is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1855, 1855

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spoedig daarna opende ZHGeI. zijne lessen; bij die gelegenheid sprak hij kortelijk over ’t hem gedane verzoek, deelde de redenen mede, die hem tot eene weigering hadden genoopt, en eindigde met de betuiging, dat hij zijnen leerlingen zoo nuttig mogelijk wenschte te zijn, maar ’t voor als nog niet geraden vond van ’t eenmaal bestaande af te wijken (1).

Intusschen hadden de gesprekken over ’t voorgevallene ons tot de overtuiging gebragt, dat we ’t in ’t belang der goede zaak, bij deze eerste demonstratie niet mogtenlaten blijven, en teregt oordeelende dat in zulke gevallen handelen beter is dan praten, besloten we tot eenen tweeden stap. Ons goed regt in dezen zullen we wel niet tegen enkele aanvallen behoeven te verdedigen; al had ons de ondervinding niet geleerd, hoe dringend noodzakelijk ook ten dezen opzigte verandering is, zijn namen als Mulder, Opzoomer, Macaulay enz. om niet meer te noemen o»« gewigtig genoeg.

Een ander adres werd opgesteld (we laten ’t als bijlage volgen), en door bijna alle in de stad aanwezige theologanten onderteekend, aan den minister gezonden, om bij de reeds lang verwachtte nieuwe wet op ’t hooger onderwijs in aanmerking te komen.

(1) We zouden gaarne vermelden , hoe zich dit tot nog toe in de lessen van den Hoogleeraar heeft geopenbaard; maar dit valt buiten ’t ons toegewezen tijdvak, en we mogen onzen opvolger t gras niet voor de voeten wegmaaien.