Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sacerdos saecularis, qui jam fere per viginti annos libellis ihfamibus optimos missionarios infestat, Vicarios et Nuntios Ap“® calumniatur, imo nee purpuratis Patribua nee ipso SS“« Dno parelt. Non inutile foret ad obstruendum os loquentis iniqtia, si Gratia Festra illum ad se evocaret.

2“®. Est P. Joseph van der Steen, Oarmelita diseaeeatus, qui bie genio indulgens vaeat ab omni eeelesiastiea funetione. Vrgendus ejus provincialis, ut ejus revocationi urgentius instet.

3"®. Hendericus Jansenboy, Dominieanus, qui mihi et suis superioribus inobediens elaustrum et eareerem aversatur, vivit bie uni mulieri. Si , censuris per suos revocatie, ad reditum urgeretur, forsan prodesset, si non ad illum reducendum, certe ad ejiciendum ex aedihus praedictae mulieris, Hi tres in urbe aut prope urbem Ultrajeetinam eommorantur..

4“®. Pater Gent est ille Minorita prope Verdam habitans, de quo ita seripsi: utinam illum ita religiosa modestia ae eloquentia commendaret. De Ulo quid

spoedig «utpote androgynus» onmogelijk gebleken en daarom omstreeks 1642 door Rovenius ontslagen. Van toen af wist hij niets beters te doen dan smaad.schriften in het licht te geven tegen zijne geestelijke overheden, met name tegen Abraham van Brienen, op wien hij bijzonder geheten was. Te vergeefs legden dezen, daarin gesteund door den Nuncius en de Congregatie, hem het zwijgen op. Hij bleef aanhoudend aanklachten naar Rome lanceeren, vooral tegen de verschillende «Meditatiën», door van Brienen onder den pseudoniem «van der Matt» uitgegeven ; maar nimmer werd hij met eenig antwoord verwaardigd. Dergelijke aanklachten, aan den Index gericht, zoowel gedrukte als geschrevene de laatste van 27 Juni 1672 bevinden zich haast hij dozijnen in het archief der Propaganda. Zijn adres was: «Aan Sihylla Dimmerhroecks, over ’tPaushuys an de Nieuwe Graft tot Uytrecht.»

Sluiten