is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1860, 1860

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beroepen, aanvaarde hij niet dan noode door Amsterdam aan Utrecht afgestaan den 156 en September van dat jaar het Hoogleeraarsambt aan onze Hoogeschool, met eene redevoering de tuenda colendaque Uh potissimum temporibus et in patria qua vivimus jurisprudentia. Huim tien jaren was hij ook hier met rusteloozen ijver werkzaam geweest, toen de dood op den t9den Maart dezes jaars de vele teedere en naauwe banden verbrak, die hem aan het leven hechtten.

Tweemalen was hij gedurende die tien jaren als feestredenaar voor de Utreehtsche Hoogeschool opgetreden; de eerste maal op den 6<len April 1856 , toen hij het Academisch Eectoraat aan zijn opvolger met eene Oratio de officia juris interpretis et legislatoris in patria nortra-, de tweede maal op den 26stcnMaart 1857 , toen hij in plaats van den door ziekte verhinderden , thans ook reeds overleden Hoogleeraar Visscher optrad, met eene rede de societate commendataria, quae dicitur, aliis legibus regunda in tiostra patria atque in Francia.

Gedurende zijn verblijf te ütreeht verschenen van zijne hand drie stukken van eene Handleiding tot de beoefening van het burgerlijk regt in Nederland; een werk dat geheel de uitdrukking bevatte der door hem gevolgde methode, en dat door alle bevoegde beoordeelaars als voortreffelijk wordt geschat. Te wenschen ware het, dat een bekwame pen zich met de voortzetting en yoltooijing van den afgebroken arbeid belastte.