is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 3, 1915, no 8, 26-02-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land, de Vereeniging van Handelaren op Amerika en de Vereeniging van Handelaren op Groot-Britannië en lerland, een schrijven van den volgenden inhoud gericht:

„In de Algemeens Vergadering der Boskoopsche Algemeens Boomkweekersvereeniging zijn stemmen opgegaan voor vaststelling van minimum-prijzen en voor gelijkheid in verkoopsvoorwaarden bij het tuindersbedrijf. Die stemmen zijn, naar men ons mededeelde, ook opgegaan in de handelsvereenigingen en daar samenwerking met heeren handelaren in ’t belang van den handel één van de middelen is, waardoor wij het doel trachten te bereiken, zouden wij gaarne van U vernemen, of vaststelling van minimum-prijzen in het belang van den handel is en daarom door U gewenscht wordt.

Indien U zoodanige vaststelling gewenscht acht, verzoeken wij U eene vergadering te willen beleggen of aan ons een zoodanige vergadering te willen verzoekeii, waarop gemachtigden Uwe Vereeniging vertegenwoordigen om met het Bestuur der Boskoopsche Algemeens Boomkweekersvereeniging de navolgende punten te overwegen en zoo mogelijk te regelen :

I®. vaststelling van minimum-prijzen voor de meest gevraagde artikelen;

2®. vaststelling van algemeens verkoopsvoorwaarden bij het tuinbouwbedrijf, met verval van 3 pCt. korting. Gaarne ontvangen wij spoedig bericht, met het oog op den Amerikaanschen handel, of U in beginsel genegen zijt, die onderwerpen met ons te en zoo mogelijk te regelen, alsmede of U ons of wij U op eene vergadering zullen ontvangen.”

Op dit schrijven kwam van de Vereeniging van Handelaren op Groot-Britannië en lerland het antwoord, dat deze Vereeniging niets voor een dergelijke regeling gevoelt en hierop dus niet verder in wenschte te gaan. Naar aanleiding van het schrijven van de B. A. B. werd door den Secretaris van de Vereeniging van Handelaren op Amerika een nader omlijnd voorstel gevraagd, waarin het Bestuur dan duidelijker zijne wenschen moest kenbaar maken.

De volgende „voorloopig voorgestelde regeling” werd toen door het Bestuur ontworpen: „De Vereeniging stelt in de maand Januari haar catalogus op en bepaalt vaste prijzen voor gewone handelswaar en betere kwaliteit.” „De leden geven op aan het Bestuur, welke artikelen voorhanden zijn en den voorraad.” „De Vereeniging houdt aanteekening van die artikelen en schrapt wat is verkocht.” „De Vereeniging vestigt een Bureau, waar de handelaren inlichtingen kunnen bekomen omtrent die artikelen, n.l. of zij voorhanden zijn en waar.” „De handelaar koopt op gewone wijze bij den kweeker op voorwaardén door de Vereeniging vastgesteld in overleg met de handelaren.”

„De wijze van levering geschiedt gewoon en de reclame eveneens bij den verkooper. Geschillen worden opgelost door een Scheidsgerecht, gevormd en saamgesteld door en uit kweekers en handelaren; de uitspraak van het Scheidsgerecht is verbindend voor de partijen en de kosten komen voor den verliezer.” „De verkooper, die als lid der Vereeniging voor minder dan de vastgestelde prijzen verkoopt, betaalt eene boete van f . . . voor elke overtreding.”

„De verkooper zendt als gewoon zijne rekening aan den kooper.” „De kooper zendt de rekeningen aan het Bureau en deponeert het bedrag daarvan bij eene bankinstelling.” „Het Bestuur betaalt de rekeningen uit en kan de boete inbonden.”

„Bij surplus worden de artikelen, die beslist verhandeld

hadden moeten zijn, om niet waardeloos te worden, door de Vereeniging opgeëischt en zoo noodig vernietigd.” De handelaren betalen zonder korting van 3 pCt. en storten die in de kas der Vereeniging ter dekking van vernietigd kapitaal aan planten.”

„Bij schaarschte wordt de voorraad percentsgewijze over de aanvragers verdeeld.”

„De betaling zal voor 1 Juli moeten zijn gedaan, wat betreft aan de Vereeniging en deze zal een crediet hebben van de gezamenlijke handelaren om voorschot te geven aan kleine kweekers, indien dit gevraagd wordt.” „De handelaren zijn verplicht het streven van de Vereeniging te steunen, door zoo mogehjk in de eerste plaats bij de leden te koopen.” „Het fooienstelsel wordt afgeschaft.”

De Vereeniging van Handelaren op Duitschland besloot in hare vergadering van 18 Januari 1.1., de behandeling dezer zaak aan het Boskoopsch Handelscomité ovei te dragen, welke organisatie in een schrijven als haar oordeel te kennen gaf, dat het voor handelaren zoowel als voor kweekers van groot gewicht zou zijn om tot vaststelling van enkele prijzen te komen, evenwel niet op de voorgestelde basis.

Het in dien tusschentijd uitgewerkte plan van „Groot Boskoop” werd naar de meening van het Bestuur van de B. A. B. te idealistisch en werd het daarom gevaarlijk gevonden om er verder op in te gaan. Op de daarna gehouden conferentie met het Boskoop.sch Handelscomité werd de zaak in den breede besproken. Het Handelscomité sprak zijne vreugde uit over de totstandkoming van de nieuwe Vereeniging, en verklaarde zich bereid, indien mogelijk, mede te werken tot vaststelling van enkele prijzen. De nieuwe Vereeniging had, volgens zijne meening, evenwel nog een groot gebrek, n.l. het geringe aantal leden; heel Boskoop moest medewerken, wilde mén resultaten zieri.

Met het Bestuur van de Vereeniging van Handelaren op Amerika, die ook eeist het prae-advies van het Handelscomité had ingewonnen, werd daarna ook eene conferentie gehouden, waarop hoofdzakelijk de „voorloopig voorgestelde regeling” werd behandeld. Uit deze bespreking bleek, dat de quaestie van de 3 pCt. groote tegenkanting zou vinden; ook de regeling van het surplus zou zeer groote moeilijkheden opleveren, terwijl ook de betaling door de Vereeniging met groote bezwaren gepaard zou gaan.

Het B estuur van de B. A. B. gevoelde zich op deze conferentie zeer teleurgesteld, omdat men niet tot vaststelling van prijzen, het hoofddoel van de Vereeniging, kon komen. Ook het oordeel van het Bestuur van de Vereeniging van Handelaren op Amerika, luidde; „Zorg eerst dat Uw Vereeniging groot wordt en stel dan prijzen vast”. , ,

Uit de gehouden besprekingen was het Bestuur evenwel tot de overtuiging gekomen, dat de handelaars op Duitschland en Amerika niet gekant waren tegen vaststelling van prijzen, doch er zelfs ten zeerste vóór waren. Verschillende handelaren, t.w. de Heeren J. H. van Nes, P. M. KosteT, Dijkhuis en Endtz, hebben als hunne perpoonlijke opinie te kennen gegeven, dat door vaststelling 'van enkele prijzen een voortreffelijk werk zou kunnen worden gedaan, daar daardoor het geknoei met bespottelijk lage prijzen in het buitenland onmogelijk zou worden gemaakt, wat ten slotte Boskoop ten goede zou moeten komen, indien kweekers en handelaars er gezamenlijk naar zouden streven, om meer geld in Boskoop te brengen.

Om nu'het ledental zoo groot mogelijk te maken, noodigde het Bestuur enkele leden uit om er zich voor te spannen, zooveel mogelijk nieuwe leden te werven. Waar het Bestuur evenwel voorzag, dat vele kweekers, uit