is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 20, 12-12-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorts zijn verkrijgbaar: E>e boerenbonden en de sodaal-democraüe J. Smid, (no. 3). De welvaart van het Nederlandsche Volk en de nood inden landbouw door Prof. L. van Vuuren, (no. 4). Is devaluatie van den gulden gewenscht? (no. 5), rapport vaneen ingestelde commissie, bestaande uit de heeren J. Smid, Dr. Oortwijn Botjes en L. Weijer. Is corporatieve vertegenwoordiging in het belang van den boerenstand? (no. 7), rapport vaneen commissie, bestaande uit de heeren Mr. Dr. J. Linthorst Homan, L. Weijer en R. P. Sijbesma. De dwaasheid der koopkracht-theorie en de verhouding tusschen landbouw en industrie, (no. 8), door J. Smid. Oud en Nieuw; gisteren en morgen in het boerenleven, (no. 9), door Prof. Ir. W. Schermerhorn.

De laatste brochures zijn alle verkrijgbaar voer 5 c. per exempi., 5 ex. en meer 4 c. per stuk, 10 ex. en meer 3 c. per stuk, 25 ex, en meer 2 c. per stuk, boven 100 ex. 1 o. per stuk. Couranten. Voor het werven van abonné’s op ons orgaan, stellen wij gratis pakketjes proefnummers beschikbaar voor de piaatselijke propagandisten. leder lid trachte daarenboven door het laten lezen van ons blad aan zijn buurman of vriend nieuwe abonné’s te werven. Ons ledenen abonnétal moet en kan met aller toewijding verdubbeld worden! Insignes. Verkrijgbaar zijn voorts onze bondainsignes in massa, zoowel als per stuk. Bij hoeveelheden aan afdeeiingen kosten ze 25 c. per stuk, rechtstreeks aan de leden per post zijn ze te bekomen voor 31 c. (postzegel inbegrepen). Deze prijls kan voor niemand een bezwaar zijn, daarom drage ieder lid en al zijn huisgenooten, waar ze ook mogen komen, steeds ons bondsinsigne als de stille propagandist voor onze beweging en ons doel. Kalenders. Sinterklaas ligt weer achter ons. Nog enkele weken resten ons en het jaar 1935 met al zijn wel en wee gaat van ons heen. Daarom is het tijd aandacht te besteden aan ons insigne inde huiskamer. Voor de derde maal komt Landbouw en Maatschappij met een dergelijk insigne. Ons bondsinsigne, waarover we boven (schreven, blijft jaar in jaar uit gelijk. Het insigne aan de wand van onze huiskamer wisselt ieder jaar van kleur. Was het eerste jaar onze kalender zeer bescheiden van omvang en kwaliteit, het vorig jaar brachten we een meer ingewikkelde kalender, waarop symbolisch was aangegeven de verhouding tusschen landbouw en andere bedrijfstakken. In diverse kleuren uitgevoérd, gaf het geheel de doelstelling weer van onze beweging; de landbouw de fundamenteel© plaatste hergeven die hem rechtens toekemt. In medaillon verscheen daar tusschen het portret, van onzen adviseur. Voer dit jaar is de kalender in frisch-groene kleur gedrukt, afgezet in zwart-bruin op crêmepapier. Als een ve-jjongende groet van het zuivere plattelandsleven hangt zij straks aan de wand. Immers naast de frissebe kleur wordt ineen t eekening weergegeven de harmonische samenwerking tusschen boer en boerin, tusschen man en vrouw, die samen arbeiden aan de verheffing van hun stand en daarom samen inde beweging Landbouw en Maatschappij ploegen voor betere verhoudingen. Onder op de kalender staat een tweeregelig vers uit ons landspel:' O, Volk van Neêrland volg de lijnen, Die Smid ons aangegeven heeft! Het kalenderblaadje geeft meer dan vorige Jaren gelegenheid cm er notities op te maken, t erwijl evenals voorheen daarop slagzinnen zijn aangebracht. Aan de wenschen van velen, die de vorige kalender te groot vonden is tegemoet gekomen dooreen kleiner formaat te Mezen. Daarenboven is dit, gebild van stevig karton, zoodat van omkrullen yeen sprake is. Ondanks alle verbeteringen hebben we toch de prijs niet behoeven te verhoogen. Evenals voorheen is de kalender inde afdeeiingen verkrijgbaar voor 25 c. per stuk. Vanaf ons bureau rechtstreeks toegezonden 35. c. per stuk, als gevolg van meerdere, porto. Het vorig jaar hing onze kalender inde kamers van duizenden leden. Thans lieten we een groot aantal vervaardigen, omdat ons ledental sterk is uitgebreid. Ben spoedige bestelling is evenwel gewenscht. Men is dan verzekerd op 1 Jan. a.s. het insigne 1936 inde huiskamer te kunnen ophangen. Wanneer men de kalender ziet, zijn wij er van overtuigd, dat men zal zeggen: hoe is het mogélijk, dat die voor zoo’n prijsje kan worden geleverd. Ons antwoord daarop is: omdat het geschiedde , in samenwerking met onze nieuwe onderneming de N.V. De Agrarische Pers, waar de kalender reeds werd gedrukt. Degenen die behoefte gevoelen, als bewijs van sympathie. voor dit nieuwe product en ter steun aan de propaganda die veel geld verslindt wijzen er op dat de minimum prijs 25 c., resp. 35 c. is en dat er nog altijd ©en pr opaganda fonds is dat- noodig aanvulling behoeft! We wachten thans Uw antwoord! De s©cr. INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. Onze speciaal-artikelen zijn: Dameskleeding ■ Damesstoffen Tapijten – Gordijnen Vloerbedekkingen. £• O. Huizing Zonen JVUJSSELKANAAL.

INGEZONDEN MEDEDEELING. WINTERJASSEN REGENJASSEN COSTUMES in betere kwaliteiten, voor lage prijzen. He koopt u bij hJISII De eenige weg. Onze volkshuishouding, dd© zich eens kenmerkte dooreen bloeiende welvaart, is de laatste jaren in groote moeilijkheden komen te verkeeren. De nationale inkomsten zijn nj. niet meer voldoende om de nationale Uitgaven te dekken. Er is dus een tekort, dat, zooals de laatste jaren valt waar te nemen, .tenslotte den economischer: ondergang tengevolge moet hebben. Hoe is nu dit tekort ontstaan? Heeft ons land onverantwoordelijke uitgaven gedaan of zijnde inkomsten zoo geweldig gedaald? Beide vragen moeten helaas bevestigend beantwoord worden. Inderdaad zijnde inkomsten enorm gedaald. De uitgaven zijn daarentegen weliswaar niet gestegen, doch er is ook niet voldoende getracht ze in evenredigheid tot de gedaalde inkomsten op een dragelijk peil terug te brengen, hetgeen, gezien vanuit een oogpunt van verstandig beleid, als onverantwoordelijk moet worden beschouwd. Globaal genomen ziet de rekening van onze volkshuisvesting er als volgt uit; aan de debetzijde de inkomsten uit export, rente van aan het buitenland geleend kapitaal, inkomsten uit scheepvaart, transitverkeer en de koloniën. Daar staan tegenover de uitgaven voor import van diverse goederen, die voor een deel niet en voor een deel wel in eigen land zouden kunnen worden gewonnen. Bij een vergelijking van deze balans met die van eenige jaren geleden zien wij, dat onder de inkomsten eenige posten zijn doorgehaald, terwijl andere een geweldigen achteruitgang aanwijzen. De rente voor geleend kapitaal wordt slecht betaald, van aflossing is inde meeste gevallen geen sprake meer en dat we het stamkapitaal ooit nog eens zullen terugzien, lijkt zeer onwaarschijnlijk. De scheepvaart moet met steun van den staat op gang gehouden worden; netto inkomsten vallen, hier niet meer te boeken. De transitohandel is eveneens zoo goed als verdwenen, Nederlandseh-Indië vraagt nog steeds om steun van bet moederland en de export, welke op het papier nog het eenige positieve resultaat aanwijst, is schrikbarend achteruitgegaan. Uit dit alles blijkt dus, dat ons vanwege bet buitenland weinig voordselen deelachüg worden. De post „Import” op, de uitgavenrekendng is weliswaar ook gedaald, doch, zooals gezegd, lang niet in gelijke verhouding tot den totalen achteruitgang van het algemeene inkomstencijfer. Zoodoende vertoont onze , welvaartsbalans in het algemeen een enorm verlies, dat tenslotte de oorzaak is van al de ellende, waarondér ons bedrijfsleven nii al jarenlang gehukt gaat. Het ligt nu voor de hand, dat wij bij de beantwoording van de vraag, hoe het gewenschte evenwicht weer kan worden hersteld, Inde eerste plaats dienen na te gaan of en, zoo ja, langs welken weg wijde bovengenoemde inkomsten weer kunnen terugwinnen. Hieruit nu blijkt, dat .dit inde meeste gevallen helaas niét het geval zal zijn. Neem b.v. den kapitaaldienst. Onze grootste schuldenaar is Duitschland, dat .thans bezig is, mede van dit geleende geld, een leger: op te richten, dat nooit in dien zin productief kan zijn, dat het voórdeelen afwerpt, waaruit de schuld zou kunnen worden betaald. En uit welke andere bron onze vordering pp dit land wel zou kunnen worden gedelgd, weten alle economen evenmin als wij. Het is verloren geld. Herstel van de scheepvaart dan? Onze verwachtingen zijn hier niet hoog gespannen. De internationale handel, waarvan onze bedrijfstak móet bestaan, is daartoe te zeer geslonken en het streven naar autarkie in diverse landen laat slechts weinig plaats voor de hoop, dat hierin binnen afzienbaren tijd verandering zal komen. De achteruitgang van den doorvoerhandel is aan dezelfde, oorzaken toe te schrijven. In Indië is de toestand eenigszins verbeterd, doch nog lang niet in die mate, dat we van dien kant een wezenlijke aanvulling van het tekort kunnen verwachten. Rest ons tenslotte nog de export, waarvan we zooeven beweerden, dat deze althans op papier, nog de eenige positieve post op onze inkomstenrekening vormt. Men trekke hier echter uit bet woord „positief” geen onjuiste conclusies! Want het is zeer de vraag, of een deel van het bedrag, dat de waarde van onzen uitvoer weergeeft, in werkelijkheid, als winst kan worden aangerekend. Voor zoover dit bedrag betrekking heeft op den export van bodem- en aanverwante producten kunnen wij zonder meer aantoonen, dat in het algemeen gesproken van winst geen sprake is. Neem b.v. den verkoop van boter naar Engeland; daar moet geld bij. Neem verder den uitvoer van zuivelproducten in het algemeen en van varkensspek; ook daar moet geld bij, want meestal werden de grondstoffen dezer producten (het voeder) in het buitenland gekocht en ontvingen wij voor het eindproduct niet zooveel terug, dat er wat op overschoot. Neem tenslotte onze tuinbouwproducten; zij worden weliswaar gedeeltelijk, d.w.z. voor zoover we ze nog met veel moeite in, bet buitenland kunnen onderbrengen, behoorlijk betaald, doch aan den anderen kant worden in het binnenland zooveel hoeveelheden vernietigd, dat het uiteindelijk resultaat minder dan nul is. De bij vele exportartikelen geleden verliezen zijn oorzaak, dat de op andere producten gemaakte winsten voor ons land als geheel voor een groot deel verloren gaan, zoodat het eindresultaat zeer twijfelachtig is. Ondanks deze feiten, wordt er telkens weer op gewezen, dat het noodzakelijk is den export uitte breiden. Velen zijn zelfs van meenir.r dat dit de eenige mogelijkheid is om den ondergang te voorkomen. Wij staan op een ander standpunt. Want, zoo vragen wij

lons al, waarheen dan exporteeren? Naar welke landen? En welke artikelen? Wie op deze vraag een bevredigend antwoord kan geven, heeft er recht op als den redder des Vaderlands te worden gehuldigd. Op, de tot dusver bekende lijst van onze buitenlandsche afnemers, vinden we geen enkel land, dat gewild is ons een grooter invoerkwantum toe te staan en de landen, welke niet op die lijst voorkomen, bebooren, met uitzondering van misschien enkele ongecultiveerde negerstaten, waar aan onze voortbrengselen geen behoefte bestaat, tot de nog niet ontdekte wereld. Het is dus duidelijk, dat we bet in geen geval, zooals thans helaas geschiedt, hierop mogen laten aankomen. Wij kunnen niet vaak . en niet ernstig genoeg op de gevaren wijzen, welke aan dit inzicht, dat helaas ook de leidende figuren uit ons bedrijfsleven zijti toegedaan, kleeft. De afslachtingen vaneen deel van onzen kostbaren veestapel en de vernieti’ ging van groote hoeveelheden bodemproducten, welke de laatste jaren plaats vonden, , zijn indirect aan dit standpunt toe te schrijven. [ Daarom kunnen wijde meaning, welke minis-, ter Deckers dezer dagen bij de behandeling ‘ van de Landbouwbegrooting t.a.v. den export s te kennen gaf en volgens welke men dienaan' gaande niet al te pessimistisch moet zijn, niet [ waardeeren. Men vergete toch vooral niet, dat op elke hoopgevende uitlating omtrent de ex, portkansen nieuwe teleurstellingen mosten volf gen. Ais voorbeeld wijzen wij op de heer, schend© boter- en vleeschschaarschte in j Duitschland, welke de vraag naar deze produc( ten weer voor even heeft doen toenemen. Het baart ons groote zorg, dat ook uit dit verschijnsel al weer hoopvolle conclusies voor de , toekomst getrokken worden. „Zie je wel”, ai' dus wordt reeds geredeneerd, „men kan daar [ op den duur het zonder ons niet Maar spelen; , de Duitschers komen vanzelf, door den nood [ gedreven, weer bij ons terug.” En het is niet , uitgesloten, dat deze of gene zijn melkvee- en l varkensstapel met het oog op dit verschijnsel j weer voor de toekomst veilig waant. Hij is er evenwel glad naast, want de schaarschte . aan genoemde producten is slechts tijdelijk en voor de Duitsche landbouwautoriteiten een prikkel temeer om met dubbele energie en dubbele snelheid op het doel, dat hier zelfvoorziening heet, aan te sturen. Neen, ook van den kant van den export is voorloopig geen vermeerdering der nationale inkomsten te verwachten, al wil men het ook nog zoo graag. Duitschland en Engeland waren tot dusver en zijn ook thans nog verreweg onze voornaamste afnemers. De uitvoer daarheen is de laatste jaren echter geweldig gedaald en elk insider weet, dat de kansen op uitbreiding daarvan uitgesloten moeten worden geacht. Wij hebben te dezer plaatse reeds te vaak de motieven voor deze bewering uiteengezet, dan dat we ze hier nog eens zouden moeten, herhalen. Wij waardeeren intusscheh de pogingen van onzen handel om elders meer afzet te vinden zeer, doch men zal het met ons eens zijn, dat de tot dusver bereikte resultaten te onbeduidend zijn om hiernaar den koers, welke ons bedrijfsleven moet inslaan,, af te stemmen. Hoe dan tot het gewenschte evenwicht te komen? Voor wie het bovenstaande goed heeft gevolgd, ligt het antwoord voor de hand. Bijna elke verantwoordelijke huismoeder, wier inkomsten eveneens gedaald zijns heeft het middel reeds lang, bewust of onbewust, te baat genomen. Het heet op eenvoudig Hollandsch; evenredige vermindering der uitgaven of m.a.w. minder buitenlands (inde huismoedertaal: buitenshuis) koópen en trachten zooveel mogelijk zelf de noodzakelijkste dingen voort te brengen. Als de huismoeder hiertoe besluit, weet zij, dat ze het veel drukker zal krijgen en dat ze zich in menig opzicht zal moeten behelpen, doch ze weet ook, dat'er niets anders 'opzit om te voorkomen, dat ze zoo ze niet onder de schulden wil komen aan de armoede en honger wordt overgeleverd. Voor den Neder]andschen Staat zit er ook niets andere op, dan dit voorbeeld van de huismoeder te volgen. Én voor hem vloeien daaruit precies dezelfde consequenties voort; meerarbeid, zich op velerlei gebied behelpen, doch voorkoming vaneen anders wissen algeheelen ondergang! De heeren, die geroepen zijn, leiding aan het economisch beleid te geven, wanen zich toch .vooral niet te geleerd, of beschouwen de economische structuur van ons bedrijfsleven niet te gecompliceerd om tot dit eenvoudige’huisvrouwenmiddei hun toevlucht te nemen, resp. daarvan succes te verwachten. Het is de eenige weg! En hij voert ons onmiddellijk terug naar den Nederlandscfaen bodem, waarvan ons economisch beleid, ondanks de z.g. steunmaatregelen der laatste jaren, zoo bedroevend ver is afgedwaa’d. Laten wij als voorbeeld weer tot de huismoeder terugkeeren; elk. kind kan ons dan begrijpen. Als deze een stukje grond heeft, zal zij daarvan in het bovengestelde geval zooveel mogelijk levensmiddelen, als aardappelen en groenten, trachten te halen. Hiervoor behoeft zij dan geen geld naar den winkelier te brengen; zij zal zelf zooveel mogelijk de noodige kleeren voor haar en haar gezin naaien en slechts voor die dingen geld uitgeven, welke zij zelf niet kan maken en het meest noodig zijn. Zoo doende heeft zij kans den moeilijken tijd het hoofd te bieden en brengt zij tevens haar kinderen de noodige spaarzaamheid bij, welke voor hen in ’t verdere leven van onschatbare ■ waarde is. Volgt Nederland dit voorbeeld, dan is er kans, dat we dezen moeilijken, somberen tijd, welke .thans geen . perspectieven meer biedt, als zelfstandigen staat zullen doorworstelen en als dan ooit weer eens wat meer voorspoed moge aanbreken, zal ons nageslacht daarvan den zegen ervaren. Daarom blijft er, of men wil of niet, niets anders over dan inde eerste plaats de vruchtbaarheid van den Neder! andsch en bodem te erkennen en haar als een zegen aan het Nederlandsche volk deelachtig te doen worden. De afslachting van het vee en de'vernietiging van groote hoeveelheden levensmiddelen (o.a, groenten) staat met de waardeering van deze zegeningen in schril contrast. Het menschelijk gevoel moet hiervan terugschrikken. De Nederlandsche bodem is met die van onze koloniën in staat, of zoodanig in staat te brengen, dat er voldoende op kan groeien om onze geheele bevolking van Levensmiddelen eh kleedij te voorzien. Eenige wijziging inde structuur van dien bodem en invoerrechten aan de grens ter wering, van het buitenlandsche product is hier het eenige en eenvoudige middel om zijn doei te bereiken.

s Maarde uitvoer dan, zoo hoor ik reeds ; vragen, die zal daardoor todh zeker sterk afnemen? Ongetwijfeld! Doch geen nood, want die uit voer gaat ook thans reeds voor een deel met verlies gepaard en zal zich met de tot dusver daarvoor in aanmerking komende artikelen ook nooit meer inden ouden omvang herstellen, eerder zal hij ook zonder dat wijden invoer belemmeringen inden weg leggen, steeds meer afnemen. Naast de zorg voor voldoende levensmiddelen en kleedij (we komen vaneen en ander zeker nog meer dan 50 pet. tekort) dienen we de behoefte aan industrieele benoodigdheden zooveel mogelijk zelf te gaan fabriceeren. Indië kan dan in belangrijke mate voor de voortbrenging van grondstoffen mobiel worden gemaakt. En voor zoover die grondstoffen daar niet te vinden zijn, zullen we ze elders uit de opbrengst van bepaalde artikelen (die men altijd bij ons als gedeeltelijke bezitters van het wereld monopolie zal blijven koopen) moeten betrekken. En voor zoover onze geldbeurs niet toereikend is, zullen wij ons bepaalde dingen moeten ontzeggen en ons, evenals de huismoeder, moeten men te behelpen. Ik hoor mij reeds tegenwerpen: Wat een hervorming! Wat een durf! Alles waar, doch tenslotte de eenige weg om ons land en volk voor het allerergste te bewaren. De eenige weg ook om het groeiende aantal werkloozen weer den zegen van den arbeid terug te geven. De eenige weg om een basis te scheppen voor een nieuwe welvaart. De eenige weg om het Nederlandsche volk weer het geloof in zijn bekwaamheid, moed en volharding terug te geven en de eenige weg tenslotte om, gedachtig aan het luctor et emergo, tegenover ons zelt en ons nageslacht op deze wereld onze plichten te vervuilen. Z. INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. Het Adres voor Primo Landbouwtouw en Leerwerk is G. J. METZ bij ’t Hoofdstation – STADSKANAAL. Wij komen geregeld met een groote voorraad aan de markt te Emmen en Coevorden. Beleefd aanbevelend. Bloempjes Twee mobilisaties. Onder bovenstaand hoofd wordt in „Boerenstrijd”, het plattelands-orgaan van de N.5.8., een vergelijking gemaakt tusschen onzen Asser landdag en den Haagschen landdag van de N.S.B. Volgens den schrijver is de geest eener beweging de beste maatstaf om de offervaardigheid en de strijdlust te beoordeelen en komt deze geest het best tot uiting op de algemeene appèls. Dan komt de vergelijking. „Op den weg naar .Assen was een groet tusschen bekenden het eenige geluid, dat vernomen werd. Met hun kromgewerkte lichamen zaten ze in doffe berusting op hun fiets, die hen haast machinaal naar Assen vervoerde.” Schrijver dezer regelen heeft de Asser entrée ook medegemaakt. Onder en tusschen de meetinggangers heeft hij verschillende gesprekken kunnen opvangen, waaruit hem bleek, wat ’n reis sommigen hunner reeds achter den rug hadden en hoe velen hunner, mannen en vrouwen, extra-vroeg waren opgestaan om op de boerderij nog het noodige werk te doen en de kinders schoolvaardig te maken! Wij hebben „paf” gestaan van die „offervaardigheid” en we hebben hun „geest” bewonderd! De Haagsche landdag daarentegen was heel wat anders. Overal waar de trein stopte werd reikhalzend door ’t coupéraampje gekeken, of ook „kameraden” moesten instappen en dan weerklonk daverend een „houzee”. Eén orkaan van enthousiasme overvulde de gewelven van het perron. Eén waren we.” En dan verder, te Assen: „taaie, afgezaagde, ellenlange, velen niet interesseerende redevoeringen”, en in Den Haag; „korte, principieele, krachtige redevoeringen”. Kortom, Assen futloos, Den Haag onweerstaanbaar! L. & M., gedoemd ten onder te gaan, naast de N.5.8., de voorlooper van hetgeen zal komen! Wij gunnen den N.5.8.-scrlbent gaarne zijn triumphen en zijn hoop op de toekomst, maar met kracht en klem komen we op tegen zijn gansch verkeerde visie op ons boerenvolk. Wie, als wij, hiervan deel uitmaakt en -tientallen jaren daaronder heeft geleefd en gewerkt, weet welk ’n prestatie het aan d’eenen kant voor de leiders is geweest om zoo’n massa in beweging te krijgen, en wat ’n durf en „offervaardigheid” aan d’anderen kant zijn betoond door de op dit terrein gansch ongeschoolde 1 plattelanders. Het N.5.8.-sche vonnis is onjuist en buitengewoon onrechtvaardig! We teekenen appèl aan en vragen herziening! ♦ * * Een regeeringsconflict op til? Er schijnen onweerskoppen aan den politieken horizon te verrijzen! Deze zouden bij de begroeting van onderwijs kunnen losbarsten. Door de volledige a.r.- en c.h. fracties is een amendement ingediend, dat tot strekking heeft de gehuwde Onderwijzeres, die geen kostwinster is, te ontslaan. Dit amendement zal zeker aangenomen worden, wat met name voor de v.d. Ministers een bijzonder bittere pil, zoude zijn. Dan nog schijnt eveneens vast te staan, dat de gansche rechterzijde haar stem zal onthouden aan de voorgestelde concentratie van bijzondere scholen. Zou dit gerucht werkelijkheid worden, dan ware daarmede het sein gegeven voor de v.d. Ministers en ook voor den v.b. bewindsman, om uit het Kabinet te treden. Trouwens, de Premier heeft vaak gezegd, dat ook de onderwijspolitiek regeerings-politiek is. Alzoo, de Kerstweek kan nog verrassingen baren! ♦ ♦ ♦

3 INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. t WESI'HRWOLDE en Omgeving II H D. KLEIN j Vlagtwedder Meubelhuis Uw adres voor ; Complete Meubileerlng i TEL. 45. EGBERT BOITEN – VeendalD KERKSTRAAT. Huish. Artikelen Ijzerwaren i Gereedschappen i Uw i i I Woninginrichting SMAAKVOL SOLIDE | EN LAAG IN PRSJSj HER ES i .. VEEM®AM BOV. OOSTERDIEP 101 ■ Coords pakken . , , . t 11.23 1 „ dassen .... – 7.00 Winterjassen vanaf – 11.00 ■ E. J. LUTH – ffleeS v/h. D. DAVIDS. Barnes- en Heerenkleedltig naar maat. Heerenmodes. MEM STAVAST Buinersluls – Stadskanaal» Het adres voor Betere Kleedmg. Prijsregeling rogge en -gen*. De minister van landbouw en visscherü maakt bekend, dat het inde bedoeling van de regeering ligt om voor de oogsten 1936, 1937 en 1938 van rogge en gerst zoodanige maatregelen te treffen, dat een prijs wordt bereikt, liggende tusschen f7 en f 8 per 100 K.G., geleverd ter gewone marktplaats. Deze toezegging voor een langen termijn geschiedt, om door het verschaffen van zoo groot mogelijke zekerheid ten aanzien van den priis van deze producten het den landbouwers beter mogelijk te maken, zich met de inrichting van hun bedrijf en hun bouwplan aan te passen aan de door de omstandigheden gewenschte wijzigingen In hun bedrijf. Ten gevolge van den langen termijn, waarvoor deze garantie geldt, moet ten aanzien van de wijze waarop de prijs zal worden bereikt de volle vrijheid worden voorbehouden, terwijl uiteraard het voorbehoud moet worden gemaakt, dat onder zeer bijzondere en nu nog niet te voorziene omstandigheden ie noodzaak kan dwingen, op deze toezegging terug te komen. Ongetwijfeld een belangrijke stap inde goede richting. Evenwel meenen we eraan te mogen herinneren, dat de vooroorlogsche prijs van rogge f 8 a f 8,59 per 100 kg. en van gerst f 9 a f 9.50 per 100 kg. was, terwijl de strooprijs varieerde om f2O. * * * 70—140—175 a 200. De gemeenteraad van Amsterdam heeft het voorstel van B. en W., strekkende tot verlaging van de loonen en salarissen van ambtenaren en werklieden, onderwijzend personeel, hoogleeraren en lectoren aan de universlteit, verworpen met 29 tegen 14 stemmen. Onder de tegenstemmers waren 2 katholieken en verder de sociaal-democraten, de communisten en de heeren Ketelaar (v.d.), Roobol fc.d.), Crucq (nat. h.) en Hartogh (partijloos). Wij wijzen hierop, omdat eruit blijkt, hoe het woord „aanpassen” voor deze heeren nog altijd Fransch is! Het Is opnieuw de proef op de som voor ons beweren, dat het verbroken evenwicht tusschen de verdiensten Inden landbouw en inde beschutte bedrijven, slechts zal kunnen worden hersteld door den landbouw omhoog te trekken. BRILDEN ’t Adres voor een zuiver passende BRIL» is bij S. DE VRIES Sr., Opticien – Molenstraat – Meppel. Vakkundige bediening. Alle brillen worden in eigen werkplaats geslepen. Aanbevelend. KLEINTJES Van I—3 regels f 0.25. Elke regel meer 8 cent. TE HUUR: een Boerderij te Wittelte, gr. 12 H.A. groen- en • bouwland. Briefjes inleveren t/m 20 Dec. bij B, v.d. Berg, Lokbrug, Havelte.