is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len, om de uitlegging tegeiis de tegenwerpingen der Professoren te verdedigen? Dat is geen werk. Hij heeft maar vier woorden van buiten te leeren: Nego Majorem, Nego MinoremP

Naar aanleiding der vertoogen van den Speetator, die een middeltje meende gevonden te hebben, om een einde te maken aan de laakbare levenswijze der studenten, door hen een soort van gouverneur naar de academie mede te geven, zegt scheltema ten slotte: „Voorheen waren de studenten nog boven, ja somtijds, met name te Legden en Franeker boven de wet en alleen aan eenen buitengewonen regter onderworpen, die vaderlijk straffen zoude: v. effen schreef toen met reden dat baldadige euvelmoed onafscheidelijk scheen van studenten-leven.”

Mij dunkt, sprak ik tot mijne goddelijke bezoekster, dat de schrijver te regt zijn opstel betitelde: Mogt J. V. Effen eens opzien en den tegenwoordigen staat onzer academiën gadeslaan! en ik geloof dat ik het met mijnen tijd van den uwen win.”

Onjuist, antwoordde Minerva met een zegevierend glimlachje: de Spectator behoort immers niet tot het te bespreken tijdvak

Gedeeltelijk i) wei, hernam ik, doch als dat een bezwaar tegen de deugdelijkheid mijner argumenten is.

1) De eerste uitgave verscheen naamloos in 1731 , de tweede met schrijvers naam in 1756.