is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1858, 1858

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TE ROUAAN, 30 MEI 1431.

Verlaten van het volk, dat haar zoo zeer beminde,

Staat nu de maagd van Orleaus alleen.

Geen laat zich trouw in ’t doodsuur bij haar vinden;

Al haar bewond’raars vloden heen.

Verraders kan zij in haar regters slechts aanschouwen,

Verraders van hun grond en van haar moed;

Maar toch, zij zullen nog getuigen van haar trouwe.

Als zij voor ’t laatst haar Frankrijk groet.

Voorwaar een beter lot moest u beschoren wezen.

Heldin der fransche oorlogsmagt!

Die aan het hoofd uws volks het pad hun hebt gewezen.

Dat hen ter overwinning bragt.

Naauw hoordet gij te Domremy het loeijen

Van d’ opgestoken krijgsorkaan,

Of dad’lijk voeldet gij uw heldenmoed reeds groeijen,

En krachtig aangegord, verbrak uw arm de boeijen,

Door ’t vreemde volk uw broedren aangedaan.^