is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 36, 02-04-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 April 1936. 4e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 36. Derde Blad.

Minister Deckers inden Bloementuin. Liever dan des heeren Westermans beeld de lappendeken te gebruiken, aldus ”"Q- Deckers, en daarbij te moeten denken San een muffe en duffe alkoof, wil ik het f-amerciebat vergelijken met een bloemen-UJ? en daarin gaarne een wandeling maken. Z.E. merkt voorts op, dat hij den heer Westerman heeft hooren zeggen dat de •oorschriften van de LandbouwcrisiswetgelnS zulk een omvang hebben aangenomen, «at niemand er meer wegwijs in kan worj?n> ook de Minister niet. Deze afgevaarölgde gevoelt dus behoefte, vervolgde Z.E., aan een gids. Spr. wil een poging wagen om aaarin te voorzien en daarom het verleden, ,t heden en de toekomst van de Landbouworisiswetgeving aan een beschouwing onderwerpen. Spr. staat dan stil bij het ontstaan van v® landbouwcrisiswetgeving vanaf dein-Werking-treding van de tarwewet 1931 om Vervolgens alle nieuwe maatregelen te releveren. Wanneer we al deze wetten overzien, alvus Z.E., dat zij alle zonder één uitzondedezen grondslag gemeen hebben; geboden wordt bedrijfssteun, geen individu-' eele steun. Het geldt hier geen armenzorg, het geldt hier een poging om den vader-Jandschen landbouw in het belang van de Êeheele volksgemeenschap in stand te houden, Mogen wij nu ten aanzien van de landbouwcrisiswetgeving niet spreken van steun, Voals de geachte afgevaardigden de heeren Louwes, Droesen, Weitkamp en Van Voorst l°t Voorst mij hebben voorgehouden, vraagt sPr. En hij wijst als antwoord op die vraag haar de Landbouwcrisiswet, waarin in art. “ o.m. wordt gezegd: „Tot steun aan of ten behoeve vandoor of vanwege Onzen Minister erkende producenten of groepen van Producenten van crisisproducten, enz.” Deze wet spreekt niet alleen van steun han den landbouw, maar zelfs van steun nan de producenten. Spr.’s meening is, dat hot beter is om te spreken van hulp aan be bedrijven, dan van steun aan de producenten. Dat is ook beter inden geest van be wet, want de wet heeft zich op het geplaatst, dat het haar bedoeling •s de bedrijven in stand te houden. Dus ik help, aldus de Minister, de bedrijven, ik steun de producten en daarvoor hoeft de Producent zich niet te schamen. Evengoed bunnen we zeggen, dat de industrieelen steun genieten door de werking van de contjhgenteeringen; ook daarin is geen schande. Wij moeten ons op dit standpunt stellen, bat wij langs verschillende wegen en ook via verschillende Departementen onderscheidene maatregelen nemen tot het bieden hulp aan het economische leven in Neberland. (Accoord Excellentie en daarom thoet de Regeering er toe medewerken dat be onderlinge ruilverhoudingen tusschen Platteland en stad zoodanig zijn, dat het economische leven in Nederland weer op Hang komt. Daarom moeten de cijfers 70— 140—175 uit de wereld!) Spr. releveert nu het ontstaan van het Landbouwcrisisfonds en wijst er in antwoord aan den heer Ebels op, dat het zoo moeilijk Is de begroeting van dit fonds eerder in te bienen. Daarover is vroeger ook reeds gedaagd, maar spr. meent dat, ook met de beste wil bezield, toch de ramingen buitengewoon moeilijk en zeer oppervlakkig zullen BJjn. Hoe kan ik, vraagt spr., ook maar ®®nigszins betrouwbare ramingen geven van be opbrengst vaneen oogst, die in het volgend jaar zich moet ontwikkelen? Ten eerste spr. niet of de oogst zal gelukken een "Ch tweede niet, wat de opbrengst daarvan ~al zijn. Deze uitroep ontlokte aan den heer “bekes de opmerking of de Minister zulks op bit tijdstip wel kan ramen. Hoe dichter ik, al*us antwoordt de Min., het tijdstip van de kerkelijkheid nader, hoe minder risico ik "eb om verkeerd te ramen. Bij die ramingen BÜn we voorts zeer en zeer afhankelijk van *h het buitenland genomen maatregelen. ®Pr. zegt echter toe, er naar te zullen stre-v®n om de indiening van de volgende beboeting eerder te doen plaats hebben. Spr. MM er echter op, dat de begroeting van {Jet Landbouwcrisisfonds niet past in het begrip dat men vaneen gewone RAksbebooting kan vormen. De uitgaven en mkom®ten van het landbouwcrisisfondS kunnen "let Ineen ijzeren vorm worden vastgelegd. 2 JS. motiveert dan de huidige opzet van be begroeting en bestrijdt de zienswijze van be heeren Teulings en Smeenk, die van "goedpraten” en „camouflage” hebben gebroken. Die woorden vinden weerklank buiten de Kamer, en het Landbouwcrisisronds en de geheele landbouwcrisisidenst «taan voortdurend bloot aan critiek, dieniet bltijd even eerlijk is en zeker niet altijd in zin wordt geoefend. Ik zit er ?}ee, merkt Z.E. op, en om een oplossing te *lhden, heeft spr. het besluit genomen de eigende begroeting weer in te richten vol-6ehs het systeem 1935. 2.E. zet dan uiteen wat de zuivelpot vjgenlijk is. (Onzen lezers is dit wel bekend. veehouders herinneren zich alleen, dat L van den inhoud van de zuivelpot niets Xtra hebben ontvangen en dat er een milten uit gebruikt wordt voor zuivelpropaebnda, waarbij de naam margarine niet worden genoemd!) sPr. heeft, evenals verschillende heeren, eenigszins bureaucratische inrichting van ®h landbouwcrisisdienst getroffen. Men het kö Let in ons land vigeerende stelsel ertsisproduct veelal van den producent van de grens af tot den consument toe. b dien geheelen weg wordt door den kjjbbcmwcrisisdienst het product gevolgd, gjj Kan niet anders gebeuren dan met een Ljlot eh krachtig gecentraliseerd apparaat. ov v°lgen is een gevolg van bezorgdheid het voorkomen van fraude. Men heeft Lanrt rts naar gestreefd om nijverheid en Mla el 200 min mogelijk te schaden en men baamaast zeker zijn, zooveel mogelijk vap aten te bereiken. (Jammer is het, dat al deze wenschen zoo weinig terecht is Men heeft door al de regelingen 6he ? ln de hand gewerkt, men heeft het staftrt 6 bedrijfsleven evenals den boerenleit geperst ineen keurslijf van maatrege®b de flnancleele uitkomsten zijn nog

van dien aard, dat de boerenbevolking nauwelijks voor verdrinken wordt behoed, tenminste in meerderheid.) Men kan andere systemen volgen, waarbij men het product treft, hetzij aan de bron, hetzij aan de grens, maar tot welke maatregelen die andere systemen dan ook zouden moeten leiden, valt niet vooruit te zeggen. Ze zullen hun noodzakelijkheid doen gevoelen, terwijl men met een bepaald stelsel aan het werk is. Toen ik optrad als Minister van Landbouw, vond ik ten aanzien van de aardappelteelt een nogal ingewikkeld stelsel, waarbij belast was het vervoer van de aardappelen. Dit maakte zeer veel controle noodzakelijk. Ik heb nu, zoo vervolgt Z.E., dat stelsel vervangen dooreen veel eenvoudiger n.l. het stelsel van teeltvergunningen. Spr. zet dit nader uiteen. (Minister Deckers heeft hier blijk gegeven met de landbouwcrisiswetgeving nog niet op de hoogte te zijn. De beer Westerman had het bij het goede eind. Immers het ingewikkelde stelsel van 1934 met de consumptieaardappels, werd in het najaar van datzelfde jaar dus 1934 vervangen dooreen eenvoudiger stelsel, de heffing per H.A. Dit geschiedde door Minister Steenberghe en toen was er nog geen sprake van het optreden van Minister Deckers als Landbouwdictator!) De landbouwcrisismaatregelen zijn indertijd genomen, toen wij nog leefden inde hoop, dat zij maar betrekkelijk korten tijd zouden moeten dienen en nu duren zij al jaren en wie weet hoe lang het nog zal duren, vóór wijde crisismaatregelen achterwege kunhen laten. (Had men in 1931 maar naar den heer Smid geluisterd, toen die waarschuwend zijn stem heeft doen hooren! Regeeren is vooruitzien en tot hiertoe heeft men dat in Den Haag nog niet gedaan.) Z.E! meent, dat de Regeering niet gerechtigd is verder te gaan dan de landbouwcrisiswetgever wil, nl. het verschaffen van een redelijk bestaan aan degenen, die in den landbouw werkzaam zijn. Er is natuurlijk eenige speling, maar wij kunnen niet verder gaan met onzen bijslag dan tot dit doel: het landbouwbedrijf, dat wij eenige hulp geven, in stand te houden, onder redelijke voorwaarden, niet om winst te maken. Natuurlijk moet de boer met zijn gezin kunnen leven, maar het doel van den wetgever is het in stand houden van het bedrijf. Wil men verder gaan, wil men hebben, dat er zoodanig gesteund wordt, dat de landbouwers nog geld op zij kunnen leggen, dan handelen wij niet inden geest van den wetgever, zoo betoogde Min. Deckers verder. (De boer vraagt ook niet meer dan redelijke voorwaarden voor zich en zijn gezin. Onder redelijke voorwaarden dient toch te worden verstaan dat dit boerengezin kan rondkomen en de verrichte diensten op een gelijke basis kan ruilen met de diensten van anderen. Hoe de boer moet rondkomen, heeft de heer Weitkamp wel aangetoond met de cijfers van het boekhoudbureau. Sommige streken 29 c. per dag verdienen, kan niet redelijk worden genoemd.) Van geld op zij leggen is in geen enkel opzicht sprake. Ten aanzien van de verlaging van de tarwerichtprijs merkt spr. op, dat hij een berekening in zijn bezit heeft, waaruit zou kunnen blijken dat men er met dezen richtprijs dus van f9.— per 100 kg. wel zal komen. Spr. geeft die berekening niet om de eenvoudige reden, dat iedere berekening, welke hij zou maken, natuurlijk wordt aangevochten. ledere berekening is ook aanvechtbaar, want men moet altijd een zeker gemiddelde nemen. (We zijn dat met Z.E. eens en daarom is het zoo frappant, dat L. en M. ten aanzien van het systeem van hoogere invoerrechten eerst met cijfers moet aantoonen, dat dit systeem rondloopt. De cijfers zijn er en ze worden aangevallen ook. Maar herhaaldelijk is reeds gebleken, dat bij nadere beschouwing de cijfers toch de toets der critiek kunnen doorstaan. Wil men dan niet?) De moeilijkheden van het gemiddelde, aldus de Minister, bestaan juist ten aanzien van de richtprijsbepaling. Neemt men de zeer groote bedrijven, zooals inde Wieringermeer voorkomen, tot maatstaf, dan kunnen de middelgroote bedrijven er mogelijk komen, en neemt men de middelbedrijven tot maatstaf, dan ontvangen de kleine bedrijven te weinig. Spr. heeft de prijs vastgesteld volgens welke de middelgroote bedrijven er kunnen komen, terwijl voor de kleine boeren een aparte dienst in het leven zal worden geroepen. Spr. zal de gevolgen van de richtprijsverlaging met grooten ernst, nauwkeurigheid en scherpte blijven volgen. Spr. rekent tot de kleine boeren niet de landarbeiders, ook niet hen die een klein plaatsje bezitten (krachtens de landarbeiderswet). Spr. rekent er alleen onder hen, wier levensbestaan is gebaseerd op het uitoefenen van het beroep van zelfstandig landbouwer op bedrijven beneden 5 H.A. en met hoogstens 3 koeien. De kleine boeren vormen een zeer belangrijke stand in ons land, waarvan het tenietgaan in het belang van geheel ons volk, moet worden voorkomen. Om den nood van de kleine boeren eenigszins te verzachten, is spr. overgegaan tot de bekende uitkeering. Voor die enkele tientallen guldens kunnen artikelen worden aangeschaft, die in het voorjaar In het landbouwbedrijf behooren te worden aangeschaft. De uitkeering is dus rechtstreeks gericht op de instandhouding vna het bedrijf. Spr. gaat dan uitvoerig na of de steun aan de kleine boeren al dan niet is vastgekoppeld aan de richtprijsverlaging van de tarwe. Daar is geen sprake van aan elkaar koppelen geweest. Ik alleen, aldus de Minister, kan dat weten. Zoowel de richtprijzen als de teeltbeperkingen zijn afgestemd op de middelgroote bedrijven. Spr. hoopt binnen niet al te langen tijd aan zijn Departement een dienst in het leven te roepen voor de kleine boeren, ressorteerende onder de Directie van den Landbouw. Men heeft indertijd de landbouwcrisisdienst opgebouwd naast de Directie van den Landbouw. Men had wellicht beter gedaan de basis van de Directie van den Landbouw grooter te maken om daarop tegelijkertijd het gebouw van den Landbouwcrisisdienst op te trekken. Spr. gelooft niet, dat zulks

nog mogelijk is, maar laat wel klachten, die hij krijgt, meermalen beoordeelen door de land- en tuinbouwconsulenten. Spr. is er diep van overtuigd, dat de kleine boeren moeten worden geholpen, t.w. de kleine zelfstandige boeren. Worden zij door den landbouwcrisisdienst geholpen, dan komt natuurlijk, hetgeen inde Kamer is bepleit, nl. hun tewerkstelling onder het Departement van Sociale Zaken op eigen bedrijf in werkverschaffing te vervallen. Spr. is in overleg met zijn ambtgenoot van Sociale Zaken over het vraagstuk der kleine boeren, die niet geheel zelfstandig zijn en ook vóór de crisis gedeeltelijk reeds in loondienst werkten. De kleine boeren zijn werkzame, ijverige, getrouwe burgers, bij wie vele goede gebruiken blijven voortleven en inde bescheiden woningen van die kleine boeren worden nog altijd gevonden de bronnen van veel waarachtig levensgeluk. Spr. gelooft (en wij met hem!), dat het de grootste ramp zou zijn, welke uit de landbouwcrisis zou voortvloeien, indien zij zou eindigen met het vervallen vaneen groot aantal van deze nijvere landgenooten tot het pauperisme. (Reeds eerder hebben we opgemerkt, dat we een afzonderlijke dienst voor de kleine boeren niet toejuichen. Wij zien den landbouw in zijn geheel en vreezen, dat instelling vaneen aparte dienst tweedracht zal doen ontstaan, waar eendracht geboden is.) De heeren Smeenk en Hiemstra, zoo vervolgt de Min., hebben de vrees uitgesproken, dat de verlaging van den richtprijs zal worden verhaald op de loonen der landarbeiders. Spr. hoopt van niet en meent dat daartoe onvoldoende aanleiding bestaat. Indien het toch geschiedt, om welke reden dan ook, zal spr. zijn beschermende hand over de landarbeiders uitstrekken, hetgeen mogelijk is door de wettelijke bevoegdheid, die spr. heeft gekregen bij de Landbouwcrisiswet. Spr. vindt de gedachte van de heeren Hiemstra en Krol, die aandrongen op maatregelen die de boeren dwongen een zeker aantal arbeiders te werk te stellen op hun bedrijven, heel aardig, maar toch niet weloverwogen. Invoering van zoo’n maatregel houdt zooveel moeilijkheden in, dat ik meen, aldus Z.E., den landarbeiders geen dienst te zullen bewijzen. Het zou evenmin de verhouding tusschen landarbeiders en boeren verbeteren. Niet dat die overal goed is, maar hier en daar is ze dit toch wel. Spr. is, in antwoord aan den heer Krol, wel bereid met Ged. Staten van Groningen te overleggen, wat in dezen kan worden gedaan. Spr. meent evenwel, dat nog het best gewerkt kan worden met hef systeem, dat tot nu toe door het Departement van Sociale Zaken gevolgd is, den z.g. loontoeslag. De heeren Smeenk en Hiemstra hebben eer lans gebroken voor de aanpassing van het loon aan de ter plaatse geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. Spr. wijst dat niet direct af, maar wil het ernstig overwegen, al is hij van oordeel, dat zulks niet voor één tak van het economische leven afzonderlijk mag gebeuren. De minister is het met den heer Kortenhorst eens, dat de landbouw zich niet ineen strijdpositie moet plaatsen tegenover de andere takken van volksbestaan. Maar dat mogen ook de andere groepen der bevolking omgekeerd niet doen. De verschillende groepen en haar vertegenwoordigers, die de belangen er van behartigen, moeten in dezen moeilijken tijd in groote eendracht en harmonie samenwerken om te trachten ons land door de moeilijkheden heen te helpen. Herhaaldelijk is breed uitgemeten de steun, dien de landbouw zou ontvangen, terwijl van den steun aan de industrie geheel wordt gezwegen. Dat moet niet gebeuren. Laten we eerlijk zeggen, dat al die bronnen al lang*verstopt zouden zijn, als de Overheid, met goedvinden van de vertegenwoordigers des volks, niet milde hulp had geboden. Spr. heeft kennis genomen van de door den heer Van Kempen aanbevolen artikels in enkele bladen; hij acht ze uitermate nuttig en volstrekt noodzakelijk. Inde eerste plaats voor de wetenschap en op den duur ook voor de practijk, maar voorshands bieden zij voor een Minister van Landbouw niet veel houvast. De heer v.d. Heuvel heeft er op gewezen, dat de distributiekosten nog hoog zijn. Hij meent, aldus Z.E., dat hier voor mij een taak is weggelegd. Spr. meent zulks niet te kunnen aanvaarden, omdat het thuis behoort bij züjh ambtgenoot van Handel, Nijverheid en Scheepvaart (Terecht merkte bij de duplieken de heer v.d. H. op, dat de Minister de winst van de margarinefabrieken wél vaststelde, tegelijk met de vaststelling van de hoogte der heffingen. Red.) De heer Schiltbuis heeft aangedrongen op niet-inkrimping van de veeteelt ten behoeve van den akkerbouw. Dit is een van de proolemen, welke bijna onoplosbaar mogen worden genoemd. Zeker is, dat de akkerbouw moet worden uitgebreid. De akkerbouw is een van de weinige dingen, die wij fcunnetni ter hand nemen ter verkrijging van bodemproducten, waaraan Nederland een tekort heeft Aan den anderen kant moet de noodige voorzichtigheid worden betracht om het economische leven zoo min mogelijk te verstarren. De consument is niet te beklagen, dat hem zijn crisiswinst wordt ontnomen of onthouden, maar wel is het hard, dat bij een overvloed van zuivel, visch en groenten de werkloozen en het opgroeiend geslacht te kort kunnen Komen. Spr. voelt ten volle mee met hetgeen de heer J. ter Laan heeft gezegd en zou zich gelukkig prijzen, indien hij iets ter verbetering kan doen. De bezwaren er tegen komen niet zoozeer van den landbouw als wel van de distributiebedrijven. Spr. merkt op het verleden en heden van de landbouwerisiswetgeving de revue te hebben laten passeeren en nog iets over de toekomst te willen zeggen. Het is spr. niet mogelijk, evenmin als het een ander mogelijk is, om im de toekomst te zien. Men kan deze crisis noemen een structureel© crisis, meent Z.E., em zij is het zeker, want zij zal blijvende sporen achterlaten. Maar wat zegt de uitdrukking: structureele crisis? Beteekent dat terugkeeren tot zelfvoorziening, of beteekent het, dat we ons nóg meer moeten toeleggen op voortbrenging van veredelingsproducten? Zal de internationale arbeidsverdeeling worden voortgezet of zal zij worden geschorst? Wie dit weet, kan een vast systeem er op nahouden en

met vaste hand dit doorvoeren. Spr. weet het niet en noch iemand anders kan het weten. De oplossing van de met den dag wisselende moeilijkheden is niet onder te brengen ineen vast stelsel. Ongetwijfeld is bij dit debat, de waarheid naar voren gekomen, maar, vraagt spr., is er een nieuw systeem uit naar voren gekomen? Niemand zal dat willen beweren, het is ook uitgesloten. Spr. hoopt, dat de maatregelen, die hij binnen afzienbaren tijd zal nemen, vereenvoudiging zullen aanbrengen, maar vraagt men mij; wat zal uw systeem zijn voor de komende jaren, dan moet ik antwoorden, aldus Z.E.: ik weet het niet. Ik weet niet wat de toekomst zal brengen en wat andere landen zullen doen. Hij, die een systeem vraagt, vraagt het onmogelijke. Spr.’s gevoelen is, dat de gecentraliseerde landbouwcrisiswetgeving niet tot in lengte van jaren kan worden doorgevoerd. Daarom is de commissie-Van Loon inges'teld. Spr. merkt den heer Louwes op, dat de tuinbouw voldoende inde commissie-Van Loon is vertegenwoordigd. De Ned. Tuindersbond mag evenwel toch op de belangstelling van Z.E. rekenen. Gemelde commissie betracht spoed. Spr. is daar zeker van, maar spr. zal zorgen, dat de commissie van den aandrang uit de Kamer kennis neemt. Den heer Droessen antwoordt spr., dat hij zich niet bewust was mèt de varkens die altijd den verkeerden weg op willen al op den verkeerden wag te zijn. Spr. voelt niet met den heer v.d. Heuvel voor verhooiging van den broodprijs. Na den heer Smeenk over het crisispersoneel, den heer Kortenhorst over emigratie en den heer Van Voorst tot Voorst over den boschbouw te hebben geantwoord, bestreed spr. den heeir Van Dis, die volkomen vrijheid heeft bepleit voor de boeren. Dat is wel een systeem, maar spr. wil hem op dien weg niet gaarne volgen! Spr. eindigt: Regeering en Volksvertegenwoordiging zijn op het ©ogenblik de geneesheeren, die het ziekteproces, dat crisis heet, aandachtig hebben te volgen en al hun krachten moeten inspannen om de ziekte te overwinnen. Het schenken van de genezing zelf, hoezeer wij kunnen meewerken dat zij komt, blijft echter een werk, dat ons, menschen, niet is voorbehouden. Wij mogen hopen, dat God ons na deze zware tijden weer dagen van voorspoed zal schenken en voor den Minister, die iederen dag opnieuw de n o oden van den landbouw meevoelt, is het een krachtgevende wetenschap, dat het geloovig landvolk zich ook door de zwaarste zorgen het vertrouwen op de Voorzienigheid niet laat ontnemen. (Ziehier het woord van onzen Landbouwdictator! Afgaande op deze rede, ziet het er voor onzen boerenstand zeer, zeer donker uit. Immers, tot nu toe is „Den Haag” nog steeds achter de feiten aangewandeld en heeft daarna getracht met „pappen en nathouden” de patiënten in het leven te houden. Het hebben vaneen vooruitzienden blik inde toekomst dient, naar onze meening, de taak vaneen Regeering te zijn. Voorbehoedende middelen kunnen beter werken dan „pappen en nathouden”. Het is te hopen, dat de meermalen aangehaalde commissie-Van Loon spoedig meer steun aan de daden van Z.E. Deckers geeft, hem meer perspectief opent, opdat hij inderdaad een vast systeem voor de toekomst moge hanteeren, en de belooning inden landbouw, alléén door menschenhanden achteruit gesteld, de hoogte kan hergeven, die de redelijkheid gebiedt en waardoor ook de koopkracht in andere bevolkingsgroepen geleidelijk ral worden hersteld). INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. loopen bij SpaarzameJ Vooral In MEUBELEN KRAMER STADSKANAAL VLAGTWEDDE EGBERT BOITEN – Veendam KERKSTRAAT. Huish. Artikelen Ijzerwaren Gereedschappen Uw adres voor Manufacturen, Bedden, Dekens en Confectie, is E. J. LUTHv/hD. Davids Gees. Heeren Costuums vanaf <12.00- Ledikanten Matrassen – Dekens SOLIDE EN VOORDEELIG, WONINGINRICHTING L. J. FLIER, Emmen Wilh.str. 11.

Van Reizen en Trekken. Walvischbaai. IV. Maandag, 2 Februari 1936'. Sinds gisterenavond laat ligt de boot hier inde baai aan de kade gemeerdl. De aanblik der plaats is verlaten bankroet.... verbanningsoord! Ik kan er geen woorden voor vinden, maar vraag toch aan mijn hntgenoot, die hier zijn zeereis beëindigt, of hem bij dit gezicht den moed niet inde schoenen zinkt, en maar liever weer terug wi1.... eine öde Wijste zand, zand, zand, en eenige hutten, wat ouder hijschinrichtingen aan de kade, een groote loods van den Zuidwest-Afrikaanschen vee-export, een goederenloods, en voor de rest hoepen oud roest.... geen enkele boom of struik, ’t Is benauwend! Na het ontbijt is er gelegenheid van boord te gaan en neem ik de gelegenheid le baat, voor het eerst den Afrikaanschen bodem te betreden. Wie kropen de plaats in.,., alles nog in het teeken van stlopgezetten pioniersarbeid, lage vervelooze huizen, met ijzeren golfplaten gedekt, alles zonder kleur en zonder leven. Het zand is er aan wallen en bulten gestoven,, als in bet Noorden de sneeuw bij strenge vorst en wind. Hier en daar flaneert een kaffervrouw op haar Zondagsch uitgedost och, ze zijn al even ijdel als de Haagsche schoon en, vrouwen zijn toch overal gelijk! We zien wat zwartjes werken,( waarvan sommigen geuren met de onmisbare sigaret, precies als de jonge broekjes in Nederland. Hierin d'us ook! al geen onderscheid in mentaliteit! Straten zijn er mogelijk eens aangelegd. maar wat er van overbleef, is niet veel bijzonders: zandduinen, waar hier en daar een kleilaag onderuit gluurt. Hoe verder weg, hoe minder zand1, en meen klei en steenen.... maar geen groen, geen boom, geen plant, heel spaarzaam; eein bloemenbedje, en heele pleinen rauwe grond. Dan eens weer een straat mbti enkele huizen en winkels: alles primitief en verveloos. , Wie loepen overeen kerkhof, nagenoeg geheel onder het zand bedolven, komen bijl een R.C.-kerkje, en aan den anderen kant ontdekken we ook nog een Protestantsch bedehuis, en een ziekenhuis, die beide bij1 de rest nogal gunstig afsteken. ’tWil ons voorkomen, dat de menschen hier in deze wildernis veel moeten ontberen en er geboren moeten zijn om er aan te kunnen , W|e hebben de richting van de baai weer genomen en vinden hier overal) in hiet zand schelpen liggen, een teeken, dat het zeewater hier nog wel eens over-» gestuwd wordt. Aan de kust liggen allerlei cadavers, zoowel van vogels als van visscben. ’t Is er bij al het oud roest dus ook nog een groote stinkboel! Overal liggen oude booten, soms bijna geheel onder bet zanid bedolven, rails, kipkarren en ander transport-materiaal. Voorwaar weinig belovend aan emigranten en gelukzoekers, en ’k vraag aan onze Afrika ansche vrienden, die steeds met zoor veel ophef gewagen van de schoonheid en rijkdom van Zuid-Afrika, of ze nu nogl hun loftuitingen durven volhondenl! Hoe is het mogeldjk, dat ©en mensch zooi koppigl zijn eenmaal ingenomen standpunt blijft verdedigen! Verstokte propagandisten! Enfin, we zuilen hen gelooven, dat het voorland van het voormalige Dnitsche Zuidwest Afrika een woestijn lijkt, omdat er geen regen valt en toch ook niet arm is, omdat er de diamanten om zoo te zeggen voor bet oprapen ligtgen, maar waar dag en nacht gepatrouilleerd wordt, om dieven ©en blauwe vbooin mee te kunnen geven, ’t Achterland Is goed, hoewel ook droog, maar ook voor dit gebied zijn er dezeüdie optimisten. Wte hopen het voor hen zoowel als voor ons zelf, dlat ze gelijk hebben, maar nogmaals: ’tis hier een hel, vooral .wanneer de zon er dan ook nog ,pp brandt. Wat is Nederland mooi, met z’n bosch en weide, met zijn kleurrijke huizen, bont© mengeling van tinten bij' het aspect van steden en dorpen. SEMMELINR. INGEZONDEN MEDEDEELING. Onze speciaal-artikelen zijn: Dameskleeding – Damesstoffen Tapijten – Gordijnen Vloerbedekkingen. E. O* Huizing Zonen MUSSELKANAAL» Van onze adverteerders. Dezer dagen waren we inde gelegenheid de j'.i. Vrijdag geopende zaak van den heer De Vries inde Langestraat Ie Winschoten te bezichtigen. Het nieuwe gebouw, waarin deze zaak is gevestigd, springt door zijn aparten modernen bouw direct in het oog. Binnenin vindt men een keur van allerlei damesartikels uitgestald. Op elk gebied kunnen de dames er te kust en te keur gaan. iWinschoten kan trotsch op deze nieuwe zaak zijn en succes zal ongetwijfeld voor den heer De Vries niet uit blij ven.