is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik ken n, waar uw stem de hardste harten kneedde

Ik ken u, waar uw blik het ijzer smolt als was;

Of waar gij door een cnklcn oogwenk bragt den vrede ,

Of waar uw tooverwoord het zwaarste leed genas.

Uw dochter is de deugd, haar bruidschat, vrijheid, vrede,

Haar kroon is onschuld , mild en zacht is haar gebod ,

Zij is ’t, die ons op aard verzoent met al het wreede,

Zij is’t, die ons ook hier verlangen doet naar God.

He liefde is vredebod , waar zij zich aan komt melden ~.

He vuige baatzucht valt, de bleeke nijd snelt heen;

He drom van duiv’len vlugt, die immer ’tmenschdom kwelden

En heel hun priesterschaar ijlt op haar magtwoord heen.

Mij dunkt een reine ziel, een hand, die houdt van daden,

Mij dunkt een oog vol gloed , dat zachtheid rond zich spreidt,

Hat zegeningen strooit op onze levenspaden

Hat moet de tempel zijn, ter harer eer gewijd.

Haal, liefde! neer in mij, verkwik mij met uw zegen,

Verblijd mij met uw stem, ontvonk mij door uw’ gloed,

Wees mij ten Engel, leid mij voort op goede wegen

En geef me een liefdrijk hart, dat uwe deugden voedt.

7 Nov. 61.

K. B.