is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1860, 1860

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oratie het eenlge was dat hij , die liever als leeraar dan als schrijver optrad , gedurende zijn verblijf te Franeker uitgaf.

In 1831 kwam hy naar om den leerstoel van Paeeau in te nemen, die wegens zijne jaren emeritus geworden was. Moeijelijk viel hem de scheiding van zijne leerlingen, ambtgenooten en vrienden, die hij achterliet ; niet zonder opzien trad hij zijn nieuwen ruimeren loopbaan in aan dezelfde hoogeschool, waar hij Eau had gehoord, wiens taak hij nu andermaal en voor goed zou opvatten, waar hij zijnen hooggeachten leermeester VAN Heosden wedervond, wiens ambtgenoot hij zou worden. Den 16 Junij 1881 hield hij zijne inwijdingsrede : de aetate nostra adprovelienda literarum orientalium studia quam nmsdme apta, waarin hij op de uitgebreide hulpmiddelen wees, die deze tijd voor de beoefening vooral der Hebreeuwsohe taal bood. Naar waarheid mogt hij te dier gelegenheid getuigen ; Q,uot Eranequerae eoliegas tot ibi reliqui amicos, en van zijne leerlingen , dat hij met hen steeds jueunde eonjuneteque had geleefd en verkeerd. Habui, zeide hij, Franequerae illarum literarum studiosos exeellentes prorsus, quibuscum ut amieus et familiaris cum amicis et familiaribus vivere solebam. Quidni tandem eum ratione sperem, “in hae me Academia pariter inter vos naeturum probatissimos studiorum socios simul et amieos ? Als die wensch niet zou vervuld worden, zou het zeker niet zijn omdat Ghoenë-IVOUD niet alles deed wat hij vermogt om zich de liefde