsverhoudingen naar omlaag. Dit evenwicht vermindert de werkloosheid. 1 Men kan de welvaart vaneen volk tegenwoordig afmeten naar gelang het aantal werkloozen ; geringer is. Velen baseeren zich bij hun „koop• krachttheorie” op wat de werklooze voor zijn uitkeering kan kpopen, volkomen ten on■ rechte. Komt in het overgangstijdperk de werklooze in het gedrang en dan denken we over“ heerschend aan den werkloozen landarbeider en i ' andere werknemers uit onbeschutte bedrijven, | dan moet daaraan r Ircmoetgekomen worden. Een politieke partij, die daarvoor ijvert, beantwoordt aan het sociale deel van haar taak. Men zal daarbij op den vollen steun van onzen Nationalen Bond kunnen rekenen. ’ Dat de huismoeders tegensputteren, is de schuld van de vorige Regeering. Men is verwend: had de Regeering bij de daling der pro■ ductenprijzen beneden het niveau waarop men ze thans weer wil brengen, halt geroepen, dan had,men op billijkheidsgronden daar weinig tegen aangevoerd. Een voorbeeld: Voor de crisis kost het varken per pond ongeveer 35 5 cent. Had men bij 25 cent halt geroepen, dan had niemand iets gezegd, maar men liet ze : dalen op 8 cent en toen ze weer op 15 cent kwamen, schreeuwde ieder moord en brand. ■ Dit is in ’t vervolg onze taak: Steeds weer . opkomen tegen de waanvoorstellingen, die van , soms zeer gezaghebbende zijde op ontstellende i wijze ons volk worden ingelepeld. We signa, leeren voor vandaag slechts Prof. Polak te i Rotterdam, die nog maar steeds onderscheid , wil maken tusschen „rijke” en „arme” boeren, indachtig aan de leus: „verdeel en heersch!” Alsof niet het bedrijf als basis moet dienen, alsof niet de rijke boer, voor zoover dat soort nog in stand is gebleven, direct plaats zou ; maken voor een armen pachter, die direct of 1 indirect als strooman zou optreden. Prof. Polak en zijn medestanders, ’ willen aan den steun aan den land-1 bouw het karakter geven vaneen armbedeeling en het is met groote | felheid, dat we ons tegen dat „professorale” standpunt te weer stel-1 1e n. i Ook onze taak bestaat uit: „Bouwen en i Bewaren”. Tot dusver bouwden we bijna uitsluitend. Thans hebben we naast het voort, bouwen, onze energie te wijden aan het be: waren van datgene, wat bereikt is. leder verslappen onzerzijds blaast de kapers op de kust den wind inde zeilen en opnieuw zullen we onder den voet geloopen worden, tot scha. de van mede- en tegenstander. Doordrongen vandeze noodzaak zijn we zonder onderscheid. Laten we ronduit de conclusies trekken uit deze grimmige noodzaak; niet alleen de moreele steun van ieder lid op de eigen plaats in onze rijen hebben we daartoe noodig, maar voor alles den financieelen steun van allen zonder onderscheid. Om richting aan dit alles te geven, stelt het Bestuur een Algemeen Propagandafonds in, waaruit b.v. onze onvolprezen wegbereider De Lange zijn onkosten zal kunnen putten, noodzakelijk voor zijn zegenrijk en succesvol werk. Natuurlijk noemden we hier slechts één van de velen, die recht hebben op óns aller erkentelijkheid. Laat de volle steun der leden het con. tingent der pioniers steeds stalen en doen uitbreiden. Laat een ieder onzer op zijn jaarlijk, sche bedrijfsonkostenrekening een post uittrekken voor steun aan de beweging, die zonder anderen tekort te doen een flink aandeel heeft inde verbetering van onzen toestand. Laat een ieder dien post bovenaan plaatsen, opdat deze tot zijn recht kome. Alles als gevolg var de onwrikbare overtuiging, dat voor verleden heden en toekomst dat geld uitstekend besteed zal zijn en als een klinkende erkentelijkheid voor den onvermoeiden paladijn onzer belangen, den heer Smid. B, MEIHUIZEN.

Algemeene Vergadering Kon. Ned. Landbouw-Comité. Op 20 en 21 October werd in Den Haag in de vergaderzaal van de Eerste Kamer, onder leiding van den heer J. L. Nijsingh, de Algemeene Vergadering van het Kon. Ned. Landbouw Comité gehouden. De voorzitter opende de vergadering met een uitvoerige rede, waarin hij er zijn voldoening over uitsprak, dat met de nieuwe Regeering ook een nieuw tijdperk inzake den steun aan den landbouw is begonnen. Ofschoon de uitkomsten nog moeilijk zijn vast te stellen en het nog zeer te betwijfelen valt of voor alle categorieën van landbouwers het bedrijf voldoende loonend zal worden, meent de spreker toch, dat de genomen maatregelen het vertrouwen van onze boerenbevolking inde Redering ten zeerste hebben versterkt. Met klem kwam de voorzitter voorts op tegen de actie, die men inde kringen der industrieele werkgevers tegen den steun aan den landbouw schijnt te willen voeren. Hij critiseerde in dezen vooral de uitlatingen van den voorzitter van het Verbond van Nederlandsche Werkgevers en van den secretaris van de Vereeniging van R.K. Werkgevers. Na deze openingsrede hield Mr. H. W. J. Mulder, administrateur bij het provinciaal bestuur van Zuid-Holland en lid der rijkscommissie van advies voor de gemeentefinanciën, een inleiding over de korting op de uitkee- I ringen uit het gemeentefonds en het platteland. Het is ons niet mogelijk den inhoud van deze gedocumenteerde rede in het hort samen te vatten, Alleen willen wiji er op wijzen, dat zoowel de rede als de daarop gevolgde gedachtenwisseling duidelijk deden uitkomen hoezeer, ondanks de nuttige uitwerking van de wet van 1929, het platteland op het gebied der gemeentefinanciën bij de steden achterstaat. In zooverre paste de voordracht geheel bij deden volgenden morgen gehouden inleidingen van de heeren N. H. Blink te Leeuwarden, Ir. T. P. Huisman te ’s-Gravenhage en Ir. J. S. Keijser te Zwolle over „De toestand van de melkveehouderij, van het akkerbouwbedrijf en van het gemengde zapdbedrijf aan de band van de cijfers der centrale landbouwboek- j houdbureaux”. Alle drie inleiders kwamen aan de hand van de resultaten der boekhoudbureaux tot vrijwel een eensluidende conclusie, n.l. dat de resultaten van het bedrijf inde laatste jaren allertreurigst waren. De heer Blink stelt aan het slot van zijn inleiding over den toestand van de melkveehouderij de vraag, hoe het, gezien deze bedrijfsuitkomsten nog mogelijk is geweest, dat de boerenstand zich heeft staande gehouden en zooveel mogelijk aan zijn verplichtingen heeft voldaan. En het antwoord op deze vraag Irooet z.i. zijn, dat dit is geschied ten koste van iet verlies vaneen zeer groot deel van zijn vermogen, omstreeks %. De heer Huisman, die het akkerbouwbedrijf lehandelde, betoogde voor Zuid-Holland, dat, selfs als men een landswaarde aanneemt van ! 1700 per H.A., wat veel te hoog is, toch log 30 pet. der landbouwers meer schulden lan bezittingen hebben. Zijn betoog samenvatend meent hij dan ook te mogen eoncludeeren, lat zonder flinke prijsstijging saneering van len toestand onmogelijk is en dat van de litgaven inde eerste plaats voor verlaging n aanmerking behooren te komen, de vrijwel :onstant gebleven of zelfs toegenomen uitgaaf ion rente en vaste lasten, als grond- en polderasten en tarieven voor overheidsbedrijven. Ge. ieurt in deze beide richtingen niet voldoende, an zal ondanks alle vertoogen en uit pure oodzaak, vooral bij de eigen boeren, geen ndere uitweg mogelijk zijn, dan het verder ezuinigen ook op den grootsten uitgaafpost, et arbeidsloon. Wat het gemengde bedrijf op zandgrond etreft, komt Ir. Keijser tot de conclusie, dat ooreengenomen de cijfers duidelijk aantooen, dat het resultaat van het gemengde zandedrijf over het jaar 1932—1933 ondanks de etroffen steunmaatregelen geheel onbevrediend is. Wanneer d© zandboer een pacht moet pbrengen van f4O per H.A. en 4 pet. rekent oor rente van het bedrijfskapitaal, dan komt ij f 10.74 per H.A. te kort. De nood van het andbedrijf wordt echter in belangrijke mate ecamoufleerd doordien de arbeid van den oer en zijn gezin laag wordt gewaardeerd. Inien de zandboer na betaling van pacht en ;nte zou uitrekenen, welk loon hij had kunnen stalen voor den arbeid, in zijn bedrijf verricht, an zou dit loon hebben bedragen f0.54 per ag, waarbij dan geen cent voor den onderïmer was. Het wil ons voorkomen, dat deze inleidingen et deden eersten dag gehouden rede van ;n voorzitter en de inleiding van Mr. Mulder, :n mooi geheel vormden, om den nood van ;t platteland nog eens duidelijk te demonreeren voor hen, die meenen, dat er voor den ndbouw reeds te veel wordt gedaan. Wij sluin ons met den voorzitter dan ook gaarne in bij den aan het slot uitgesproken wensch inden heer H. D. Louwes, dat alles wordt daan wat mogelijk is, om de door de heeren ink, Hulsman en Keijser gegeven schetsen ider de oogen van het groote publiek te engen. Het publiek zal dan duidelijk zijn, t het de redelijkste zaak der wereld is, als landbouw voor-oorlogsche prijzen vraagt. Regeeringsmaatregelen gevraagd! De invoer van ponnies en paarden beneden 5 cM. schofthoogte bedroeg inde eerste 9 landen van 1933 niet minder dan 6212 stuks. Verder ongeveer 1200 slachtpaarden en 860 arden met een grooter schofthoogte dan 5 cM. Voeg daarbij, dat 4300 ton versch idrleesch is ingevoerd en nog 1940 ton beoren rundvleesch, alles in diezelfde tijd van ■ehts 9 maanden, dan zou een buitenstaander aruit zeker de conclusie trekken, dat wij in derland een groot vleesehtekort hebben. Doch tegelijkertijd moet de regeering met nstmatige middelen overgaan tot inkrimping n den veestapel en moet het vleesch van derlandsch vee in blik worden ingemaakt. ,Daar zit hoogere politiek achter”, zou Joris jgen. Maar dat die politiek onze boeren „te og” gaat, zal ieder begrijipen. Sn daarom vragen wij onverwijld regeeringsatregeien. – OPMERKER.

Sluit U aanl De Boerenbond marcheert! De veldtocht is begonnen tegen de achteruitzetting van het bevolking werkzame en sober levende d® ,n°oi] te Prilzen heer mid, heeft het plande campagne opgemaakt en met hoog geheven hoofd trachten de duizende volgelingen ’t doel van den veldtocht te verwezenlijken. „Een loon, evenredig aan ’t stedelijke loonpeil, mets meer, doch ook niets minder, ziedaar t eerste doel van den aanval. De eerste zege is reeds bevochten. De verschillende regeeringsmaatregelen helpen in zooverre, dat de boer niet dieper inden put zakt. Nog is ons doel niet bereikt. Nog zullen we moeten vechten voor een redelijk bestaan zullen we moeten strijden, om het reeds veroverde te verdedigen tegen de ons nog viiandige elementen. ' Daarvoor is hulp noodig, hulp van die duizenden, die nog niet toetraden tot onzen Bond. Prof. Diepenhorst zegt in Onze Landbouw; „Wie zich opmaakt om de huidige landbouw.* crisis in haar verwoestende werking te betengelen, dient niet een specifiek boerenbeiang, maar heeft zich de bevordering vaneen nationaal belang van de allereerste orde tot taak gesteld.” Waarom dan van verre gebleven? Is het niet onze plicht te zorgen voor gezin en vaderland? Waarom toch gekeken naar de verschillen die er bestaan in onze levensopvattingen? Waarom niet in ’t oog gevat den band, die ons binden moet, n.l. ’t streven naar een bestaansmogelijkheid, waarop wij recht hebben? Waar onze strijd gevoerd wordt niet met gifgassen van laster en smaad, niet met gra. naten van schimp en hoon, doch met het eerlijke wapen van overreding, daar kan niet alleen ieder, van welke geloofsovertuiging ook, met ons meedoen, doch is het zijn plicht. Op schooi zongen wij; Wij leven vrij, wij leven blij, Wij dienen eenen God. Wat ook ’t verschil in dienen zij, De wet laat alle godsdienst vrij. Vereend als broeders juichen wij Gezegend zij ons lot. Zullen de eerste en de beide laatste regels van dit couplet bewaarheid worden, dan is daarvoor slechts één middel, n.l. zich scharen achter ’t vaandel, door onzen leider geheven. Dan pas zal het mogelijk zijnde stedelijke bevolking en de regeering te overtuigen van ons goed recht. Niet uit onwil, doch vaak uit onkunde toch werd een toestand bestendigd, die ’t platteland radeloos eni ’t vaderland reddeloos maakt. Nog een andere reden is er, die het zich! aaneensïuiten van alle plattelanders dringend! noodzakelijk maakt. In onze maatschappij ontwikkelen zich nieuwe ideeën, die wanneer ze verwezenlijkt of slechts gedeeltelijk verwezenlijkt zullen worden, een geheele omkeer zullen brengen in ’t parlementaire stelsel. Laat er dan zijn een eensgezinde boerenstand, die de plaats kan innemen, die hem toekomt en zich niet behoeft tevreden te stellen met de kruimels, die er van ’s Heeren tafel vallen. Laat het worden een vrijwillig aaneensluiten, zoodat later geen dwang noodig zal behoeven te zijn. leder lid zij een propagandist. leder lid verbreide onze ideeën en trachte nieuwe leden te winnen, om te komen tot ons ideaal; een vrije boer op een vrij bedrijf. We besluiten met den wensch geuit door Jef Last; O, lok hen met U inden strijd! lets anders zij hun hart gewijd Dan slechts het daagsche zorgen! Als gij hun schreden zoo geleidt, Brengt ook den boer de nieuwe tijd „Een schitteranden morgen”. W. O. De toestand van den landbouw in Canada. Een abonné in Canada (Ontario) schrijft ons; De landbouwtoestand is hier al even ellendig als in Holland, ’t eenige verschil js, dat hier niets gedaan wordt voor de farmers, en nu beginnen de niet-landbouwartikelen weer op te loopen in prijs, dank zij Roosevelt, zoodat het steeds minder wordt voor ons farmers. Mijn bedrijf is veefokker en melkverkoop. Ontario is niet te vergelijken met de prairieprovinciën, maar wat natuur, klimaat en dichtheid van bevolking aangaat meer met N.- Engeland en Schotland, zoodat zoo’n bedrijf technisch hier heel goed gaat. Mijn veestapel van 40 a 50 stuks is geheel keurstamboek, t.b.c.-vrij, Bangbacil-vrij, gemidd. vetgeh. 3.85 pet., alles eigen fok. Hoewel ik dus voor melk en vee de hoogste prijzen krijg, is er nog een belangrijk verlies, ofschoon ik slechts met 1 knecht werk. Hoe de buren leven, die voor alles nog lagere prijzen krijgen? Alleen door zich alles te ontzeggen, en door de kunst om zich economisch te isoleeren; niets te koopen, alles zelf te doen, niets te verbeteren, zoo min mogelijk te onderhouden, geen man aan het werk te houden, zoolang mogelijk roofbouw te plegen. Geen wonder dat de industrie geen werk heelt, evenals de transportbedrijven enz. De stelselmatige extensiveering van hun bedrijven, waartoe alle landbouwers (68 pot. der bevolking) ter wereld werden en worden gedwongen door het niet-landbouwgedeelte der bevolking, schijnt mij toe de hoofdoorzaak der heele depressie te zijn. Dezer dagen, ineen mijner farmersoursussen, verdedigde ik de volgende stellingen: dat de z.g. strijd tusschen kapitaal en arbeid in het geheel niet de beteekenis heeft, die de economisten van heden daaraan toekennen; dat het z.g. kapitalisme niets anders is dan; „greed, selfishness and callousness”, (hebzucht, egoïsme en onverschilligheid voor het welzijn van anderen), met welken geest ook de arbeidersorganisaties zijn droortrokken; dat ondernemers en arbeiders slechts sehijn-vijanden zijn (hoe hooger loon, hoe hooger winst). Doch dat de natuurlijke afscheiding in 2 groepen op het oogenblik is landbouw tegenover niet-landbouw. Dat de strijd die door de Boerenbonden! internationaal gevochten moet worden, er een is van argumentatie en voorlichting der publieke opinie. Gij begrijpt, dat ik u benijd, waar uw bond zoo flink en krachtig is uitgegroeid. Hier zijn wij, wat dat aangaat, erg achterlijk. Uw blad ■wordt van a tot z met genoegen gelezen.