is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, no 14, 04-04-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat in de 19e eeuw andere landen ons vooruitkwamen, moet aan velerlei oorzaken worden toegeschreven, zoo o.a. aan het ten achter raken van het tuinbouwondei'- wijs, dat in Duitschland en België veel eerder van Rijkswege, en dus zoo goed mogelijk, geregeld werd; 2“. aan versnippering van kracht, door slecht geleid vereenigingsleven; 8". aan het gemis van een goed ingerichte tuinbouwpers, om van de economische oorzaken buiten den tuinbouw niet te gewagen.

Niet op al deze punten kwam voldoende verbetering. Ten opzichte onzer vakbladen zijn wij nog verre ten achter bij Duitschland en Engeland.

Daarentegen is het vereenigingsleven in betrekkelijk korten tijd veel verbeterd en door de stichting in 1908 van den Nederi. Tuinbouwraad, als bond van vereenigingen, is de mogelijkheid gegeven voor eene voortreffelijke organisatie! Het was o.a. op aandringen der groote vereenigingen, dat onze Regeering het Rijkstuinbouwonderwijs in het leven riep, hetwelk voor onzen tuinbouw een krachtig element van vooruitgang is geworden en waarvan o.a. onze Rijkstuinbouwwinterscholen aan andere landen ten voorbeeld strekken, b.v. aan Duitschland.

Het vereenigd deelnemen aan de groote buitenlandsche tentoonstellingen droeg er in hooge mate toe bij, dat Nederland daar een eereplaats innam, als in Dusseldorf 1904, Mannheim 1907, Berlijn 1909, Brussel 1910 en Londen 1912.

Het betere vereenigingsleven maakte ook de ontwikkeling mogelijk van het veilingswezen, zooals wij dit nu kennen.

De oprichting der vereeniging „Westland”, in 1891, geschiedde voornamelijk met de bedoeling den handel onder gewaarborgd handelsmerk te bevorderen en veilingen te houden.

Sedert dien tijd heeft het veilen in toenemende mate toepassing verkregen bij den handel in groenten en fruit. Vooral in de laatste 10 jaren is het aantal veilingen sterk toegenomen. Volgens ofhcieele opgave van Juli 1912 waren er in 1911 in ons land 76 veilingen, waarvan 80 in Zuid-Holland; 22 in Noord-Holland; 5 in Gelderland ; 4 in Groningen, in Friesland en in Noord-Brabant; 8 in Overijsel; 2 in Zeeland en 1 in Utrecht en Limburg, i)

Deze wijze van verkoop moet als eene zeer belangrijke verbetering op tuinbouw-handelsgebied worden beschouwd. Toch had zij, gelijk bijna steeds met nieuwe methoden het geval is, met groote tegenwerking te kampen. De kweekers waren er tegen, ten deele uit onverstand of uit gebrek aan gemeenschapsgevoel, dobh ook uit onwil om zich te binden aan de bepalingen omtrent keuring, aflevering en verpakking. De handelaren vreesden, dat zij hun invloed op de kweekers en op het vaststellen der prijzen zouden verliezen.

Die tegenstand is nu overwonnen. Er zijn echter nog tal van kweekers, die er voor hun handel weinig of geen gebruik van maken, al zoude de aard van hun bedrijf dit toelaten en al is er eene veiling in de nabijheid. Dit blijkt o.m. reeds hieruit, dat men de veilingen onderscheidt in „verplichte” en „vrije”, al naar dat de leden zich verbonden hebben hun geheele teelt ter veiling te brengen, of wel, dat zij zich het recht van keuze hebben voorbehouden. In dit geval zenden zij veelal hunne goederen ter veiling, wanneer de gewone verkoop niet naar wensch gaat, doch de aanvoer van hunne zijde doet de veilingsprijzen minder gunstig worden.

Dat zelfs in belangrijke veilings-centra de ledenkweekers niet onverdeeld ingenomen zijn met het. resultaat der veilingen, kan men afleiden uit het oprichten

h De veilingen die bij den bloembollenhandel gebruikelijk zijn, de z.g. „groene” en „droge” veilingen zijn geheel iets anders en blijven hier natuurlijk buiten beschouwing.

in 1907 der „ Westlandsche fruitkweekers-verzendvereeniging”.

Het zoeken van nieuwe handelswegen kost echter leergeld!

Uit berichten in de vakbladen van 1909 blijkt b.v. dat eene groote hoeveelheid druiven toen in Duitschland verkocht werd voor zeer lage prijzen, n.l. voor 11 cent en nog minder per K.G.

Later werden door wijziging in de verpakking en verdere zorgen, meer prijzen, zoowel in Duitschland als in Engeland, bedongen. Toch komt de naam der vereeniging niet voor in de laatst verschenen offtcieele lijst van vereenigingen op tuinbouwgebied (1912, pag. 93—94); het schijnt, dat haar arbeid geen groote vlucht heeft genomen.

Dit hoeft echter niet aan het gevolgde systeem toegeschreven te worden, het kan ook aan bijkomende oorzaken liggen.

Men mag er toch niet aan twijfelen, dat, hoe beter inzicht ieder kweeker heeft van den handel met zijn produkten, hij ook des te nauwkeuriger in zijn bedrijf daarmede rekening zal houden.

Dit kan niet anders dan goed zijn!

Reeds hierom was het veilen zooveel beter dan de oudere verkoopwijzen, dat het duidelijk deed zien, welke groote hoeveelheden door een goed georganiseerden handel verkocht worden. Dit inzicht oefende een krachtigen drang tot het inrichten der kweekerijen voor in het groot gedreven kuituren. Voorts maakte het veilen een einde aan allerlei misbruiken, die zoo licht insluipen, als ieder kweeker op zich zelf staat; als hij in vrees leeft, dat de opkoopeis hem voorbij zullen gaan, en hij daardoor zijn vakgenooten als zijn concurrenten leert beschouwen. Het veilen bewees dagelijks opnieuw, dat onderlinge samenwerking ieder der aangeslotenen ten goede komt. Het bracht de kweekers tot broeder inzicht van hun bedrijf, dat hen in waarheid stempelt tot medewerkers aan de oplossing van het groote vraagstuk: om op de beste wijze le voorzien in de behoeften aan groenten en fruit van hen, die in minder begunstigde streken wonen.

De bloei van het veilingswezen blijkt ten duidelijkste uit het volgende staatje, hetwelk de opbrengst vermeldt van op de veilingen verkochte groenten en fruit, n.1.: in 1906 f 6.558.958

„ 1907 – 8.245.491 „ 1908 – 8.183.107 „ 1909 – 9.867.741 „ 1910 – 10.185.546 „ 1911 – 16.482.549

De groote stijging in 1911 kwam, door de mislukking der kuituren in het buitenland, ten gevolge der felle droogte, welke voor onze lage polderlanden niet zoo nadeelig was.

Het grootste deel der op de veilingen verhandelde produkten is n.l. bestemd voor het buitenland, voornamelijk Duitschland en Engeland. De behoefte aan onze voortbrengselen is in beide rijken zeer verschillend O- Kool, komkommers, aardbeien, appelen en peren zenden wij grootendeels naar Duitschland. Aalbessen en zwarte bessen gaan hoofdzakehjk naar Engeland, terwijl uien en sjalotten, druiven en kersen in belangrijke hoeveelheden aan beide landen geleverd worden.

De invoer naar Engeland geschiedt uit allerlei landen. Zoo worden o.a. groenten ingevoerd uit de Kanaal-eilanden, België, Frankrijk, Spanje en de Kanarische eilanden, Portugal en de Azoren, Italië, Egypte, Algiers, de West- Indische eilanden.

') Zie de cijfers in het naschrift.