is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 4, 22-08-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oo Aua 1935. 4e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. .4 Tweede Blad.

.Vol verwachting A Hopt ons hart! .. Neen, lezer, geen St. Nicolaasliedje, maar de zuivere werkelijkheid. Want begint ons hart niet vol verwachting te kloppen, nu we weken lang in ons orgaan, Landbouw en Maatschappij, de groote trom hebben zien roeren Inde met penteekeningen opgeluisterde aankondigingen, dia* de lijd om tot een agrarische pers te komen, nadert? Een agrarische pers! Een agrarisch nieuwsblad. Wie had dat kunnen denken? Wanneer we in deze bewogen jaren eens terugblikken, zien we, hoe snel we tegenwoordig leven. Voor tien jaren terug zag de boer nog geen vuiltje aan de lucht en beaamde hij met Poot; „Hoe genoeglijk rolt het leven des genisten landmens heen.” Wel werd tot dien genisten landman, door vooruitziende mannen, reeds een waarschuwende stem gericht, om er op bedacht te zijn, dat er voor hem zeer ernstige tijden zouden naderen, doch deze stemmen waren als die eens roependen inde woestijn. En toch zijn die tijden gekomen. Een vijftal jaren terug begonnen we, niet aan den lijve, doch wel aan de portemonnaie, den ernst der tijden te gevoelen. Het was uit met de genoeglijkheid des genisten landmens, en zeker zou iedere boer zijn lot voor een koningskroon willen ruilen, vooral nu deze ook schaarsch geworden zijn. En geduldig en berustend eis de landman altijd is, droeg hij zijn lot eerst gelaten, hopende op de betere dagen, die wel terug zouden komen. Want las hij het niet dagelijks, dan toch stellig éénmaal inde week, in zijn courant, dat deze inzinking, die men „crisis” noemde, van slechts korten duur zou zijn, omdat er altijd tijden met hoogtepunten waren geweest, waarop inzinkingen moesten volgen? En met voorbeelden van de laagte honderd jaar werd dat den boer duidelijk gemaakt. En al snapte de man, die beter een paard, dan een courant begreep, er ook niet alles van, en al struikelde hij over de vele geleerde woorden, niettemin kon hij gerust zijn; de crisis was maar van tijdelijken aard! De pers zei het hem immers, en die pers, nou, die wist het. Maar als de jaren gingen en de crisis zich hier heel best thuis gevoelde en lang nog niet dacht om te gaan verhuizen, begon het velen Onder de boeren toch wel wat al te benauwd te worden, en gevoelden ze, dat ze met de inzinking zelf wegzonken. Maar wanneer ze hun lijfblad er op nasloegen om daaruit een lichtstraaltje te vangen voor de donkere toekomst, of om daarin hun eigen benauwenis eens uitgedrukt te zien, wel, dan konden ze hun blad onbevredigd terzijde leggen: de pers bood hun niet wat ze verlangden; de pers voelde hun noqden niet aan. Gedrongen door den nood der tijden «enerzijds en uit arren moede anderzijds hebben de stoutmoedigsten onder ons het aangedurfd, om te komen met een blad, dat zou strijden voor de idealen vani den boer en dat vooral een echt strijdblad zou zijn, om de boeren voor te lichten op economisch terrein. Niet, dat er geen bladen genoeg waren, die ook economische voorlichting gaven; doch juist die voorlichting voelde de landman als onwaar en Ongezond aan. En wat de voormannen van Zijn orgaan hem gaven, dat wist hij als waar, als natuurlijk, als logisch te kunnen aannemen. Dat was zoo geheel iets anders dan' de groote bladen hem gaven en met die groote bladen, die geheele kleine pers incluis. In zijn eigen b'ad werd den boer zelf het woord gegeven en zoodoende werd het blad een band, die alle boeren tezamen bond. Het werd eerst door de andere pers als een heel 'onschuldig nieuwtje beschouwd, zooiets els een komeet over het groene veld, die even de aandacht op zich vestigt en dan weer verdwijnt. Doch bij het groeien van ons orgaan, waaraan wij allen nu zoo gehecht zijn, zoodat we het noode zouden kunnen missen, beschouwde men het als een wonder, al was het dan ook een „vat vol zottigheden”, zooals vooral de stedelijke pers het beschouwde. E« tin staan we weer bij een mijlpaal in het leven van dit Jonge perswicbl. Tot n« toe stond het jonge ding nog niet op eigen beenen. Dat wil niet zeggen, dat het geen eigen meening had. Die had het terdege, maar juist als bl) aite jonge spruiten zat de zwakheid In het ondereind, hel kon Biet gaan, ais een ander geen bijstand verleende. We weten alten, dat ons orgaan Landbouw en Maatschappij gedrukt wordt ineen particuliere drukkerij; dus dal ons blad van week tol week het eerste licht Aanschouwt onder vreemde oogen. Nn wil de bond overgaan tot het stichten vaneen eigen drukkerij om daardoor des temeer onafhankelijk en krachtiger den strijd te kunnen voortzetten. We kunnen deze gedachte van ganscher harte loejnichen en we weten ook dat groot is de taak van hen, die de leiding daarvan op zich nemen. Ons lokt de gedachte om weldra ook ons blad L. en M. niet slechts als vertrouwde raadgever op economisch terrein te moeten beschouwen, doch dat het als een vertrouwd huisvriend ons ook op de hoogte zal stellen het nieuwste wereldgebeuren en van binniandsche voorvallen. En dat ineen niet al vriend v'erschict het dan als onze dagelijksche 0:118 komt bezoeken, kortom: dat ons Om ons l‘lf- en dagblad! . • _ te komen, is ons aller medewerking noodig. Moet ik daar veel over uitweiden? Neen, nietwaar i ieder echte boerenbonder voelt intuïtief, dat hij hier iret ten achter mag staan, diat hij ook zijp. schouders mede

>nder deze zware taak moet zetten, en dat hij jok zijn steentje, ik l>edoel „tientje , „vijfsn-twtotig” o! „vijftig”, moet bijdragen om te «omen tot den bouw van het agrarische persjedrijl Er zijn vele en vele „tientjes” noodig, iaarom, laat niemand achterwege blijven en aat ieder bijdragen naar het in zijn vermogen is. Boerenbonders, uw leiders zijn mannen uit de practijk van het leven, dat wij allen hier op dit ondermaanse!» tegenwoordig moeten torsen. Het leven is voor velen onder ons haast een last, doch dit kan anders. We kunnen dezen last ineen lust doen verkeeren, indien niemand van ons achterblijft. De agrarische pers moet er komen en zal er ook komen! Laat ons niet verhelen, dat deze strijd voor ons dagblad een zware strijd zal zijn, want naar gelang ons blad groeit, zal het gift en venijn over hem rijkelijker vloeien. Laten we bedenken, dat we altijd op onze hoede moeten zijn, daar de grootstedelijke pers altijd gereed staat om met haar vurige klauwen het jonge wicht den nek om te draaien. Het is ook mogeiijk, dat er een unfaire campagne tegen het jonge kind op touw gezet wordt om het vroegtijdig dood te drukken door moordende concurrentie met goedkoope bladen. Laat een ieder zoo verstandig zijn, dat hij daar niet invliegt. Doch niet alleen de Boerenbonder moet de medewerker zijn voor de agrarische pers, neen, het geheele platteland moet daaraan mededoen. En dat kan! Hier is de taak van onze jongeren, die vol ijver op stap moeten gaan, bij ambachtsman en neringdoende, bij ambtenaar of rente-trekkende, en ook bij den werknemer inden landbouw, wamt de boer en de landarbeider zijn twee loten vaneen en denzelfden stam. De agrarische pers moet niet een speciaal strijdblad zijn voor de boerenbonden, het moet worden een blad voor iedereen. Door de gedegenheid, betrouwbaarheid en het heldere inzicht zal het groeien tot een hechten pijler voor de instandhouding vaneen welvarend platteland, en de verdediger vaneen sociale rechtvaardigheid, ook voor hen, die hierin nu nog nameloos veel te kort komen. Boeren, indien ge veel gras inde weide wilt hebben voor uw vee, gooit ge stikstof, omdat ge weet, dat dit de grasopbrengst verhoogt. Al smijt ge het met handen vol weg, toch is het geen weggesmeten geld. Boeren, indien ge sterk wilt staan In uw strijd tegen dwaze, verstedelijkte voorlichting: indien gij terug wilt hebben die plaats inde maatschappij, die u rechtens toekomt, geef dan opnieuw uw geld,... neen, lezer, hiel met handenivoi, doch naar uw vermogen; neemt een, twee of meer aandeelen, al naar sneemt een, twee of meer aandeelen, al naar u kunt, en weest er van overtuigd, dat dit geld een even goed, ja beter rendement zpl weven, als die stikstof op uw weide. Er is ©en gezegde, dat luidt; Als een boer wat wagen durft, dan is hij er van overtuigd, dat hij voor iederen gulden, dien hij er ’s morgens aan waagt, 's avonds twee terug heeft, Waagt het nog eens met die overtuiging, doch iaat dien avond er bij weg, want het gaat nu om een zaak van blijvende waarde. Ik neem vast een paar aandeelen! En u? Stilte voor den storm y Het is droog. Verschillende veehouders klagen over gebrek aan gras. De mooie gelijkmatige zomer brengt evenwel mee dat het vee overigens inde meest gunstige omsta» digheden verkeert wat die melkproductie betreft. Het gevreesde mond- en klauwzeer laa ons bovendien dezen zomer geheel met rust Zoo komt het dan, dat men van verschillende kanten onder melk veehouders de opmerking kan hoeren, dat het wel slecht is met de bedrijfsomstandigheden, doeh dat he' melk geld ’s Zaterdags toch nog niet. tegenvalt. Men „beurt nog al wat” in vergelijking vooral voor wat men ontvangt bij afzet van vee. Het is op deze stemming, dat wij doelden toen we boven dit artikeltje zetten: „Sölite voor den storm”. Zeker, men beurt nog al wat melk,geld. Men ontvangt dan ook n.b. 2.96 cent toeslag per k.g. melk met 3.20 vet! Dat beteekent dus een „steun”, let wel tusschen „”, van meer dan drie oent de k.g. bij een ©enigszins behoorlijk vetgehalte. Dat feit op zich zelf geeft ie denken. Maar nog meer geeft het te denken, ais men zich herinnert, dat deze toeslag slechts daarom zoo hoog kan zijn, omdat daarmee dan de beschikbare zuivelfondsen geleidelijk zullen worden uitgekeerd. Men ontvangt dus in dezen toeslag, tevens een deed der gemaakte reserve, hetgeen inhoudt, dat een dergelijke toeslag niet kan blijven bestendigd, waarbij men ook nog heeft te letten op de omstandigheid, dat de inkomsten voor die zuivelexpertfondsen veel minder rijkelijk zijn gaan vloeien. We zijn aan het potverteren... We zijn dus aan het potverteren en het is geen wonder, dat we daarbij ook het passende gezicht trekken. Doch de situatie is in wezen veel moei lijker. „We beuren nog al wat!”, zei onze zegsman, Zeker! We melken best, ondanks de droogte. Aan vele fabrieken is de me Ik ontvangst belangrijk honger dan het vorige jaar en een honger kwantum melk, berekend op een prijs met een verhoogden toeslag, geeft zeker een florissant beeld! Maar • Men staat aldus sprekende niet stil bij de wierkelijkheid! Laten we eens aannemen een heel normaal geval, dat de veehouder dezen zomer 5 pet. méér melk levert dan inde beide basisjaren, waarop straks het kwantum gesteunde melk wordt toegewezen. En,, dat hij dat percentage méér zal blijven leveren gedurenden dezen zomer. De hierin liggende veronderstelling voor de nazomermaanden is des te gemotiveerder, naarmate de afbraakprijzen voor het vee de boeren nopen om dan het vee maarte blijven doe me ik en. Als we het geval dan zóó stellen en we nemen een» het gunstige geval aan, dat opze boer 10 pet.

moet beperken, dan krijgen wede volgende situatie. Over de maanden Juni t.m. Ocloiber melkt hij 5 pet. meer dan normaal. Aangezien de lactatieperiiode 10 maanden omvat, zal deze 5 pet. méér gedurende vijf maanden, moeten worden teniet gedaan door 5 pet. minder productie gedurende de 5 melkmaanden van de periode November t.m. Mei (twee droogmaan- IJ‘n). De normale productie in die laatste 5 aanden zal kleiner zijn dan inde periode ni—October, doch die voor de beperkings-Oigelijkheden ongunstige sitpatie laten ï verder rusten. We krijgen dan dus eerst de voor beperking in aanmerking komende aanden de noodzaak tot beperking met deze pet. van de productie van dat moment in jirmale tijden. Direct merken we daarbij taais nog op, dat ook de maand Mei zich, et leent voor systematische produetiebeperng, omdat de voedlngsomslandigbeden dan rgen inde natuur, terwijl al weer een af’aakprijs voor vee er toe zal mee werken, it zoo weinig mogelijk vee wordt ver>cht, als de weidetijd, met al z’n gemak het algend voorjaar weer voor de deur staat. Nu komt echter de 10 pet. beperking, volgens het melkheperkingsplan der regeering. Die 10 pet. moet óók worden gevonden inde 5 melkmaanden uit de periode November t.m. Mei. Alweer de zaak gunstig stellende en. aannemende dat de normale productie in die 5 maanden gelijk is aan de helft van het totaal, dan meet er dus gedurende die periode 2 maal 10 pet. worden beperkt is 20 pet We krijgen dns in wezen een beperking van 25 pet., van de totale productiemogelijkheid, de factor, waarmee de boer beeft te rekenen. Men lette hier wel op dit wezenlijke eperkingseijfer en op het schijnbare, dat laar voren komt uit de vergelijking van het wantum geleverde en te leveren melk. Het aatste totaalcijfer geeft een te gunstig beeld, imdat dat percentage niet kan worden oprebracht door alle koeien gezamenlijk, dodh Lechts door het melkgevende deel. De we:elijksche beperking zal dus wel een iets gumitiger beeld geven, (5/7 maal 25 pet.), doch le boer moet rekening houden, dat hij de iroduceerende koe 25 pet. melk minder moet aten geven. We stelden aldus de zaak nog te gunstig roor. Ook deze laatste beperking zal niet geforceerd kunnen warden inde maand Mei, ils men tenminste niet de geheel© bedrijfsvoering ondergeschikt wil maken aan een zekeren vernietigingsdrang ten bate onzer concurrenten. Wil men de zaak zoo goed mogclijk benaderen, dan schakel© men Mei uit. kVe krijgen dan een, wezenlijke beperking, zooals de boer die op het melkgevend individu heeft toe te passen van B/4 maal 25 pet, is ruim 30 pct.l! j ; e Dit wes het gunstige geval, waarbij onze veehouder officieel slechts 10 pet. kreeg te beperken... 30 pet minder melk leveren van z’n melkdie ren! Waar is nu onze zegsman, met z’n: „We beuren nog al wat”??? Begrijpt een ieder titans goed, dat we grof aan ’t potverteren zijn met onzen „steun” en dat het straks tegen het volgend voorjaar ©en hopelooze toestand wordt? Begrijpt een ieder wel, dat zónder veee,vernam© deze beperking absoluut niet gehaald kan worden, óók al beperkt men het krachtvoer tot het uiterste en verlengt men den droogstand? Het Is maar él t© duidelijk. Zonder uit de marktname van vee, zal de beperking onvoldoende worden. Gevolg daarvan zal zijn, dat men, de één vroeger ,de ander later, z’n „steun” zal hébben opgeteerd en dat men volgend voorjaar in April én Mei zal zitten met een melkprijs gelijk „wereld markt w a arde' d.w.z. gelijk aan minder dan een cent de kg. Wat zegt dan onze zegsman, die nu „mooi wat beurt”? Wat zegt dan onze veehouder, die tóch van den huidigen melkprijs óók nog niets kan reserveeren voor wat het volgend voorjaar tekort zal schieten? Waar vandaan betaalt hij dan z’n pacht, z’n rente, z’n „rekeningen”, die juist voor een zoo groot deel dan om betaling zullen vragen??? Er is méér duidelijk- Als volgend voorjaar de melk minder kost dan een cent, wie levert ze dan aan de fabriek om daarnaast duur voer voor z’n varkens, kalveren en kippen te knopen en zelf margarine te peuzelen? Eén onzer? Resultaat zal zijn, dat niet alleen de boer zelf wordt gedupeerd, doch dat ook de bedrijfsvoering op de fabriek in ’t honderd zal loopen, aangezien men natuurlijk zal weigeren z’n melk voor 0,00 af te jStaan. Naast boer en boerenarbeider zullen dan ook de zuivelarbeiders en het groote geheel, dat met de verdere verwerking en afzet van zuivel vernand houdt, de wrange vruchten plukken van een regeefingsmaatregel_ ter beperking van de melkproductie, die in wezen onuitvoerbaar is. „Stilte voor den storm”, schreven we. Laten de verantwoordelijke menschee zich cents goed realiseeren, welke toestand op deze manier voor het volgend voorjaar wordt geschapen! Als men dan tóch durft doorgaan, tenminste op de nu aangekondigde manier, dan willen wede waarschuwing herhalen, die er lag in ons schrijven van verleden week: Dan is de regeering verantwoorde-1 ij k! Wij stelden deze moeilijkheden hier opzettelijk voor een geval roet een zeer „gematigde” beperking. Commissies kunnen evénwel in sommige gevallen (geschiktheid tot scheuren, enz.) gaan tot 40 pet.! Reken de situatie nu op de door ons gegeven manter eens uit voor die bedrijven! Ziet men dat het een hopeloos geval wordt? Een groote beperking voor gemengde bedrijven, die gemakkelijk kunnen overgaan op meer zuiveren akkerbouw is oi. in het algemeen logisch. Alleen evenwel, ais die akkerbouw dan ook loonend is. Een bedrijfsombouw ; af te dwingen, waaraan toch steeds groote i bezwaren kleven, zonder te zorgen voor vol-|

INGEZONDEN MEDEDEELING. ONZE OPRUIMING biedt U nog vele koopjes in Flanellen Pantalons, Sportjassen, Polohemden, Riemen, Hoeden en Petten enz. enz. Ziet de Etalage J ACO VAN CAI .KAR Torenstraat 19 – Telef. 451 – WINSCHOTEN

reiken; een loonende cultuur overeen belangrijk deel van onze cultuurgrond en een stevige pot, waaruit andere cultures naar behoefte kunnen worden gesteund. Dit laatste geldt ook voor de veehouderij en den tuinbouw, al zal daarb» rekening moeien worden gehouden met hetgeen de binnenlandsche markt kan opvangen, uitgaande daarbij van de stelling, dat het binnenlandsch product in alles den voorrang moet hebben. Niemand zal kunnen ontkennen, dat hier een stelsel, een systeem, wordt aangegeven, wat niet kan worden gezegd van de legio maatregels, die nu worden getroffen. Vooralsnog blijven we dus ons systeem recommandeeren in ruil voor alle rompslomp, waarmede we nu gezegend worden. Tot dusver gaf men ons geen eerlijke kans, men wacht daarmede blijkbaar tot al het andere hopeloos zal zijn vastgeloopen. Wie niet ziende blind is, ziet dit tijdstip reeds in ’t verschiet. Op grond hiervan zouden we onze actie kunnen staken en met vertrouwen een af wachtende houding kunnen aannemen. Inderdaad, maar wij willen de zaak bespoedigen, vandaar onze voortdurende actie, omdat elke dag uitstel zijn slachtoffers vraagt. Doch naast het ijveren voor ons systeem verliezen wij geen oogenblik ons grootsche doel uit het oog. Dit is nog moeilijker, omdat het minder lastbaar is en omdat men daarbij op moet tornen tegen hetgeen door geslacht op geslacht als gewoon en onvermijdelijk is aanvaard. De landarbeid is altijd de minst betaalde geweest en dat zal vooralsnog wel zoo blijven, zei een Nederlandsche landbouw-professor. Het eerste gedeelte beamen we, maar het laatste gedeelte aanvaarden we niet meer. De kern van onzen strijd. We zijn ons diep bewust, dat onze arbeid niet minderwaardig is, noch als zoodanig, noch als nuttig effect voor de gemeenschap, vandaar, dat wij een belooning verlangen, die harmonieert met de belooning voor andere diensten. Die bewustheid wjllen we overdragen op al onze collega’s en dat is de kern van onzen strijd. Wie hier mede instemt, trede in onze gelederen! Boeren Bond, laat dat synoniem zijn met Bewuste Boeren! + Stedelijk „fatsoen” In het avondblad van dertien Augustus Van de geachte Telegraaf, Stond spottend vaneen „boerenstelletje”, Dat zich vergiste voor een fotograaf. Het blad schreef op een lage wijze, Over dit eenvoudig paar. Maar ik roep u toe o stedeling; Kijk toch naar uw eigen maar! Wij zien als buitenineuschen dikwijls, Heel rare dingen doen, Die het boerenvolk lang niet doen zou, Omdat het daarvoor heeft le veel I'alsocn, Ik zag laatst ook zoo’n stelletje Komen uit de. groote stad. Die wilden heel graag op de foto, Zonder kleeren aan hun .... Het was toch geen vergissing, Dat dit beschaafde stel beging. O, waar is liet fatsoen toch Van menig stedeling*? Kom dat op ’t platteland maar leeren,' Bij ons met gebreide kousen aan. Dan kunt gij meteen leeren Beter op uw plaatste staan. Hoe durft zoo’n krant zooicls schrijven. Een blad, dat menig plattelander leest. Denkt zij ons soms te winnen Met dien verderfelijken geest*? O, dat ons boerenblad gauw kornet Dagel ij k s in ons huisgezin. Dan sturen wij u met dat spotten Heel gauw dan het bosch maar inl Landbouw en Maatschappij haast n Met ons eigen persbedrijf, Dan houden wij die „nette*?” bladen Ons heel netjes van het lijf. O, platteland van Nederland Vereenigt u en wordt sterk. Opdat wijden stedeling leeren Te hebben achting voor ons en ons werk 1 A. J. v.d. LAAG, Edam, 17 Aug. ’3T).

doende rentabiliteit voor dat gewijzigde be-] drijf, is ontoelaatbaar. En het begint er hard op te gelijken, dat ook de akkerbouw de puit ingaat! Ook bij die bedrijven zal men dus stuiten op factoren, die voldoende melkproductiebeperking absoluut zullen verhinderen. De opzet van de regeling loopt dus vast. Het landbouwcrisisfonds kan, óndanks de onredelijke heffing op den veehouder ten bate van den akkerbouwer, de eindjes met aan elkaar krijgen. Zal men nu eindelijk eens gaan inzien, dat deze laatste ingrijpende maatregel de melkveehouderij niet zal kunnen redden, vast verbonden als hij zit aan den geheelen landbouw op zet? Hebben we deze regeling te zien als een laatste en dan hopeloos» poging om het huidige stelsel te redden??? Laat men zich niet in slaap laten wiegep door „aardig te beuren”. Laat men zich den werkelijken toestand goed voor ongen stellen! En laten al onze lezers het tot hun onafwendbare plicht rekenen, stééds en óveral dien waren toestand bloot te leggen, opdat Den Haag tenslotte door onzen invloed en door onze overtuigende argumenten nog tijdig overgaat op een beter systeem: Het onze! Cr* J- k* O Doel – Middel Nog voortdurend zijn sommigen onzer tegenstanders inde weer om te trachten aan te toonen dat het systeem, dat door Landbouw en Maatschappij wordt voorgestaan en gepropageerd, niet beantwoorden zal aan zijn doel. Tot inde kleinste bijzonderheden wordt het uitgeplozen en wee ons gebeente, als men meent een slakje te hebben ontdekt, waarop een korrel zout kan worden gelegd! Geen moment wordt ermee gewacht en met groeten ophef wordt door middel van de groote pers den volke kond gedaan van de ontdekking. Veel bezwaren zijn daarbij niet t© over winnen, gretig worden dergelijke berichten door de stedelijke pers opgenomen, soms zelfs nog onderstreept. Niets liever wordt in die kringen gezien dan een strijd tusschen de boeren onderling. Met groote handigheid wordt daarvan partij getrok ■ ken en wordt het vuurtje opgestookt. Wat is zulk een critiek onbillijk en onrechtvaardig tevens. Nooit is door één onzer het door ons aanbevolen systeem onfeilbaar genoemd; als alle menschenwerk zal ook dit niet volmaakt zijn. Bovendien is onzerzijds vaak toegegeven, dat elk ander middel, dat naar ons doel voert, door ons gaarne zal worden gesteund, maar, hier bleef men in gebreke, men volstaat met louter afbrekende critiek Vaneen eerlijke vergelijking tusschen het huidige crisissysteem en hetgeen door ons wordt aanbevolen, is geen sprake. Dat komt niet inde kraam dier critici te pas. Ze zouden dan moeten beginnen met het erkennen van alle fouten, die aan het huidige systeem kleven, noodwendig moeten vastzitten en ze zouden moeten toegeven, dat ondanks de ontelbare getroffen maatregelen de landbouw in zijn geheel nog steeds inde misère zit, zonder eenig uitzicht op eenige blijvende beterschap. Men staart zich blind op ons systeem, eén onzer middelen slechts, en men ziet ons groote doel voorbij: een beloon in? voor onzen arbeid, die in redelijke verhouding staat tot de belooning van andere soorten van arbeid. Dit doel slaat niet uitsluitend op crisistijd. Beschouwen we dezen als een overgang naar een nieuw tijdpark, dan is juist ons doel om in dien nieuwen tijd een andere positie in te nemen, een plaats, die meer in overeenstemming is met onze beteekenis voor het maatschappelijke bestel. In ons systeem zien we een middel om beter dan thans den crisistijd door te komen. Niettemin mag men uit bovenstaande niet afleiden, als zouden we aan ons systeem geen groote waarde toekennen! Het bevat de kiem in zich van onze grondgedachte; onze binnenlandsche productie moet worden ingesteld zooveel doenlijk op de binnenlandsche behoefte met het recht aan den producent op een belooning, die niet alleen de productiekosten dekt, maar daarenboven, bij oordeelkundig werken, een verdienste waarborgt, welke in redelijke verhouding staat tot de verdiensten van andere bevolkingsgroepen. Tot dusver is nog nooit door iemand aangetoond, dat ons uitgangspunt daarbij, een loonende akkerbouw met een technischmaximale graanteelt, foutief is. Dit zou ook moeilijk gaan, want het is de logica zelf. Onze graanteelt kunnen we niet zóóver uitbreiden, dat ze in onze binnenlandsche behoefte voorziet. Dit brengt mede, dat we den prijs der granen volledig inde hand hebben; met graanrechten zijn deze absoluut te regelen, waardoor we tweeërlei be-