is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het overige, aan de behoeftigen die het gasthuis hersteld verlieten. Ons huishouden! Ja, dikwerf moesten wij lange nachten op de kraamzaal doorbrengen en dan hadden we behoefte aan de kleine gemakken des levens. Zoo hielden we menigmaal op het einde van een collegie raad over den aankoop van allerhande kleine meubelstukken, koffijkannen, schenkketels, theeketels, komforen, theebusjes en wat dies meer zij, en menigwerf gaf dat aanleiding tot allerhande dwaasheden en fopperijen. Een onzer was met de kas belast, hij kreeg den titel van fiscus en deze, zoowel als de diaeteticus was een gevvigtig persoon. Voor dat het collegium begon, moest de oude schuld afbetaald worden en dikwerf stuitte de fiscus de voordragt des Hoogleeraars, door hem de zwarte lijst voor te houden. Hij eindigde dan menigmaal met een goudstuk te betalen en de armen voeren er niet slechter hij. De diaeteticus had de zorg voor de zoogenaamde schaftlijst, hij moest beoordeelen wat elk patiënt eten zou. Geen wonder dat wij onder de reconvalescenten, vooral op de vrouwenzaal, onze begunstigde patiënten telden. Vrouwelijke eigenschappen, schoonheid en zachtheid konden niet nalaten ook wel eenigen invloed op het regelen der schaftlijst te maken, en Wolterbcek had er niet tegen dat we nu en dan eens aan onze voorkeur in deze toegaven. Hij kende de jeugd en hare denkbeelden. Eens werd er door een der com-