Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI merghen lants liggende onder Ammeroyen, que emit pro cow'iQ'n.tu Aomiwi& Johannes Spyrynck ad usum mowasterii Naar het oorscr.

Naar het oorspr.

1513. In eene declaratie van 22 Aug. vandatjaar, nopens de verwoestingen door de Gelderschen gepleegd, wordt ten aanzien van Meersbergen het volgende gezegd: Affirmeren noch die voirscreven Jan (Qysbertszen) ende Jan (Quyryns zoon) by hoiren ede, dat sy hebben hoiren segghen dattie proestte van Mersberch uutgeslagen is geweest, drie malen verdingt, ende die proest metten latten gevangen is geweest [gedrag]ende tsamen 700 philipsguldens. Naar oorspr.

1516 en volgg. In eene rekening staat aldus: Dominus et frater Appollonius recepit preposituram in Mersberghe» a domino abbate, tali coMditione adjecta, quod preter censum et redditus vitales solvi solitos adhuc solveret domino abbati awnue ducentos flor. monete Trajecten«2s. Iste sunt pecunie solute pro &nno XVF, cesse in die s. Martini et aliis futuris annis. De rekening loopt tot 1519.

N«. 24

Berne, 19 en 20 Juni 1538

Wichman van Harderwijck wordt gezel van den proost Appollonius Otters van Emmerik, om hem na diens overlijden op te volgen. Doch dit schijnt geen gevolg gehad te hebben. Zie boven deel XVIII, biz. 124.

Verhort.

Condt onde kenlick sij een yegelick, dat ick Wichman van Herderwijck, religioes tot Beern, geloeft

Sluiten