is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, 09-07-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bracht hebben, afkeerig van tuinbouwonderwijs gemaakt worden, of omdat zij te geringe ontwikkeling bezitten om de lessen aan de school met kans op succes te kunnen volgen.

Zeer zeker is het heel wat gemakkelijker alleen in de praktijk van den tuinbouw te arbeiden, dan tegelijk de grondwetenschappelijke vakken te bestudeeren. Dan blijft er natuurlijk meer vrijen tijd over voor allerlei genoegens, maar of op die wijze daardoor de gelden, aan de opleiding besteed, het meest nuttige effect opleveren, kan betwijfeld worden.

In den tegenwoordigen, veeleischenden tijd mag niet vergeten worden en zeker wel het minst in den tuinbouw

dat diegenen het gemakkelijkst en het zekerst hun doel kunnen bereiken, die het best onderlegd zijn en de juiste kennis van de wetenschappelijke, met hun arbeid nauw verband houdende vakken, aan de praktische beoefening van hun bedrijf weten dienstbaar te maken.

School en tuin werden klein opgezet, maar groeiden gestadig. Eerst telde de school slechts één klasse, zoodat om de twee jaren eindexamen werd afgenomen. Na het jaar 1902 echter geschiedde dit jaarlijks. In 1901 werd de school dus tweeklassig, Zonder bijzondere subsidiën van het Rijk of de Provincie werd de schooltuin verrijkt :■ in het jaar 1900 met een klein druivenkasje.

„ „ „ 1901 „ „ schuur met groote druivenkas, „ „ „ 1903 ~ „ perzikkas,

„ „ „ 1904 „ „ kas voor de cultuur van Azalea indica,

in het jaar 1905 met een kas voor de cultuur van palmen, „ „ „ 1908 „ „ corridor, die de kas. verbindt.

„ „ „ 1910 „ „ groote kas voor de teelt van Azalea indica,

„ „ „ 1911 „ „ uitbreiding van den corridor benevens

aansluiting van tuin enkassen aan de gemeentelijke waterleiding.

Speciaal opname voor „De Tuinbouw”.

Foto Zahnen Gouda.

Schoolkweekenj der Kijkstuinbouwwinterschool. Vooraan ziet men het Rosarium, daarachter rechts een speciale cultuur van Azalea indica op Éhododendron veredeld. Daar achter, evenals daartegenover, op de linkerzijde een speciale cultuur van Laurus nobilis. Links achter het Rosarium een speciale cultuur van zaaiplanten voor de boomkweekerij, welke vroeger uitsluitend uit het buitenland betrokken werden. Daarnaast eene verzameling van coniferen, die voor den handel waarde hebben. Verderop ziet men een complex van 3 kassen, de 6 andere bevinden zich achter den corridor, die alle kassen verbindt.

Bovendien werd de tuin gedurende de jaren van 1903-1911 met pl.m. Vs van zijn oppervlakte vergroot door het dempen van een naast den tuin loopende sloot.

Onder de zeer belangrijke data voor de tuinbouwschool mogen genoemd worden:

20 Maart 1908. Bezoek van H. M. de Koningin en Z. K. H. den Prins der Nederlanden.

24 Juli 1911. Bezoek van Z. Ex. den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel.

5 Maart 1913. Bezoek van Z. Ex. den Engelschen Minister van Landbouw.

Tot de school werden 291 leerlingen toegelaten. Hiervan verlieten 161 met diploma deze onderwijsinrichting. Daaruit volgt, dat slechts ruim 55 pCt. het diploma verwierven. Het personeel streeft er naar alleen die leerlingen in het bezit van een diploma te stellen, welke zooveel mogelijk zekerheid bieden, dat zij in den tuinbouw zullen slagen.