is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den nu weder normalen Frits hoorbaar, als hij naar het raam aan de overzijde keek; vooral toen hij bemerkte , dat Louize zich volstrekt niet meer vertoonde ; ook durfde hij, na hetgeen voorgevallen was, geene ontdekkingsreis met den spiegel te doen, en dus zat hij wanhopig, met de handen in het haar, en dacht er aan zich uit zijn venster op te hangen, om haar zoo zijn berouw te toonen, tot welken stap hij echter niet kwam, uit vrees dat liet touw zou breken, en hij dus zonder zijn doel te bereiken, door eenen val op straat een arm of been zoude breken. Gedurende 14 dagen droeg hij den last van den toorn der schoone, gedurende 14 dagen kreeg hij geen schijntje van haar te zien, werd hij niet met eenen enkelen blik verwaardigd.

Maar het zou onvrouwelijk geweest zijn altijd vertooi’ud te blijven op een’berouwhebbcnden zondaar, en tiaar Louise vrouwelijk en zacht was, vergaf zij dan ook ten laatste. Zij kon toch beter van uit hare kamer, die niet zoo licht was als die van Frits, in de zijne zien, dan hij in de hare, en dus merkte zij zeer wel op, dat Frits veel bescheidener geworden was, en dat zijne zoo onpassende en voor haar onaangename vermetelheid hem berouwde. Toen zij nu na verloop van 14 dagen daarbij nog bevond, dat Frits niet wel was, verscheen zij weder eens aan het raam.

Deze, die dit als een teeken van partlon beschouwde, werd nu weder stoutmoediger, trad met zijn meilicijnlleschje in de hand naar voren, wees haar daarop, en zocht door allerlei ligchaams- en gelaatsverwringingen