is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, no 33, 15-08-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

band verdient vermelding, dat zich eene vereeniging heeft gevormd, bestaande uit eenige der voornaamste Californische cultuur-vennootschappen, welke vereeniging zich ten doel stelt de zoo gewenschte gelijkvormigheid in deze tot stand te brengen, m. a. w. de vruchten voor export te sorteeren in standaardsoorten. Het is te hopen, dat de vereeniging haar doel moge bereiken en zulks ter voldoening aan de eischen van de Nederlandsche importeurs.

Onder de kleinere vruchten in Californië verbouwd, bekleeden aardbeien zeker de eerste plaats, en daarop volgen: frambozen, loganberries en braambessen met een oogst, totaal geschat op ongeveer $ 1.750.000.

De productie van boomvruchten werd voor 1909 geschat op meer dan $18.800.000; pruimen, perziken, abrikozen, nectarines, appelen en sinaasappelen waren de voornaamste vruchtsoorten. Druiven leverden eene productie ter waarde van ongeveer $ 10.800.000, noten en amandelen van $ 2.900.000. De opbrengst van al deze vruchtsoorten vermeerdert ieder jaar.

De uitgestrektheid land, bebouwd met aardappelen en verschillende groenten wordt geschat op meer dan 150.000 acres, waarvan de waarde wordt geraamd op $ 12.000.000.

(Handelsberichten).

Boomkweekerij.

Werken in het Buitenland.

In ons artikel „Hoe wordt men kweeker in Boskoop ?” beschreven wij in korte trekken het gaan werken in het buitenland, waaronder dan is te verstaan, het gaan werken als gewoon knecht, wat gedaan wordt zoowel door zoons van kweekers, als door jongelui die als volontair of leerling naar hier komen.

Dit gebruik dateert niet van den laatsten tijd, doch is de laatste 25 jaren reeds toegepast en het nut hiervan valt niet te betwisten.

De binnenlandsche handel heeft voor Boskoop betrekkelijk weinig beteekenis.

In het feestnummer van „de Tuinbouw” toch vinden we aangegeven dat de uit voer jaarlijks 2 V 4--2 V 2 mülioen gulden bedraagt en dat Nederland hiervan slechts ruim 118.000 gulden betrekt. Zooals alom bekend is en wat hier door sprekende cijfers nogmaals helder in het daglicht wordt gesteld, zijn wij hier in Boskoop, even als in de groente- en fruitteelt, hoofdzakelijk aangewezen op afzet naar het buitenland. Tegenover groenten en fruit staan wij hier evenwel in de minst gunstige positie. Het nuttige en vlug en voordeelig werkende veilingsysteem kunnen en zullen wij voor onze artikelen nooit kunnen toepassen. Om onze waar aan den man te brengen is een jaarlijksche buitenlandsche reis noodzakelijk.

Wel komen ook vele kweekers uit het buitenland naar hier om persoonlijk de te koopen waar te bezichtigen en uit te zoeken, maar nooit zou het uitvoercijfer millioen gulden bedragen, als niet jaar op jaar weer het buitenland afgereisd werd, om de oude afnemers te bezoeken en zoo mogelijk nieuwe er bij te krijgen.

Om dit reizen met succes te kunnen doen is dus in

de eerste plaats grondige kennis der talen noodig en uit den aard der zaak krijgt men deze nooit beter als in het land zelf.

Voorop stel ik dus als het nuttig resultaat van het gaan werken in het buitenland, het grondig leeren van de taal. De technische vaktermen maakt men zich op deze wijze ook gemakkelijk eigen.

In de tweede plaats komt pas het verkrijgen van meerdere practische bekwaamheden, zoowel van cultuur als van algemeene plantenkennis.

Moeilijk is het voor de meeste jongelui een betrekking te vinden, waar werkelijk iets te leeren valt.

Voor een handelaar, die vele connecties heeft, is dit niet zoo bezwaarlijk. Onder de afnemers is er licht een goed vakman te vinden, waar de zoon, en dus ook meestal toekomstige leverancier, voor eenigen tijd kan werken. Voor de leerlingen, die zelf moeten trachten een plaats te krijgen, gaat dit niet zoo gemakkelijk. Een handelaar helpt zoo iemand, waarin hij later mogelijk een concurrent zal vinden, niet graag, te meer waar hij dan tevens een goede aanbeveling voor het jongemensch moet overleggen, wat wel eens aanleiding tot teleurstelling en dientengevolge tot ontstemming van den afnemer kan geven.

Hij zelf moet dus adressen machtig zien te worden, of ook wel op advertenties in vakbladen schrijven.

Voor Duitschland gaat dit tamelijk gemakkelijk.

De maanden Maart en April zijn hiervoor de geschikste, daar er dan tegen het drukke seizoen wel arbeidskrachten gebruikt kunnen worden. De verdiensten zijn voor de verschillende streken nogal uiteenloopend, maar zijn toch overal wel zoo dat er van geleefd kan worden, al is eenige spaarzaamheid daarvoor noodig.

In Engeland gaat het veel moeilijker een plaats in een boomkweekerij te krijgen. Schrijven heeft meestal weinig succes, zoodat de meeste jongelui maar op goed geluk naar Londen gaan en dan daar in de buurt de kweekerijen afloopen om zoodoende een betrekking te vinden.

De meesten komen dan in een groente- en wel speciaal in een tomatenkweekerij terecht. De verdiensten zijn daar 18—20 sh. per week, wat ook voldoende is om van te leven.

Het werken als knecht vind ik verre te verkiezen boven het volontairschap, doordat men dan onwillekeurig de wereld ook eens bekijkt uit het standpunt der arbeidende klasse, waaronder men zich dan zelf gaat rekenen en gevoelen en aldus een ruimen blik krijgt op de sociale verhoudingen der maatschappij.

Met welk een heerlijk gevoel worden den eersten Zaterdag dan de werkelijk zelf en soms zuur verdiende centen in ontvangst genomen.

Eenigen tijd aldus in het buitenland doorgebracht telt in de voltooiing der opleiding dubbel mee en zal bijna zonder uitzondering een aangename herinnering achter laten. Te begrijpen is het dat niet alleen Duitschland en Engeland bezocht worden. Velen gaan ook naar Frankrijk of Zwitserland en ook Amerika komt de laatste jaren meer in aanmerking, maar toch worden de beide eerstgenoemde landen het meest bezocht.