is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zie en verstom. Thor de god des onweders der reiniging en van het praktische nut is in aantogt.” Op eens veranderde het visioen. En ik zag op een’ der tinnen van den burg, het meest naar de brug die toegang verleende tot de regio Ultrajectina, drie mannen en voETius zeide : „Zie! dit zijn de mannen van volharding, van ware wetenschappelijke ontwikkeling, van genialiteit bij uitnemendheid, dat zij mijn troetelkind schutten tegen den verschrikkelijken aanval van den god der reiniging, die zeer verbolgen is op zijne stervelingen, omdat zij in onreinheid hebben geleefd, en zoolang in nietigheid tegen hem, den groeten god, hebben gekuipt. Zij, Minerva , gaf waardige strijders voor dezen burg. Velen daarbinnen, en deze drie mannen op de voorste tinne. Zie I” zeide voetids verder , „al deze mannen voorwaar ! hen bezielt geen gilden-geest. De godin heeft getracht deze veste door mannen te doen bewaken die den dondergod waardig zijn. Met de lauweren bekranst, die door het knielend Europa op hunne hoofden geworpen zijn, en met het zwaard der wetenschap en van hun’ roem gewapend , zullen zij strijden tegen hunnen achtbaren vijand, op dat gebied, waar dagelijks zóózeer voor vrijheid van denken wordt gekampt. Zie I zij gaf deze drie mannen en velen daarenboven. Daar binnen zijn de strijders die zij mij heeft toegevoegd tot bewakinge van de poorte.” En ik zag weder vele booten op het water, maar weinig’ mannen met driekante hoeden. Hun costuura was eenigzins ver-