is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, no 19, 09-05-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herinnering boe in den laatsten tijd aanbevolen is den niet ingezeten eigenaar naar een boogeren maatstaf in de gemeente-lasten te doen bijdragen en ook bet denkbeeld van progressieve grondlasten naar de grootte van den eigendom geopperd is. Tegenover dit laatste denkbeeld staat de St. C. antipathiek, zij gelooft niet dat daarmede bet beoogde doel zal bereikt worden. Over bet algemeen is de groot-grondbezitter niet de kwaadste verhuurder; ja er is een gezegde: de kwaadste is de eigengeërfde die gaat verpachten. Ook verbooging der grondlasten wil de St. C. niet aanbevelen, zij vreest daarvan eene verstoring van den oeconomiscben toestand en vindt trouwens die belasting in beginsel verkeerd.

Doch wat dan? Differentiëele grondlasten, zooals dit door sommigen begeerd wordt, waarbij de ei gengebruiker minder betaalt dan de eigenaar-verbuurder? Dit stelsel bestaat in Roemenië; de eigenaar-gebruiker betaalt daar 5 percent, de in bet land wonende eigenaar-verbuurder 6 percent en de in bet buitenland wonende 12 percent. De St. C. ziet hierin wel wat goeds, doch meent dat er niet te booge verwachtingen van gekoesterd mogen worden. Pacht is toch in vele gevallen zoo ten eenenmale onontbeerlijk, dat men allerlei uitzonderingsmaatregelen zal moeten maken. Zij, die ingrijpende voorstellen van de St. C. verwacht hadden, zullen zich zeker teleurgesteld gevoelen, want zij moet bet zelf toegeven, bare conclusie luidt lauw.

4. De pacht is er dus, zij is onontbeerlijk, zij neemt toe; welke verbeteringen kunnen nu aangebracbt worden? Hoe bescheiden bet standpunt is, dat ook bier de St. C. inneemt, blijkt wel uit hetgeen wij lezen op blz. 111 van bet verslag, waar gezegd wordt: „Het valt niet te ont„kennen dat de beweging ter verbetering van bet pacbt„wezen nog weinig ander resultaat beeft gehad dan dat „de overtuiging bij ben, die zich ernstig met betvraag„stuk hebben bezig gehouden, meer en meer veld wint, „dat men bier te doen beeft met eene zeer moeilijke „kwestie, ter oplossing waarvan men door wettelijke „maatregelen hoogstwaarschijnlijk slechts weinig zal „kunnen doen.”

Men zal dus goed doen geen hooggespannen verwachtingen te koesteren. De beschouwingen der St. C. over dit onderwerp groepeeren zich om twee hoofdpunten:

10. de geldelijke verplichtingen van den pachter zijn te zwaar, hij draagt te veel risico, er moet meer overeenstemming zijn tusschen opbrengst en pachtsom;

en 20. de zekerheid van het gebruiksrecht dient te worden verhoogd, er moet een vasteren band gelegd worden tusschen pachter en bodem.

Spreker wijst allereerst op het indertijd door Prof. Moltzer gedane voorstel, om aan den pachter het zoogenaamde beneficium competentiae te verleenen, d. i. het voorrecht van vermindering van pachtsom, indien buiten zijn schuld de opbrengst van den grond beneden de pacht blijft. Dat de landbouwers veelal van verschillende eigenaren huren, dat een goede boekhouding vrij algemeen ontbreekt en de overweging dat het risico toch ook weer niet te veel op den verpachter mag afgewenteld worden, de moeilijkheid voor dezen laatsten om den pachter te

controleeren en zich te beveiligen tegen slecht gebruik van den grond, doen de St. C. dit denkbeeld echter als onuitvoerbaar verwerpen.

Het stelsel van landbouw bij scboof-verdeoling (garven pacht, vennootscbappelijke exploitatie) in Italië en in Frankrijk nog veel voorkomende, vindt thans weer verdedigers voor ons land. Ook bier zijn bet weer practiscbe bezwaren, voornamelijk de boekhouding betreffende, die zich tegen invoering daarvan verzetten. Om bedrog te keeren moet de eigenaar den pachter kunnen controleeren; bij zou bij de exploitatie stem in bet kapittel moeten hebben, hetgeen trouwens in Frankrijk de wet hem toekent (bij beeft de leiding van bet bedrijf, bepaalt de keuze der gewassen en de aankoop der dieren). Het zal geen verwondering wekken dat de St. C. dit stelsel niet aanbeveelt. *

Een derde denkbeeld, verdedigd door den beer Hartog te Barneveld en den beer Nobel te Scbagen, is dat der bewegelijke of mobiele pacht, afhankelijk van den prijs der producten. Dit stelsel lijkt op bet oog aantrekkelijk, doch is voor bet moderne intensieve landbouwbedrijf, met zijn groote verscheidenheid van gewassen, niet uitvoerbaar. Spreker merkt trouwens op, dat niet alleen de prijs der voortbrengselen, maar ook opbrengst, loonen enz. invloed oefenen op de rentabiliteit van bet bedrijf.

Dit alles wordt door de St. C. afgewezen; men zal zich afvragen, wat dan? Tot baar leedwezen moet zij erkennen, dat baar opbouwende arbeid gering is. Doch zij meent, dat de overheid bier ook slechts weinig invloed kan uitoefenen; bet meest moet worden verwacht van de vrije werking der partijen en van eene verbooging van bun verantwoordelijkheids besef.

Toch kan de overheid wel de ergste excessen wegnemen, o. a. door bet publiek verpachten zooveel mogelijk te beperken. De publiekrecbtelijke lichamen moeten hierin voorgaan; spreker wijst in dit verband op artikel 24 der nieuwe Armenwet, waarbij Ged. Staten onderbandsche verpachtingen kunnen toestaan. Elk goed voorbeeld moet in dit opzicht worden toogejuicht. Zoo is bet ook met den aanwas der publieke verpachtingen, de strijk- en booggelden enz., misbruiken welke verkeerde hartstochten prikkelen en een groot aantal feitelijk niet gegadigden naar de verknopingen trekken.

Daarnaast verwacht de St. C. eenig nut van verbreiding der pachtcommissiën; zij dienen een adviseerend karakter te hebben en al zijn de resultaten tot nu toe niet bemoedigend, eene meer officieele erkenning van overheidswege zal hare werkzaamheid zeker ten goede komen.

Een belangrijk vraagstuk is dat van de afwenteling van het risico in gevallen waarin dit den pachter niet mag drukken (artikelen 1628 en 1629 B. W.) Spreker herinnert aan het onlangs door de socialistische kamergroep ingediende wetsontwerp tot wijziging dezer artikelen. De St. C. meent dat afwijking van het bepaalde bij deze artikelen moet worden verboden; contractsvrijheid is naar hare meening goed, maar hier is een inbreuk daarop gewettigd. Immers in Nederland bestaat als het ware landhonger; kultuurgrond is er schaarsch. En waar rampen uitzondering zijn, rekent de pachter niet op dat risico bij