is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1866, 1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liggen in do wijze van behandeling welke de Hoogleeraar den ouden schrijvers doet ondergaan. Immers, wel verre van, zooals hij in zijne openingsrede verklaarde te zullen doen, bij de taalkundige kritiek, ook op de aestbetische waarde hunner werken te wijzen, heeft hij zich, zoo klaagt men, indien niet geheel, dan toch nagenoeg uitsluitend, juist mèt die kritiek bezig gehouden. Deze grieve evenwel komt ons, wel is waar niet ten eenenmale ongegrond, maar toch wel wat misplaatst voor. Niet ten eenenmale ongegrond is zij, als men let op de menigte aanhalingen, welke de Hoogleeraar gewoon is zoo rad te dicteeren, dat slechts enkelen eene pen bezitten, vaardig genoeg om niet voor dien spoed te bezwijken, en welke, zoo ze al kunnen worden opgeteekend, door hare talrijkheid en verscheidenheid u geheel en al de hoop benemen van ze ooit te kunnen naslaan, zoodat ge in vertwijfeling alle gedachte aan dat Sisyphuswerk opgeeft. Er is méér: die stortvloed van citaten ware noch door te komen, als hij zich niet in alle richtingen verspreidde on zich in zoovele takken verdeelde, dat dikwerf de hoofdstroom volstrekt niet meer te herkennen is. Zoo herinneren wij ons dat de Prof., sprekende van den abacus, na het mededeelen van eene uitvoerige prijslijst, waaruit de kostbaarheid van een dergelijk meubel inderdaad ten klaarste bleek, uitweidde over de verschillende vormen en grondstoften van den voet, het blad, enz., om zeer geleidelijk te komen tot de onderscheidene soorten van