Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van lijff ende guidt; want schepen en Eaidt willen ernstlick daer na doen vragen, dair zich een ieder nae mach weten te richten.”

Wederom krijgen wij eene gaping in de rekeningen van af den Augustus tot den October 1575. Daarna lezen wij: „Exposita per me fratrem Mathiam a Zutphania suppriorem, post ohitum honorandi prioris patris Joannes Woestynck et procuratoris Henrici de Amsterdamis.” Gelijk weder uit de rekeningen blijkt, had de pestziekte die offers geeischt en hadden de conventualen een woonplaats in de stad gezocht. In November had de priorskeuze plaats. Nog in die zelfde maand reisde pater Lubbertus met den verkiezings-brief naar den prior van Leeuwarden, Henricus van Tongeren wien de provinciaal de bevestiging der keuze had opgedragen. Petrus de Busco was tot prior gekozen.

Blijkens de regeda stond de generaal der orde hem in 1573 toe, te Leuven of te Keulen den graad van bacalaureus te behalen. Nadat hij in het volgende jaar dien graad had verkregen, benoemde hem de generaal tot zijn visitator en commissaris over de hollandsche, geldersche en friesche kloosters.

Tijdens het prioraat van Petrus de Busco was ook de rotterdamsche prior Petrus Cruyswijck, als prediker te Zwolle werkzaam. In 1572 uit zijn klooster te Rotterdam verbannen werd hij in 1574 door de Busco tot prior te ’sHage benoemd. Na ongeveer twee jaren die waardigheid te hebhen bekleed, kwam hij omstreeks September 1576 te Zwolle, waar hij op den feestdag van Sint-Michiel de feest-predikatie hield. Meermalen predikte hij in de kloosterkerk, alsook te Kampen en Kuinderen. In Juli van het volgende jaar ontving hij van den procurator voor reisgeld een „Koninchsdaeler”

Sluiten