is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 16, 14-11-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gtag, werd hl} door den voorzitter tot de orde geroepen.) De heer Schnelder van Wezuperbmg achtte het voor de boeren een toestand om krankzinnig te worden door al de crisismaatregelen. De eenige uitkomst is z.i. invoering] van het systeem van L. en M. Met al de, ambtenarij kan het dan ook afgeloopen zijn. Met een krachtige opwekking te blijven strijden voor de boerenzaak, besloot deze spr. De heer K. Nieuwenhuls te Ruinerwold Het een protest hooren tegen het Plan van den Arbeid van SjD.A.P. en N.V.V. en becritlseerde de boycot-actie van Duitsche goederen. Dit kon, volgens hem, alleen onzen handel schaden. Een gelukkig verschijnsel noemde spr. het voorts, dat L. en M. is vertegenwoordigd inde studiecommissie. Spr. hoopte, dat de heer Smid in die omgeving meer succes moge hebben.

De heer Eb bin ge te Hooghalen merkte op, dat de regeering de arbeiders een bepaald loon wil garandeeren, doch of de boer dit kan betalen, daarover wordt blijkbaar niet gedacht. De steun voor de boeren bedoeld, komt z.I. terecht in verkeerde zakken, n.L in die van ‘baconfabrikanten e.d. De heer H. Tlemes te Uffelte achtte het voor de klein© boeren onmogelijk om de melkproductie te beperken. Spr. witte alle vertrouwen in het optreden van den heer Smid inde commissie en hoopte, dat deze voor de kleine boeren daar succes moge oogsten. De heer Bakker te Halerbrug bepleitte menging van inlandsche producten in voerartikelen. Door de afdeeling Dalen werd de vraag gesteld of de melksteunbeperking ook wordt ingevoerd. De voorzitter antwoordde, dat dienaangaande officieel niets bekend is, doch meer en meer vat de meening post, dat de uitvoering op onoverkomelijke bezwaren stuit. leder moet daaruit maar zijn eigen conclusie trekken, zegt spr. De heer R enting te Dalen bepleitte een loonende varkensteelt en melkveehouderij. Zonder een voldoend aantal varkens wordt den kleinen boer het bestaan onmogelijk gemaakt. De heer H. Steen ge Azn. te Annerveen merkte nog op, dat het systeem van L. en M. voor den veenkolonialen landbouw geen gevaren inhoudt. Hierna werden de discussies gesloten. Nadat de voorzitter had geconcludeerd dat uit de discussies was naar voren gekomen, dat de gang van zaken in bet boerenbedrijf allesbehalve tevredenstellend is en dat dit misschien van invloed zal zijn op de besluiten van de regeeringscommissie, nam nogmaals de heer Smid het woord om de hoop uitte spreken, dat de studiecommissie bereid zal zijn een andere crisispolitiek te volgen. Spr. verklaarde met de opmerkingen uit de vergadering rekening te zullen houden. Hij dankte de vergadering voor de waardige behandeling der onderwerpen en hoopte, dat op dezen beproefden weg zal worden voortgegaan. Men bereikt daarmede meer dan met groote woorden. Bij de rondvraag werd door den heer Horoan uit Zevenhuizen ineen gloedvol betoog propaganda gemaakt voor den cursus van jonge plattelanders op de Volkshoogeschool te Bakkeveen. Verschillende ondergeschikte vragen werden nog gesteld, waarna sluiting volgde. Geldvervalscfeers, Schobbers en menschen met oudvaderlandscbe deugden. Onder bovenstaanden titel heb ik eenige weken geleden een artikel in Landbouw en maatschappij geschreven, hetwelk betrekking had op dé door Minister Colijn gebruikte uitdrukkingen „schobbers” en „oudvaderlandsche grimmige vastberadenheid”. Deze uitdrukkingen hadden bij sommigen den Indruk gewekt, dat Dr. Colijn te kennen had willen geven, dat zij, die devaluatie propageeren, gespeend waren van oudvaderlandsche deugden en dat er tusschen hen en de „schobbers” althans eenige verwantschap bestond. Dit gaf mij aanleiding de houding van onze voorvaderen na te gaan, gedurende de opkomst en den bloei van de Nederlandsche republiek der Zeven provinciën. inde memorie van antwoord aan de Tweede Kamer heeft de Minister-President de devaluïsten in hun eer hersteld en heeft hij duidelijk gemaakt, dat hij hen, • die te goeder trouw devaluatie propageeren, als goede vaderlanders beschouwt. Waar dit is geschied, is er voor mij geen reden verder in te gaan op de muntpolitiek inde zestiende en zeventiende eeuw. Wie In dezen gelijk heeft, de heer Schoften van Aschat of ik, zal de lezer van Landbouw en Maatschappij weinig Interesseeren en zoo dit wel het geval is, bezit hij thans in ons beider artikelen de gegevens zich een oordeel te vormen. Ik zal dan ook de discussie beëindigen. Echter wil ik dit niet doen voor ik nog een klein misverstand tusschen ons beiden heb opgehelderd. De heer Aschat meent ten onrechte, dat Ik uit de muntpolitiek van onze voorvaderen een argument heb trachten te halen voor devaluatie. Dit is volstrekt niet het geval. Voor mij bestaat er slechts één, maar dan ook zeer sterk argument vóór devaluatie. Ik wil de funeste gevolgen, welke de devaluatie in andere landen heeft gehad voor ons bedrijfsleven en waarover iedereen jammert, wegnemen door de vroeger bestaande verhouding van Gulden en Pond Sterling te herstellen of te benaderen. Dan Is er een eind gemaakt aan de valutadumplng, die ons thans te gronde richt. En het is mij nog niet gelukt één steekhoudend en afdoend argument tegen dit streven te ontdekken. Oostwold. J. OORTWIJN BOTJES. INGEZONDEN MEDEDEELING. EOBERT BOITEN – Veendam KERKSTRAAT. Huish. Artikelen Ijzerwaren Gereedschappen

Het plan van den arbeid. o. „Het Plan van den Arbeid is een organisch geheel, een samenstel van onderling verbonden maatregelen, waarbij de uitkomst van den eenen maatregel nauw samenhangt met, ja voorwaard© kan zijn voor de uitvoering ven een andere. Zoo zullen b.v. aan alle pogingen om een gedeelte van het middenstandsvraagstuk op te lossen door oen ordening tan de distributie, welke leiden tot sluiting van het bedrijf of vermindering van het aantal der distribuanten, groote bezwaren verbonden zijn, Indien niet tegelijkertijd wordt gezorgd voor een vermeerdering van de werkgelegenheid in andere bedrijven, waardoor zij, voor wie de distributiebedrijven worden gesloten, zooveel mogelijk een bestaan kunnen vtaden.” Inderdaad beteekent volledige verwezenlijking van het Plan een principieel© verandering van het economisch© leven! Ma.w., het economische leven zal geordend en beordend worden, waarbij aan den een of anderen kant klappen kunnen vallen. Het aamgegeven voorbeeld wijst dat uit. Er zullen er zijn, die uit hun bedrijf zullen worden gestooten en overgeheveld worden naar een ander beroep, althans indien ergens anders plaats voor hen zal zijn. Voor hen, die zoo iets hebben uitte voeren, voorwaar geen kleinigheid. „Voor het bereiken van dit doel is het noodzakelijk, dat gemeenschapsorganen leiding geven aan het economisch leven, vooral bij de beheersehing van hetgeen nieuw wordt toegevoegd aan het productie-apparaait, en bij de ordening van het bestaande.” Aan de beheersohing van het productieapparaat zit natuurlijk nog veel meer vast. Zoo het een, zoo het ander. Als het Plan aan den eenen kant een behoorlijk bestaan eischt, ook b.v. voor hen, die inden landbouw werken, dan „moet het evenzoo de zekerheid eischen vaneen behoorlijke voedselverzorging tegen een red e 1 ij k en pr ij s.” Dus ook binnen de landbouwbedrijven zal „ordening” niet kunnen worden gemist. Prijsregelend optreden zal noodzakelijk zijn, ook in andere bedrijfstakken, die bij de voorziening van eerste levensbehoeften betrokken zijn, voeding, woning, kleeding. „De speculant in grond en huizen moet voor dit belang wijken, voor dit belang moet wijken de eigengereidheid van den textielfabrikant.” Volgens de opstellers van het Plan is „de roep om ordening, welke gaat door de rijen van arbeiders, middenstanders en ondernemers, sterker geworden door de crisis en geeft het Planden conereten inhoud aan voor die oplossing, geeft het conereten vorm aan dit besef.” ’t Kan zijn, maar ’t kan óok zijn, dat de ondernemers juist met dien conereten vorm voor o og e m terugschrikken. De kans daartoe wordt zelfs grooter, naarmate men inzicht heeft verkregen inde wijze, waarop verschillende onderdeelen in het Plan zijn uitgewerkt. Zoo b.v. de landbouw-ordening. De doeleinden bij de landbouwpolitiek zijn: het verruimen van de bestaansmogelijkheid van alle inden landbouw werkenden, het scheppen vaneen ordening, waardoor grooter bestaanszekerheid ontstaat en het verkleinen van het verschil in levenspeil tusschen stad’ en platteland. Ter inleiding worden met nadruk afgewezen de opvattingen, welke de meerderwaardigheid' van de eene of andere bevolkingsgroep verkondigen. De meerderwaardigheid van de stad1 boven het platteland wordt dus niet erkend, bet platteland is technisch en economisch niet achterlijk, het is ook niet cultuurloos, maar evenzeer wordt afgewezen des t ©l– dat „de natie rust op den landb o u w.” Ziehier het groote, principieel© verschil, dat ons scheidt, en dat, naar onze meening, tot gevolg heeft, dat een eventuesle verwezenlijking van het Plande maatschappij nog meer zou ontredderen dan nu reeds het geval is. Wij houden ons hart vast bij ’t bedenken, dat vele landarbeiders di© lokstem zullen volgen, waardoor ze de laatste mogelijkheid om er ooit nog eens bovenop te komen zullen hebben afgesneden. Herhaaldelijk wordt gezegd, dat men niet wil autarkie als doel, maar ondertusschen wordt toch wel terdege gevoeld, dat het een heel eind die richting uit moet, want dat veronderstelde mogelijkheden als verruiming van den export of het beter benutten vanaf te sluiten handelsverdragen evenzooveel slagen in de lucht zijn; vandaar, dat men vooral het oog richt op de binnen landsch® markt. Maar bovendien, daarom juist moet immers bet Pian nationaal zijn, „omdat slechts nationale middelen tot doorvoering ter beschikking staan”! Accoord, maar dan Is het ook logisch, zelfs absoluut noodzakelijk, dat men zich eerst terdege vergewist over welke productiemiddelen wijzelf beschikken. En nu Is de grootste fout der plannenmakers deze, dat zij alles en nog wat bij den kop vatten en de allervoornaamste nationale bron, onzen bodem (en neem er dan den mijnbouw en de visscherij ook bij) als tweedehandsch beschouwen, inplaats van daarop bet Plan in te stellen. Industrialisatie is noodig o.m. „om het verminderd afnemingsvemogen van den landbouw”, zoo heet het. Zoo is het inden gedaobtengang van de stellers van het Plan, maar naar onze meening zijnde mogelijkheden in dan landbouw nog buitengewoon groot, als men daarbij toepast de juiste economische politiek, die speciaal voor ons land voor de hand ligt. De agrarische landen, di© ons tekort aan landbouwproducten aanvullen, nemen weinig retourvracht. Van die zijde dus geen enkel bezwaar om onze binnenlamdsche productie tot aan de maximale mogelijkheid op te voeren. Geen bezwaar niet alleen, maar zelfs absoluut noodzakelijk. Als we inderdaad grootendeels op onszelf zijn aangewezen, en het Plan gaat ook hiervan uit, dan moeten alle nationale bronnen tot de hoogst mogelijke capaciteit worden opgevoerd, dus zeer zeker de bodem, die ons voornaamste productiemiddel is. Dan nog zullen we een tekort aan landbouwproducten hebben, dat eerstens door alle agrarische landen gaarne zal worden aan,gevuld en dat tweedons de mogelijkheid in die •hand geeft om den prijs daarvan absoluut te beheerschen. In bet Plan wordt dit erkend, ©venwel met da draagkracht der

consumenten als voorbehoud. In oorlogstijd waren de maximumprijzen gesteld op de productiekosten plus ©en matige winst voor den producent. Gaat de ©isch der boeren te ver, ais zij thans hetzelfde vragen, niet meer, maar ook niets minder? Nu komen we terecht bij de beroemde koopkrachttiheorie, die in snel tempo tot een echt SD. dogma is uitgedijd. Zooals tegen eik dogma, Is ’t ook hierbij een vechten tegen de bierkaai. Toch willen we er nog dit van zeggen; Tracht u te reaiiseeren, dat bij intensieve bodem-exploltatle, ©n deze komt automatisch bij Loonende prijzen, ongeveer de helft van ons volk inden landbouw een bestaan kan vinden. Deze helft zal produceeren, transporteeren en distribueenen voorben, die industrieeien arbeid verrichten, maar deze helft zal dan ook industrieel© goederen inrul-Len, waardoor de binnenlamdsche markt, om zoo te zeggen op peil, ook op volle capaciteit komt, want dan is onze theorie in practijk gegaan. Het afnemings vermogen van den Landbouw zal grooter blijken dan in hot Plan wordt verondersteld, Pas als hier het maximaal mogelijk© zal zijn bereikt, moet aan industrialisatie worden gedacht, want dan pas kan een rationeel plan tot industrialisatie worden opgebouwd. Slechts de bodem kan èn in natuurlijken èn in figuurlijken zin. daarvan de basis zijn. Van ons principe wijkt het Plan zóóver af, dat van overbrugging van bezwaren geen sprake kan zijn en waardoor het weinig zin heeft om nog diep op al bet ander® in te gaan, tenzij om te doen uitkomen, waartoe dit verkeerde uitgangspunt leidt en om een kijk te geven op het getheoretiseer, dat over en rond ons bedrijf heeft plaats gehad. Zoo wordt er gezegd, dat een hooger welvaartspeil in handel en industrie het afzetgebied van de landbouwproducten vergroot, terwijl omgekeerd een hooger welvaartspeil van de landbouwende bevolking een verhoogden afzet van de industrieproducten tengevolge heeft. Dit laatste is juist en bevestigt ons uitgangspunt, maar het eerste is niet juist, om de doodeenvoudige roden, dat landbouwproducten nu eenmaal zijnde eerste levensbehoeften. Bij hooger en ruimer budget slaat men bet oog op wat anders. Een paar tabellen wijzen dat zelfs uit. Zoo wordt bij een ruimer inkomen aan boter 3.3, aan vleesch 4.1, aan suiker 0.9, aan groenten 0.6, aan fruit 2.1 pet. meer uitgegeven, daarentegen aan kleeding 10.4, aan huishuur 8.9, aan huisraad 8.2, aan verzekering en contributie 8.9 en aan ontspanning, tram en trein 8.5 pet. meer. Maar, bij hooge bedragen wordt zelfs 1/10 pet. nog al wat en zoo wordt geconcludeerd, dat de „invloed vaneen koopkracht vermeerdering van 100 millioen gulden aan den landbouw geeft ruim f 10.000.000. Dat bedrag kan dus van „den steun” worden afgetrokken. En dan verder. Het Plan stelt als basis voor de prijsverhoudingen, den kostprijs van het oogenblik, zooals deze wordt bij.... sociaal verantwoorde inkomsten van boer en arbeider. Wat dat inde practijk zeggen wil, hebben we nu al jaren aan den lijve gevoeld, alle verder commentaar iis hierbij overbodig. Eenigszins warm word je, als men dan hoort verkondigen, dat „voor den landbouw alleen een nieuw tijdperk van bloei kan worden ontsloten, wanneer het bedrijf op andere basis wordt gesteld.” Dj© „andere basis” zal dan bestaan uit "5 pijlers-: ■ zékerheld van afzèt en prijs, overeenstemming tusschen vraag naar en aanbod van arbeidsplaatsen, bedrijfsverbetering, financieel© saneeriing en regeling van het grondvraagstuk. Wij kunnen hierop niet heel diep ingaan; alleen zij medegedeeld, dat in het particuliere beschikkingsreöht over den grond één van de grootste hinderpalen gezien wordt om aan de landbouwers bestaanszekerheid te verschaffen. Men moge in verband hiermede nu spreken overeen nieuwe pachtwet met continuatie- en remissiebepalingen, de eindpaal kan hier slechts socialisatie van den bodem zijn. ’t Spreekt vanzelf, dat het landbouwbedrijf „geordend” zal moeten worden, niet alleen wat den prijs der producten betreft, maar ook de werkgelegenheid. Ben raadsel is ons hierbij, dat met geen enkel woord wordt gerept over den grootsten concurrent der veehouderij, de margarine-fabrlcage. Verwonderlijk is dat ook weer niet, nu we gezien hebben, dat hun hart uitgaat naar industrialisatie. Bij doorvoering van het Plan „zal de verhouding tusschen de overheid en het agrarisch bedrijf, m.a.w. de verhouding van de regeering met de boeren geheel gewijzigd worden.” Inderdaad, dat zien we in. „Eenerzijds zal het bedrijf veel meer gebonden zijn dan vóór de crisisjaren het geval was (veel meer gebonden dus dan vroeger in normalen tijd), anderzijds zal binnen het systeem van ordening een grootere mate van vrijheid overblijven dan bij de tegenwoordige crisismaatregelen het geval is.” Dit laatste zelfs geven we niet toe-, slechts het systeem, dat Landbouw en Maatschappij voorstaat, kan hier uitkomst geven. Hoe ver het Plan hiervan afstaat, moge blijken uit het feit, dat de teeltrichting daarin onze granen In ’t algemeen aI s aanvulling en de tarweteelt als sluitpost van het teeltplah wil zien. Wanneer we kans zagen op de ©an of andere wijze tot overeenstemming te komen, dan zouden we contact zoeken, want we hebben respect voor het gepresteerde werk, doch de klove, die ons scheidt, is daarvoor te groot. +++ INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. Onze speciaal-artikelen zijn; DamesSdeeding – Damesstoffen Tapijten – Gordijnen Vloerbedekkingen. E. HidzlMg MUSBELKANAAL. iames- m Heerenkleeding naar maat. Heerenmodes. iill STAVAST Bulnersluis – Stadskanaal. Het adres voor Betere Kleeding.

BUITENLAND. Italië protesteert. De Italiaansche regeering heeft een nota ■ doen toekomen aan haar diplomatieke ver, tegenwoordigers inde staten, die deelnamen ■ aan de sanctiemaatre gelen. In deze nota wordt zeer uitvoerig geprotesteerd tegen de toepassing der sancties, i De commissie, welke de maatregelen tegen , Italië heeft uitgewerkt en vastgesteld, wordt in deze nota vooral onder handen genomen. Deze commissie wordt verweten, dat zij er geen rekening mee beeft gehouden, dat dergelijke sancties nooit zijn toegepas't bij voori gaande, doch ernstiger conflicten, en geen ! progressieve toepassing heeft overwogen. Er wordt nog onderhandeld, De leidende, politieke figuren van Engeland, Frankrijk en van Italië zijn nog druk in de weer cm te trachten het conflict op minnelijke wijze bij te leggen. Mussoïini zelf doet aan die besprekingen druk mee, waaruit het groote belang van die besprekingen te concludeeren valt. Voor den derden keer ineen week heeft de leider van het Italiaansche volk den Engelschen ambassadeur te Rome, sir Eric Drummond in langdurige conferentie ontvangen. Er zijn van deze besprekingen geen communiqué’s verstrekt, maar naar de buitenwereld is wel doorgelekt, dat de onderhandelingen speciaal ■ betrekking hadden op de situatie .welke thans inde Middellandsöhe Zee heerseht. -De toon van de gesprekken was natuurlijk zeer vriendschappelijk; wie had dat anders verwacht. Men is algemeen van oordeel, dat er nog meer besprekingen tusschen deze kopstukken zullen volgen. 4 Duitschland en Italië, Hoewel Duitschland zich geheel afzijdig houdt in het conflict tusschen Italië en de leden van den Volkenbond, is het er toch' toe overgegaan den uitvoer naar Italië te beperken. Dit is niet gedaan om Italië te benadeelen, 1 maar wel om voor eigen keuken te zorgen. ■ Want de vraag naar diverse artikelen door i Italië is in Duitschland begrijpelijkerwijze zeer gestegen, nu de toevoer uit de Volkenbomdslanden wordt gestopt of beperkt. De Duitsche regeering heeft met veel opbef verklaard, dat zij er niet voor gevoelde cm O.W. te maken. Maar jn feite zal de zaak wel zoo zijn, dat zij wil voorkomen, dat de stoffen, welke zijn voor eigen huishouding en Sigen verdediging het meeste noodiig beeft, naar Italië zouden verhuizen. Er is een lijst van artikelen verschenen-, waarvan de uitvoer naar Italië verboden is. Op deze lijlst komen voor o,o.: boter, spek en andere dierlijke en plantaardige vetten; voorts ruwijzer, gietijzer, spoorwelraiis, teer en nog heel veel meer. _ Wjj noemen hiervan slechts aardappelen, huiden, vellen, grondstoffen voor rubber- en textielindustrie. Het uitvoerverbod treedt gedeeltelijk op 16 November en voor de rest op 25 November a.s. in werking]. , Van de fronten. Er hebben deze week groote veranderingen plaats gevonden op de fronten jn Aoessynïë. De ilatiaanscne colonnes nebben enorme vorderingen gemaakt. Vooral in het Zuiden, in Ogaden, hebben zij ineen paar dagen tijds meer dan 200 kilometer afgelegd. Voorname steunpunten op den weg naar Harrar en Jigja, waar de hoofdkwartieren van de Zuidelijke Abessynsche machten gevestigd zijn, bevinden zich nu in handen der Italianen. De voornaamste stad in dit gebied is Sasa Banéh aan de rivier de Tafan, waar thans de ItaLiaansche vlag wappert. De voorhoede van 'de Italianen hebben de stad Dagaboer reeds bereikt, zoodat Harrar reeds op ,200 k.m. is bereikt. Deze snelle opmarsch der Italianen onder leiding van den ouden vechtjas Graziami, tiie vooral in Lybië enorme ervaring heeft opgedaan, heeft groote consternatie inde Abessynsche hoofdstad Addis Abeba verwekt. Het geheelo verdedigingsplan der Abessynen is thans inde war gestuurd. Ook in het Noorden laten de Italianen er geen gras over groeien. De verwachting, dat zij na de bezetting van MakaJlé in het Noorden voorloopig een rustpoos zouden houden, is niet bewaarheid. De troepen op den rechtervleugel b.v. zuiveren hun geheel® terrein van den vijand, waarbij zij dezelfde taktiek als de negers toepassen, n.l. de guerilla. In kleine patrouilles trekken zij door bet onherbergzame terrein en tot nu toe met succes, — Nieuws uit de Afdeelingen. HOOGHALEN. Op Vrijdag 8 Nov. werd alhier een vergadering gehouden van de afd. Halen van den Dr.Bi.Bi. in café ,R) Mulder. De zaal was vrij goed bezet. Ook. de dames waren tegenwoordig. Als spreker trad op de heer A. Evers met als onderwerp: De N.V. Agrarische Pers. Spreker kweet zich uitstekend van zijn taak. wat tot gevolg had, dat verschillende aandeelen werden geplaatst. Tenslotte werd enkele personen opgedragen nog meerdere aandeelen aan den man te brengea BERKHOUT. Op 7 Nov. werd alhier een propagandavergadering gehouden van L. en M. Ruim 60 personen' waren aanwezig toen de heer Wt. Nobel Pz. de bijeenkomst opende. De heer De Lange, als spreker, bracht op zeer duidelijke Wijze doel en streven van onzen bond naar voren. Met medewerking van de

De balans van de week. Opgemaakt door A. GrariëF* Wapenstilstandsdag. Een Kerstvlucht naar ' Indië. De smokkelhandel herleeft alom. Italië protesteert tegen de sancties. Duitschland beperkt zijn uitvoer naar Italië. Snelle opmarsch der Italianen. Wij zoeken het steeds hooger, ,

BINNENLAND. W apenstilstandsdag. Alom inden lande maar ook in het buitenland is in gepaste soberheid op Sint Martinusdaig de wapenstilstand herdacht. Zevende jaren is het nu al geleden, dat bet laatste kanonschot inden grooten wereldoorlog van 1914—’18 viel. Wij allen, groot en klein, ondervinden de onbeschrijfelijke ellende en naweeen nog van cffe onteerende mensohenslachting en met verbazing vragen wij ons daarbij af, hoe het mogelijk is, dat er blijkbaar nóg meer leergeld moet worden betaald om het besef ingang te doen vinden, dat een bijlegging van geschillen op andere wijze mogelijk is dan elkaar ‘op onzachte en onbarmhartige wijze naar de andere wereld te helpen. Het mensebdom wil blijkbaar niet anders. Een Kerstvlucht naar Indië. De directie van de K.L.M. overweegt op het oogenblik ernstige plannen om met haar grootste vliegtuig, dat op eigen bodem is gebouwd, n.l. het Fokker vliegtuig, de F36 een Kerstvlucht naar Nederlandsch-Indië te laten ondernemen. Dat zal dus ongeveer een herhaling worden van de beroemde „Pelikaan”-vlucht. Maar er zit nu meer achter. Aan deze vlucht wordt veel belang gehecht, omdat zij wel eans vafl igeduchten invloed kon zijn op de bepaling van het materiaal. De laatste groote bestelling van de K.L.M. i Voor nieuwe vliegtuigen geschiedde in Amerika. De kans is groot, dat 'voortaan de bestellingen in eigen land zullen blijven. En in dit licht moeten wijde „Arend”-vlucht dit is de naaiü van de F36 bezien. Smokkel-herleving. Onze grensbewoners hebben door alle jaren heen op- en neergang inden smokkelhandel gekend. Vooral inde laatste jaren is er een slaptö riet te bekennen geweest. Alleen kwam er af en toe wijiziging inde producten, welke do grens clandestien werden ovargebracht en oök de richting is vaak gevarieerd. Die staat teö nauwste in verband met den prijs. Ook 'do wijze van smokkelen is vaak aan verandering onderhevig. Op het oogenblik tiert de kleinsmokkel weer welig. De klein-smokkel wordt bedreven door groot en klein, oud en jong. Heele gezinnen doen daar aan mee, om kletoo hoeveelheden levensmiddelen en gebruiksartikelen naar het andere land te brengen, waar behoefte aan 'die goederen is en waar «r au» aan dat klein spul te verdienen vaft. Do koimmiezen hebben aan onze grensstreken do handen op het oogenblik vol. De steeds dóórvretende werkloosheid werkt dezen klean-smokkei natuurlijk zeer inde hand. Als zoovel® andere misstanden. i "=— ■ Steeds hooger- De zucht naar meer en de zucht naar vooruit en naar hooger is den mensch ingeboren. De groote sensatie vaneen paar jaar terug was de stratosfeer-tocht van den Zwitsersch-Belgischen Professor Piecard, die toen mot een ballon een hoogte van 16.000 mieter bereikte. Het groote publiek had vóór dien zoo goed als nimmer van den stratosfeer gehoord, maar sedert dien gedenkwaardigen tocht van den langen professor is ze gemeen goed geworden. Maar bovendien is het gevolg ervan geweest, dal er sedert dien steeds meer pogingen werden aangewend om nog groeitere hoogten te bereiken. Deze zucht van overtreffing heeft een groot voordeel boven vele andere pogingen om records te breken. Want de poging om hooger te komen is niet te danken aan de sensatie het hoogte-record te breken, maarde drang komt hoofdzakelijk voort uit de zucht tot het doen van wetenschappelijke ontdekkingen daar in die onbegrensde hooge luchtlagan.. Thans hebben twee Amerikanen, waarvan "de eenden typisch Drentschen naam Stevens draagt (er zijn indertijd Drentsche StovenseO naar Amerika geëmigreerd), de allerhoogste hoogte bereikt waarin ooit menschelijke wezens verkeerd hebben. Met hun ballon „Explorer II”, welke speciaal is geconstrueerd voor de stratosfeorvaart* hebben zij een hoogte bereikt van niet minder dan 22.612 m. Hun wetenschappelijke ervaringen Jrunnen pas over eemgen tijd worden gepubliceerd, wanneer al hun instrumenten en aanteekeningen ziin „verwerkt”. jeugdclub werd een prachtig tableau op" gevoerd. Nadat verschillende vragen doof den spreker zeer duidelijk waren beantwoord, werd tot oprichting vaneen afdeeling besloten. Het voorloopig bestuur bestaat uit de heeren Nobel, Kamp, Kta}’ en Nobel. Het was een zeer geslaagd® avond EDAM. Te Middelie werd op 8 Noveen openbare vergadering gehouden met als spreker de heer J. de Lange met het onderwerp: „Wat is de weg voor bestaansmogelijkheid van den zuivelboer?’ Ongeveer 80 aanwezigen luisterden niet aandacht naar den geachten spreker, dio in zijn uiteenzetting zeer zeker uitmuntend is geslaagd. Van de gelegenheid tot debat werd geen gebruik gemaakt. OnZ0 jeugdafdeeling gaf dezen avond haar me' dewerking met' tableau en voordracht' Negen nieuwe leden traden toe-