is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1865, 1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo vaak getart. De stroom is gestremd, het water versteend en gestorven, en hoog klopt de borst van den jongeling, als hij daar zweeft, waar vroeger de loonie golf hem bespotte.

Maar dat genot is kortstondig, het nieuwe verliest dra zijn glans, en aanstonds haakt hij er naar dat de golf zich weer wentele en hij moge spelevaren onder de schaduw der afhangende wilgen, dat hij drijve langs den vliet als de avondzon de kim kleurt en het water doet blozen.

Maarom natuur zijt gij niet het getrouwe beeld van het menschelijk leven? Uw schoon verwisselt, ’t is waar, het vergaat, maar om elke keer des te schoener herboren te worden, een eeuwige jeugd doorstroomt uwe aderen. En wij, arme stervelingen, als de kortstondige lente voorbij is gesneld, dan volgt er een zomer van onevenredigen duur, slechts de herfst gaat langzaam, een herfst die zijn buijen reeds door de zomerhitte had gemengd; soms volgt nog de winter, maar de lente, zij keert nimmer weer. Heerlijke lente, daarom denk ik nog’eens, nog dikwijls aan u!

Ja, ik leef nog eens te midden van u, dagen van genieten. van vreezen en hopen, van idealen en illusies, altegader dagbloemen of bloesem waarvan zich de vrucht nooit heeft gezet. Nog eens wil ik dwalen langs luchtkasteelen toen gesticht, nog eens den arm in dien des vriends geslagen en gesproken