Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich noemde, en wellicht nog in 1468, kan men slechts iets gissen, meer niet.

Voorts wordt aan Arnt Ywijn de proostdij gegeven „na dode des voirscreven heer Peters.” Of het evenwel zóó geschied is, is twijfelachtig. In een stuk van 17 Mei 1477 wordt Arnt Ywijn uitdrukkelijk proost va?» M. genoemd. Wellicht is Petrus van Hemert de eigenlijke proost gebleven tot zijn dood (1482), ofschoon hij niet te Maarsbergen verbleef.

N«. 23.

Onder dit nummer vatten wig vier stukken samen, en teekenen slechts den hoofdzakeligken inhoud op.

1491, 15 April. Heer Johan Spyrinck van Aelborch, canoniek van sunt Augustyns eerde (sic) ten Beerne ende proest tot Mersbergen, wordt geerfd aen dat guet tot Wakenenge {elders Valkenenge meestal genoemd), alsoe als dat van auts gelegen is in den kerspel van Doem, in den gerichte van Derthese, dair boven naist gelant syn die gemalen van Derthese, ende noordwert Willems pale van Rumeler, ende beneden die proestye van Meersbergen, wesende een tynsguet myns genedigen heren tot Amerongen, tot behoeff der proestdye voirscreven. De brief is gegeven door Johan Wychers, rentmeister, hofmeister ende tynsmeister myns genedigen heren synre genade lants van Utrecht.

Naar het oorspr.

1499, Saterd. nae sinte Victoers dach. Schepenbr. van Amersoeyen, waarin heer Jan Spyerinck, proest tot Meersberch, koopt tyen scaren weyen, gelegen in Welre Wert, van joffrou Katelyn, weduwe Jans van Hellu, voer 50 pont gever pennige. ln dorso: Van

Sluiten