is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van ’terf gejaagd, daar hij kwam dwalen

En zoeken of hij Els ook zag.

Maar zon hij nu dan veilig staan ?

Och, blij hij ’t weerzien, zien zij beiden

Al wéér te veel elkaür slechts aan,

Niet denkend aan verraad; en scheiden

Wordt eens en nog eens uitgesteld;

Schoon vader voor al raast en scheldt,

Gereed reeds naar het dorp te rijden

Te kermis met zijn kind en vrouw :

„Waar of de meid toch zitten zou?

„ We moeten even nog bezijden

„ Het hnis eens kijken." Maar als hij

Nu Els ziet en den knaap er bij,

Blijft hij een oogenbUk staan turen.

En komt ook móeder naast hem staan

Om langs den hoek naar ’t paar te gluren

Eu aanstonds op hen los te gaan.

„Neen Els" (zoo hooren zij juist praten)

„Dat kan niet; ’k moet het dorp verlaten,

„En zien, wat ’k buiten winnen kan.

„ Mijn’ moeder zei me, voor zijn trouwen

„ Had vader , in zijn leven, van

„ Een kleintje ook wel wat over’houën,

„En had ook heel wat; maar zijn dood