is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1866, 1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook zooveel mogelijk vrij spel gelaten; met kalmte kan ik op dien heerlijken tijd terugzien; in ’t eerste jaar braaf pret gemaakt en overal de honig uitgesnoept, in ’t tweede onverslijtbare vriendschapsbanden aangeknoopt, in ’t derde de wetenschap loeren liefhebben om de wetenschap, en in ’t vierde een eigen oordeel gevormd; waar is de tijd gebleven, lieve Hemel! over een jaar al klaar zijn, bah! ik wou er nog wel eenige jaartjes bijknoopen; een jaar vliegt wel een beetje gaauw om, vind ik.

—ls ’t de waschvrouw, die daar haar vrolijk gezigtje weer komt vertoonen? Welja, maak maar weer complimenten over hare helderheid; ziet ge dan die gaten niet in je borstrok? die had ze wel toe kunnen stoppen meteen. Wat gaten? ze ziet er veel te aardig uit, dan dat ze zoo slordig zou zijn: ik zie geen gaten, ’t is alles uitstekend : jij doet zulke ongeregtigheden niet, niet waar grietje? hoor eens even hier, je hebt toch zoo’n haast niet. Maar grietje heeft van daag wel degelijk haast: ze moet nog zooveel afloopen. Vooruit dan maar.

’t Wordt nu zoo zoetjes aan tijd om naar de sociëteit te gaan, opgemarcheerd dus! Ik verlies een partij billard en voeg mij vervolgens bij ’t gezellige cirkeltje om den kagchel, tracteer mijzelven op een fijne cigaar en een glas madeira en verdiep mij in ’t nieuws van den dag. Ik zal goed eten van middag, denk ik, over mijn appetijt kan ik dan ook niet klagen; een Hink gestel heb ik, als ik de serie van bestaande