is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1852, 1852

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelukkig wien zoo’n meisje ten deel viilfc, gelukkig reeds, wien zoo’n ideaal in het hart is gegrift.

Nu ga ik over tot de tweede klasse

de gehuwde Barnes.

Hier kan ik al dadelijk met eene soort beginnen, die zoo langzamerhand uit de mode raakt, maar die bij ons nog geen anachronisme is; omdat bij ons het familieleven nog bloeit en nog attraits heeft voor onze (de buitenlander zegt : flegmatische) karakters. Ik bedoel :

de Benedictijnerinnen.

Dat zijn de goede huismoeders, de achtingwaardige vrouwen, die we nog zoo menig huisgezin zien sieren, die als liefhebbende, trouwe echtgenooten den man ten zegen, als teedore maar wijze moeders voor hare kinderen waardige voorbeelden en verstandige raadgeefsters zijn, die menigen twist in den huisselijkcn kring versmoren , menige hindernis uit den weg ruimen, menige vlek voor den oningewijden verbergen. Zij leven stil en onopgemerkt, gelukkig, wanneer zij gelukkigen om zich zien.

ledere kleine attentie, die u genoegen geeft en waarvan den bewerker zoekt, kunt gij veilig aan haar toeschrijven; maar zij vraagt geen dank van u ; zij vraagt geen vermelding van haar naam; wees gelukkig en zij is voldaan.