is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1857, 1857

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnen, die de wanden zijner kamer tooiden. Het weer was helder geworden; de zon bleek het met haar vrolijk schijnen regt ernstig te meenen; van uit zijn venster zag Joan de menigte uit de kerk huiswaarts spoeden. Eensklaps zoudt ge hem met een vast besluit hebben zien oprijzen : hij wil zich haasten om den dag op ’t buiten van zijn vader te gaan doorbrengen. Eeeds vele zondagen had men hem daar gezien.

Als ge den net onderhouden tuin van Eitmeesfer Walduin dienzelfden morgen waart binnengetreden, als ge dan die smaakvol aangelegde paden, die kostelijke rozen en dahlia’s eene pooze had bewonderd, zoudt ge al spoedig den Eitmeester zelven hebben opgemerkt, die zijn lievelingsoord met statige stappen doorwandelt, ’t Is de liefste bezigheid van den grijzen krijger. Naauw uit de naburige dorpskerk teruggekeerd, legde hij hoed en handschoenen ter zijde, om naar de bevoorregte pijp van meerschuim , en den versleten tuinpet te grijpen, waarmee hij zich haast zijne dahlia’s een bezoek te brengen. Mogten er dan soms onder zijn die uitgebloeid waren of teekenen van ouderdom toonden, ze werden terstond, naar des Eitmeester’s wijze van uitdrukking, door zijn zakmes op I nonaktiviteit” gesteld.

Terwijl hij zoo weer ijverig bezig is en over eene prachtige dubbele witte dahlia gebukt, eenige kleine onbeduidende vlakjes monstert, hooren we hem van tijd tot tijd een paar woorden prevelen :