Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of penoingh heeft genoten ofte aen hem is verantwoort: soodat de supplianten niet sonder fondament meijnen, dat die penningen noch sijn onder die persoenen die deselve goederen . . ■, als lasthebbende van den abt, hebben verpacht.

„Dan, tsij daermede soo bet wil” {enz. die zaal kan HUN niet aangerekend worden, enz.')

Uit brieven van 1656 – toen de proostdij reeds door de Staten van Holl. en Westvr. aan Samuel de Marez verkocht was blijkt voorts, dat de erfgenamen van den beer van Wimmenum, met de gunstige resolutie van 21 Sept. 1643 bekend en daarom beducht dat de abt van Berne ben zou dwingen, bet buis van M. dat men geheel bad laten vervallen —■ met de vogelkooi, den verwaarloosden boomgaard enz. te herstellen, in December van hetzelfde jaar eene overeenkomst met den abt sloten, waarbij zij de proostdij c. a. afstonden en van den abt de verzekering kregen, nimmer om deze zaak door de abdij vervolgd te zullen worden. Dit alles geschiedde door bemiddeling van den trouwen agent Dirk van Noordingen in den Haag, die ook kort daarna de proostdij voor 9 jaar in ammodiatie gaf aan zekeren Abraham lacq, die bet „voorscr. buijs ende de gebeele geruïneerde ende ontramponeerde partije” zou in orde brengen. Maar, daar kort daarop Dirk van Noordingen overleed, kreeg in zijne plaats procuratie van den abt de protestant Willem Tl., in den Haag, die met zijn broeder Matthias wel scboone brieven kon schrijven, vol van heerlijke vooruitzichten voor de abdij, maar bet vertrouwen niet verdiende dat hem geschonken werd. Het was al voeden met ijdele hope. De gebroeders

Sluiten