is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 38, 25-04-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 April 1935. 3e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 38. Tweede Blad.

INGEZONDEN MEDEDEELING. WESI'ERWOLDE en Omgeving!!!! D. KLEIN Yiagtwedder Menbelhuis Uw adres voor Complete Meubileering TEL. 43. „Het Grondbezit” vergadert. Inkrimping van de margarineindustrie noodzakelijk. Op 13 April vergaderde te Utrecht de vereeniging „Het Grondbezit” onder voorzitterschap van den heer H. Th. ’s Jacob te Elspeet Inde middagvergadering werden enkele inleidingen gehouden. O.m. behandelde de secretaris der vereenigimg de vraag of het redelijk is, dat de grondeigenaar-verpachter nog pacht ontvangt, zoolang het landbouwbedrijf wordt gesteund. We leizen daarover het volgende in de Telegraaf: Men heeft het voorgesteld alsof de grondeigenaar-verpachter een uitzonderingspositie inneemt, doordat hij nog eenige rente verkrijgt, die door het gesteunde landbouwbedrijf wordt opgebracht. Maar spr. vindt, dat de vraag past waarom hier dit bedrijf speciaal wordt genoemd, terwijl toch ook de industrie wordt gesteund door contingenteeringen, verhoogde invoerrechten, enz. Werd de pacht als correctief weggenomen, dan zou ©en chaotische toestand ontstaan, zou de ©igengeërfde onbezwaarde boer er door de te betalen lasten veel slechter aan toe zifn dan de pachter, terwijl de pachters van goede gronden sterk zouden worden bevoordeeld boven die van slechte gronden. Reeds thans zijn verschillends gronden onverhuurbaar of brengen geen pacht meer op. De betere gronden behouden echter nog steeds pachtwaarde. Door steunverlaging kan men nimmer bereiken dat over de heele linie de steun alleen aan de werkgelegenheid ten goede komt en niet althans aan een deel der grondeigenaren, Wel bereikt men dat bepaalde gronden braak komen te liggen, waaraan men thans ongeveer toe is, hetgeen inhoudt dat die gronden het karakter van cultuurgrond spoedig geheel gaan verliezen. . Den eigenaar van gronden van elke inkomst te berooven, terwijl hij wel grondbelasting, waterschapslasten en andere vaste lasten moei betalen, die nu vaak reeds de ontvangen pacht dicht naderen of zelfs overtreffen, ware in hooge mate onbillijk. Een zeer groot aantal kleine spaarders, weeshuizen, diaconieën, pensioen trekkers zijn voor hun inkomsten geheel op pachtbetaling aangewezen, evenals een groot aantal oud-tenidlbouwers. Na deze inleiding bracht de heer B. H. v. d. Goot uit Harich enkele zeer belangrijke punten naar voren, waarvan we in do groot© pers geen verslag vonden en daarom in ons blad een vrij uitvoerig resumé geven. Spr. wees daarbij op het groote gevaar dat gaat dreigen, n.I. dat de opbrengst van den bodemin Nederland, nauwelijks voldoende zal zijn, om behalve de lasten, die bestreden moeifcen worden, nog een behoorlijk bestaan nan de bodemgebruikers te verzekeren. Het valt niet te ontkennen, aldus spr., dat het allesbehalve gemakkelijk is, de economische belangen van het bodembezit te bevorderen, temeer nu nien het van den kant van de grootstedelijke machten, zooals de voormannen van industrie, handel en scheepvaart INGEZONDEN MEDEDEELING. Aparte collectie Damesstoffen Willen U gaarne onze soorten toonen. Bericht U ons even ? Fa. I. JAKOBS Hzn. – Emmen GRATIS KNIPPEN. Uit Huis en Hof verdreven Een greep uit liet boerenleven dezer dagen, (Alle rechten voorbehouden) DOOR J. H. HOLM. XXXVIII „Hoe is ’t? Nog gezond hè!”, zei Sloters, Zijn schoondochter Mina de hand toestekende. Mina bevestigde de vraag van haar schoonvader en noodde dezen naar binnen. Harm was inde woonkamer met haar vader en Reinders zou ook wel terstond komen, vertelde ze. Ze ging Sloters voor naar de woonkamer en liet hem binnen. Daar zaten Harm en zijn schoonvader al op Sloters te wachten. Op de tafel stond alles voor een bezoek gereed en de koffiepot pruttelde boven het komfoortje. Mina met de kleine aan de hand, bood Sloters een gemakkelijke stoel en schonk hem terstond koffie in. Sloters, die de reis „inde beenen” voelde, was blij te kunnen zitten. Het gesprek begon over het mooie weer, waarna spoedig het gewas, dat er buitengewoon gunstig voorstand, ter tafel kwam. ’t Was hier inde veenkoloniën bijzonder best, ja, haast al te mooi. „Kerel” ,zei Sloters tot Veld, Harm’s schoonvader, „wat zijn die streekdorpen toch royale plaatsen. Alles ziet er zoo grootsch en florissant uit, als je nergens anders te zien krijgt.” Veld bewaarde even het stilzwijgen en zei toen met nadruk: „’t Is allemaal geen goud, wat er blinkt, Sloters.” Sloters kreeg een schok door zijn lichaam. „Verdraaid, hoe kon ik dat ook zeggen?” dlacht hij. „Waarvoor zijn wij hier ook bij elkaar?” „Dat weet ik wel Veld, maar lijkt het hier ijfsn niet heel wat royaler dan op hef zand? De lui waren hier toch kapitaalkrachtig, anders konden ze zulke groote gebouwen er niet neerzetten. Dan die lange plaatsen, alles in één stuk, 10, 15, 20 bunder groot en meer zelfs.

we denken hier aan de uitlatingen van de voorzitters der Kamers van Koophandel te Rotterdam en Amsterdam het wil laten voorkomen, dat het algemeen of wel het nationaal belang, slechts gebaat is bij de industrie, handel en scheepvaart. Hoewel ineen land als het onze deze takken in het belang van de volkswelvaart van groote beteekenis moeten warden geacht, gaat het niet aan deze als primair te proelameeren boven onze bodemcultuur. Deze laatste tak is en zal blijven het primaire belang, omdat het is het fundament der gansche samenleving, niet alleen dus voor de plattelandsbevolking, maar ook voor de stedelijke. Dat ten aanzien van deze zienswijze een | groote tegenstand moet worden overwonnen, staat onomstootelijk vast. Was deze tegenstand enkel een gevolg van onkunde, welnu, dan zou het gemakkelijk gaan deze te breken, maar nu deze komt uit de kringen van groothandel en grootindustrie, is de taak des te moeilijken Temeer is deze moeilijlker, omdat de belangen van de groot-industriëelen zoozeer gesteund worden door de groote pers. Het is de groote pers, die in ons land de belangen van de industrie onder invloed van het grootkapitaal in groote mate bepleit en voorstaat, ik mag wel zeggen zeer ten nadeele en achteruitstelling van Landbouw en veeteelt. Tegen dit groote onrecht moet gestreden w orden. Het is mijn volle overtuiging dat door de margarine-industrie, annex het memggebod, de kaakslag wordt toegebracht aan onze bodemoultuur. Spr. wees er op, dat zoolang men de margarineprcductie niet geweldig gaat inkrimpen en het menggebod opheft, alle maatregelen lapmiddelep zullen blijken te zijn. Voorts acht spr. het noodig, dat overgegaan wordt tot het heffen van invoerrechten op granen, vetten, veevoeders en andere agrarische producten, alsmede alle andere artikelen, welke met deze agrarische producten in concurrentie zullen treden, teneinde zoodoende te bewerken, dat de exploitatie van den bodem, door dit invoerrecht op zich -zelf loonend wordt en de opbrengst wordt besteed om de aanpassing van de bedrijven, bij de gewijzigde omstandigheden, mogelijk te maken. Is dit een onmogelijke eisch? vraagt spr. Gesteld dat om ons Nederland een dichte schutting werd geslagen en wij ons zelf moesten redden, hoe zou het er dan voor komen te staan? Ondanks al onze energie, al ons vernuft en al onze wetenschappelijke kennis, zouden wij met onze 8 millioen zielen aan den honger worden pTijsjgegeven. Nu zou ik willen vragen, aldus spr., gaat het nu wel aan, gezien deze omstandigheid, dat 4 millioen zielen , minstens de helft dus van onze bevolking, die direct bij de bodemcultuur zijn betrokken, een lijdend bestaan moeten voeren en zelfs met ondergang worden bedreigd? Spr. zou zich kunnen voorstellen dat er nog enkelen zijn, die principiëele bezwaren zouden kunnen hebben tegen het heffen van invoerrechten, omdat ze ziöh steeds als voorstanders van het vrijhandelstelsei hebben gevoeld. In dit verband wenscht spr. er op te wijzen, dat een 30-tal jaren geleden, de toenmalige miniistsr-I president Dr. Kuyper, het in ’s lands belang noodig oordeelde, dat beschermende rechten werden toegepiast. Dit voorstel, neergelegd in het Program van Actie van de Aniti-Rev. Partij, INGEZONDEN MEDEDEELING. MODERNE KLOKKEN RUIME SORTEERING. LAGE PRHZEN. jfepko LANQESTRAAT WINSCHOTEN. Zooiets kan een kleine boer niet bekomen. Bij ons op het zand zijnde huizen kleiner en de bedrijven ook.” „De crisis is voor allen echter gelijk Stoters”, zei Veld. „Een ooievaar is evengoed zijn veeren noodig als een musch.” „Goed gezegd, Veld, goed gezegd” riep Stoters, die het een treffend beeld vond. „Daar heb je Reinders”, riep Mina. die uit het raam keek. „Oome? Oome?” vroeg de kleine en wilde naar de deur, inde hoop opnieuw wat snoepgoed te zullen krijgen. Voor hem was bet een feestdag. Mina weerhield hem, doch Stoters mengde zich er in en drong aan, den jongen maarte laten loopen. Harm was opgestaan en ontving Reinders inde gang. Reinders begroette de aanwezigen en drukte het jongetje, dat een weinig verlegen van verre bleef staan, ©enige pepermuntjes in zijn knuistje. „Je niet vergeten hè, Hendrikman? ’k Wist wel, dat je er op rekende. Eet ze maar gauw op.” Reinders, een gulle dikkerd van bij de zestig, was een echt kindervriend en liet geen enkel kinderhandje onbevredigd. Zijn minzame lach pakte al het kleine volkje en daar hij vaak bij Harm kwam, duurde het maar even of de kleine zat bij hem op de knie en moest met hem mede van de koek eten. „Ach, Reinders!” maande Mina, „hij zal je bevuilen.” Reinders vond dat niet zoo erg en zou er wel voor oppassen. Men sprak hartelijk en openhartig met elkaar, doch waar het om ging, bleef onaangeroerd. leder wilde de zaak wel gaarne aamgesneden hebben, doch elk voor zich zelf durfde niet de eerste te zijn. Met een blik op de klok, die bij elven wees, zet Reinders onverwachts: „En hebben jullie nu een plan gevonden?” Stil was het ineens.

heeft destijds zooveel beroering in ons land teweeggebracht, dat de Liberalen gesteund door de groot-indusitriëelen, aan het Ministerie-Kuyper de nederlaag wisten te bezorgen. Dr. Kuyper voorspelde toen reeds, dat het op den duur, zonder beschermende rechten toe te passen, voor Nederland noodlottig zou moeten worden. Spr. gelooft dat dlit tijdperk al reeds is ingeluid. Aangedrongen moet worden op een doelmatige veeteelt- en tegelijk zuiveltoeperkmg. De eenvoudigste weg daarvoor acht spr., dat door de Regeering een scheurwet in het leven wordt geroepen. Blijft deze achterwege, dan zal het nimmer zoover komen, dat véle, geschikt tot bouwland om te leggen gronden, worden gescheurd. Eveneens wenscht spr. er op te wijzen, dat het evenzeer noodzakelijk is, dat een wet in het Staatsblad verschijnt, waarbij het bakken van melkbrood verplichtend wordt gesteld. Resumeerende komt spr. tot de conclusie, dat üet in het belang van onze bodemcultnur noodzakelijk is, dat worde overgegaan bij de Regeering aan te dringen op: 1. Het nemen van wettelijke maatregelen tot groote beperking van de margarineindustrie en tegelijk opheffing van het menggebod. 2. Het in het leven roepan vaneen scheurwet voor die gronden, die zeer geschikt zijn voor graanbouw, om daardoor te komen tot groote inkrimping van den veestapel. 3. Het overgaan tot heffing van invoerrechten op granen, vetten, veevoeders en andere agrarische producten. , 4. Het bakken van melkbrood bij de wet verplichtend te stellen. (Wij hebben het verslag van dezen spr. vrij uitvoerig weergegeven, omdat wij veel van diens woorden kunnen onderschrijven. Ten opzichte vaneen scheurwet gaan we niet met den heer v.d. Goot mee. We zien in een scheurpremie en voldoende hooge prijzen der akkerbouwproducten voor langere jaren, voldoende aansporing tot het omleggen van grasland in bouwland Red. L. en M.). Maar wat zei de vergadering? Hoewel de spr. veel applaus oogstte, werd de vergadering door den voorz. niet inde gelegenheid gesteld om te gaan debatteeren, zoodat geen besluit werd genomen. Op deze bijeenkomst van grondbezitters was toch geen margarinekapitaal vertegenwoordigd, vroeg er een bij zijn neus langs?) INGEZONDEN MEDEDEELING. Nederlandsche Middenstandsbank. Kantoor Wilh.str. 27, Telef. 61 – EMMEN. Alle Bankzaken Kluisinrichting Spaarbank; Flitsen. Houdt Koers! Aldus de titel vaneen Vrijzinnig Democratisch verkiezingswad. Over dien titel, doch nog veel meer over den inhoud van dat blad, zou veel zijn te zeggen. Men neme genoegen er mee, dat we slechts wijzen op twee teekeningen. Qp de voorpagina zien we een prent met op den achtergrond een ploegenden boer. Daarvóór zijn in caricatuur afgedeeld een liberaal, een marxist en eén fascist. Boven dat schoone stuk prijkt dan: „Theorie en gebral tegenover practijk!” We begrijpen dien ploegenden boer. We be- Elk zweeg: de beide oudere mannen keken elkaar een® aan, Karna keek onrustig van den een naar den ander en Mina begon het ineens warmte krijgen; het rood vloog haar naar het hoofd, in haar keel begon het te klokken. Even later verliet ze stilletjes met den kleinen jongen de kamer. „Dat niet” zei Sloters eindelijk, „doch we zouden wel een plan kunnen maken.” Veld zei niets en keek maar steeds voor zich. „Mij ook goed” zei Reinders. „Als ik maar aan mijn geld kom. Ik zou niet zoo aandringen, als ze me zelf het leven ook niet zoo lastig maakten." „Dus u kunt beslist niet wat wachten? Tot half Mei bijvoorbeeld?”, vroeg Stoters, die dat gaarne zou zien. „Ónmogelijk” zei Reinders, „ik zou er zelf door in groote moeilijkheden raken. Een zwager van me maakt mij bijna kapot.” „Een zwager van je?”, vroeg Sloters. „Hoe dat zoo?” „Borgtocht natuurlijk. Ik heb voor f7OOO borg voor hem gezegd. Nu is hij dezen winter kapot gegaan. Hij zelf zit met zijn huishouden al inde Wieringermeer, maar ik blijf met de gebakken peren zitten, snap je?” Sloters begreep het en wist dat de zaak hierdoor niet gemakkelijker werd. „O, dat hebt u mij nog nooit gezegd”, zei Harm, die nu ook beter begreep, waarom Reinders zoo sterk op zijn geld stond. „Ja, de crisis weet wat tegenwoordig”, zei Veld. „Kan de een zich nog staande houden, dan sleept de andere hem nog mee in zijn val.” „Zeer zeker”, zei Reinders heftig. „Willen jidiie wel gelooven, dat ik er nooit over gedacht heb, dat ik al zoo spoedig, na zoo’n paar jaren, op zwart zaad zou zitten?” Sloters dacht: „Hij is net als ik. Ik kon het voor mij ook niet gelooven en da buitenstaander wil bet nog niet van me weten. En zit ik er veel beter voor dan Reinders? ’tls allemaal al precies hetzelfde.” Reinders ging voort: „Zoo’n ja,ar of vijf geleden, toen ik van de boerderij afstapte, om-

grijpen ook de bespotting van genoemde politieke vormen, in dit verkiezingsblad. Maar we missen daarbij de opbouwende factor. Waarom staat hier niet afgcbeeid de praotische daden doende V.D.’er? Of moet die boer het alleen opknappen? En durfde men de inderdaad bestaande tegenstelling V.D.—boer niet zóó duidelijk demonstreeren ? Op de middenpagina zien we al weer een ploegenden boer. Welk een inzicht in het belang van dien boer! En dan het mooiste. Uit den hemel komt een groote beschermende hand, die over dien ploegenden boer wordt gChouden, terwijl dan het onderschrift luidt: „Beschermt en helpt den boer!” Stemt, enz. Waar halen de V.D.-’ers den moed en het recht vandaan om uit deze teekening voor hun partij reclame te slaan? Zijn die V.D.’ers en dan doelen we niet slechts op een Jan Schilthuis, bereid den landbouw te beschermen? Neen, immers! Zijn die vrijzinnig democraten bereid den landbouw te aanvaarden als fundament van onze volksgemeenschap? Néén, immers! Déze teekening, de bescherming belovende in beeld èn woord, is dusdanig in strijd met de practijk, dat we gerust van misleiding mogen spreken. Past op, boeren! * ♦ ♦ Verwarring! Regeeringscommissaris voor den zuivel en voor de margarine, de heer Bückmann naar Zuid-Europa, voor herstel van krachten. De INGEZONDEN MEDEDEELING. J. Fröling Tandheelkundige WINSCHOTEN Houdt lederen Dinsdag van 10—11 spreekuur in ’t Café BO£LE GEERTS, Groningerstraat, ASSEN Vol gebit met garantie f 50. Kliniek gebit f 35. dat ik een rustigen ouden dag genieten wilde en geen jongens heb, die mijn bedrijf later kunnen overnemen, dacht ik er nooit over, dat ik mijn uiteinde niet in ongestoorde rust zou bekomen. Onmiddellijke geldverlegenheid, dat kende ik ook niet. Toen Harm voor een paar jaar terug de huuir niet op tijd' bij elkaar kon krijgen, heb ik hem gezegd, dat bij Zich daarover niet bezogd behoefde te maken, dat hij dan maar wat later zou betalen.” Hij hield even op en keek beurtelings naar de mannen. „Zoo durfde ik ook gerust borg zijn voor mijn zwager, die diep inde schuld zat bij de banken met reken ing-cou ra nt-erediet. Onmatig hooge rente natuurlijk en tenslotte aanmaning op aanmaning, om den achterstand wat aan te zuiveren. Ik heb hem toen een borgtocht van f7OOO verstrekt voor een crediethypofheek, zoodat hij goedkooper aan bedrijfsgeld kon komen. De arme kerel is nu heelemaal kapot. Hij begon met allerlei andere dingen, bloembollen en zulk spul, en vloog daarbij nog harder achteruit. Dezen winter ging zijn bedrijf onder den hamer; zijn spullen brachten niets op, want er is geen liefhebberij en geen geld meer, zoodat de f7OOO voor mij over bleven om aan te zuiveren.” Reinders streek zich met zijn zakdoek over het gelaat en vervolgde dan: „Ik zelf heb wel een mooie boerderij, die nog ruim haar waarde heeft, doch ook ik heb mijn land niet onbezwaard. Veronderstellen we, dat het nu nog zoo’n zestigduizend gulden opbrengt en als jullie weten, dat ik een dertigduizend hypotheekschuld héb, dan snappen jullie, dat de toestand voor mij ook niet aangenamer wordt. Als ik die zevenduizend gulden beslist moest krijgen door hypotlheekverhooiging, nu, dan betwijfel ik, of ik dat wel zoo vlug klaar zou hebben. De geldschieter is niet zoo scheutig. De hypotheekbanken zijn zoo voorzichtig mogelijk. Ze verlangen zeker de helft als overwaarde.” „Ja, ja, we kennen dat allemaal”, zei Stoters, toen Reinders op hield te sprSken. „Zie maar

heer Mr. Dr. A. A. van Rhijn, regeenngscommissaris voor kippen, garnalen, enz., tevens voorz. van het college van regeeringscommlssarissen, is tevens aangesteld om het werk van den heer Bückmann over te nemen. Men heeft nergens kunnen lezen, of dat nu geschiedde omdat genoemde heer zooveel vrijen tijd had, dan wel of hij zoo bijzonder deskundig was, of, dat deze benoeming geschiedde, omdat er geen deskundigen bereid werden gevonden. We zullen dus niet critiseeren Maar het loopt niet in Den Haag! Daar is al sinds Januari van de zijde der zuiveldorganisaties aangedrongen op maatregelen ter ontlasting van de kaasmarkt, door de gelegenheid te scheppen ondermelk aan den boer terug te geven als goedkoop eiwitrijk voer tijdens den staltijd. Langen tijd zat er geen schot „hoogerop” om tot die maatregelen te komen. Totdat eindelijk dezer dagen een beslissing afkwam, waarbij werd voorgeschreven, dat 20 pet. van de melk als ondermelk naar den boer terug moest worden geleverd a 0.2 cent de k.g. Eindelijk dus succes! Maar zich het succes realiseerende, ontdekte men tegelijkertijd, dat nu evenwel met veertien dagen de staltijd, de tijd, geschikt voor de ondermelkconsumptie, zou zijn verstreken! Leiden in last. Het eind van ’t lied is geworden, dat de beraamde maatregel tóch doorgaat, dat de papierstroom andermaal over onze bedrijven is uitgestort, doch dat men toch door aandrang van onderop heeft begrepen, dat de tijd eigenlijk wel een beetje was verstreken, weshalve men het teruggavepercentage dan ook maar vaststelde op 0! Terwijl de senaat beraadslaagt, gaat Rome neen, gaat de boer, onder! ANONYMUS. INGEZONDEN MEDEDEELING. ~~ E. WIJNHOLDS – Emmen Fijne Dames- en Heeren-Maatkleeding. Groote voorraad stoffen. Beleefd aanbevelend. naar mij zelf. Ook ik dacht niet, ooit door die crisis aan lager wal te zullen geraken. Zou ook zoo’n vaart niet geloopen hebben. Doch nu Harm boer is geworden en wel op zoo’n groote plaats, wel, nu vlieg ik ook achteruit.” „’k Wil het wel getooven” zei Reinders. „Het spijt me ook voor Harm; hij doet flink zijn best, werkt hard en dan niet slechts een bestaan te hebben, doch er jaarlijks nog vee! geld bij in te moeten schieten, dat is verschrikkelijk onaangenaam. Ik reken Harm wel eens na en dan heeft hij de laatste jaren, zonder zijn schuld, toch meer dan zoo’n tienduizend gulden verspeeld.” Veld bevestigde het. „Ja, en goedkooper kan ik hem ook niet laten wonen. Ik moet ook mijn renten op; brengen. Och, het gaat nog wel, mijn vrouw • en ik leven eenvoudig, weten ook niet anders • te leven en als dan alle lusten en lasten betaald zijn, dan zijn we voor ons eigen levensonderhoud lang geen duizend gulden meer noodig. Maar dat mag tegenwoordig ook niet, want als men slechts zoo’n drieduizend aan huur ontvangt en zelf zoo’n vijftienhonderd als rente voor hypotheek moet wegbrengen, dan snappen jullie, dat er niet veel boven de duizend gulden overblijft. Zoo’n vijfhonderd gulden heb ik wel noodig voor grond- en waterschapslasten, voor inkomsten- en vermogens■ belasting, ja, de drommel mag weten waar niet • al voor, want het is tegenwoordig, of je eigen • geld, je eigen bezit iets is, dat je niet toe■ komt.” ! Reinders had zich al meer en meer opge■ wonden. Hij verlangde niet, dat men hem bij> viel of er iets tussChen in bracht. Af en toe . moest hij zich eens luchten. Waarom dat niet t tegen deze beide mannen gedaan, boeren, die i hem wel zouden begrijpen, die zelfs al was i het niet direct, bij zijn situatie betrokken wa. ren, wegens hun verplichtingen als borgen . voor Harm’s huur? (Wordt vervolgd), >

INGEZONDEN MEDEDEELING. DAMESKLEDING Bij ons vindt U ook dit seizoen een bijzonder mooie collectie Bekende kwaliteiten, lage prijzen. Honderden oude klanten, die door verhuizing, over het gehele land verspreid zijn, komen, nadat ze het bij anderen geprobeerd hebben, geregeld bij ons terug. Zegt U dit ook iets ? Gebr. ZWARTSENBERG N.V. GRONINGEN – STADSKANAAL ——■——llll 111 ~ïïTTmiMM—r—oir——m