is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1853, 1853

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WINTERLIEDJE.

Komt gij weder tot ons

Van uw noordsche reis

Met uw lange nachten

Met uw sneeuw en ijs?

’k Zie wel aan uw wezen

Aan uw bar gelaat,

Wat ge weêr in ’t zin hebt,

Wat te wachten staat.

Komt ge ons weêr verschrikken.

Met uw noorden wind?

Foei, wat ziet gij donker

En onstuimig, vrind!

Al mijn laatste rozen

Plukt gij een voor een,