is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1857, 1857

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, wist ge wat al drijfveeren er zijn, welke die strijders bezielen, wat al bedoelingen en belangens hun edelen ijver kenmerken 1 Wist ge wat handen die heilige bladeren openslaan, om daar voor eene vooraf gevestigde meening, zoo mogelijk voedsel te zoeken! Wist ge hoe de schoonste, de heiligste woorden uit’s Heiland’s mond, als welkom wapentuig worden opgegrepen, om eigen geliefkoosde stellingen en begrippen te verdedigen; ge zoudt mij begrijpen als ik u verzeker, dat er nog met meer woede kan gestreden worden, dan te midden van ’t gedonder der vijandelijke kanonnen!”

«Dezelfde drift voor denzelfden onzin, beste Joan!” merkte Kitmeester Walduin rustig glimlagchende aan, hoewel hij meer belang stelde in de vurige taal van zijn zoon dan hij uiterlijk toonde, «we zijn weder aan onze « Oude Geschiedenis.” Watje me daar pas gezegd hebt, kan je niet meenen. Als je waaraehtig zoo hevig te vechten hebt, vooruit dan, soldaten-kind! Maar een raad. Als je bij eene charge je sabel ontglipt, of je onhandige voet den stijgbeugel mist, sla dan niet op de vlucht. Je klaagt met een vloed vau uitgezóchte woorden, over vernietigde hoop, over verijdelde droomen, eenvoudig omdat je eerste aanval niet zóó slaagde als je wel goed gevonden hadt je voor te stellen! Maar laten wij elkander wel verstaan!” en des Ritmeesters stem klonk hier hartelijk maar ernstig vermanend tevens, «u ontbreekt zelfvertrouwen! Een paar alledaagsche zwarigheden doen u teleurgesteld terugdeinzen. Werk,