is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1853, 1853

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al de kleine zangers,

Vluchten voor u heen;

En de zon is ’t afspraak?

Bergt voor u haar gloed,

Ziet niet meer zoo vriendlijk

Sinds ze u heeft ontmoet. —■

Maar liet ergst van allen ;

De arme wecuw en wees

Als zij u zien komen

Sidderen van vrees!

’k Weet wel al mijn praten

Is maar in den wind

’k Wil u toch wat zeggen.

Gij moet luistren, vrind.

Hoe ge ook barsch moogt kijken

Als een strenge heer.

Hoor, uw eigen meester,

Zijt gij nimmer meer!

God heeft u gezonden.

Wat Hij zendt is goed.

En ook voor den winter

Dankt Hem ons gemoed.

Brengt ge ons lange nachten

O gij brengt er één’

Zoo vol licht en vreugde

Kent de aard’ er geen ;