Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezetting zes van Kennenbergs vendelen, „pontificiis sacris addictae” zoo als de fijne pen van Revius schrijft, „want men wonde daar niet in hebben dan van de Catholicke(n)”. (Aldus Fresinga bij Dumbar, Analecta, 111 bl. 129). Maar klacht volgde op klacht en hield aan, totdat de stadhouder zijne vendelen deed uittrekken en Deventer in bewaring liet aan acht vendelen, uit de burgerij geworven, staande onder hopmannen uit den raad gekozen.

Intusschen was de Unie van Utrecht gesloten „cette ligue pour I’introduction de la Réforme” gelijk Mr. Groen van Prinsterer haar noemt. Deventer wil van die „ligue” niets weten (Moonen Chronyke van Deventer bl. 122) ; doch er woelen krachten die zich straks zullen doen gelden. Op Maandag 14 Septemb. 1579 treden deze als ter oefening voor de eerste maal in het krijt: tegen den avond van dien dag vallen de Nieuwsgezinden in de Lieve-Vrouwenkerk, brengen hunnen predikant daar binnen en houden er hun avondgebed , doch zonder eenige vernieling aan te richten.

Ten antwoord daarop volgt des anderen daags een scherpe verordening van den Raad, die dergelijke aanslagen verbiedt en, ter wegneming van alle voorwendsel, aankondigt dat in de Broerenkerk ten dienste der Uieuwsgezinden hangzolders zullen worden aangebracht. Voor de uitvoering van dit laatste .zal de tijd wel hebben ontbroken. Want ofschoon die van de Nieuwe Leer op Zondag 4 Getob, nog geen andere kerk hadden dan die van de Minnebroeders, waar zij toen voor de eerste keer hun plechtig Avondmaal vierden, acht dagen later zou dit niet meer zoo zijn. Zie hier het smeekschrift dat zij bij den stadhouder indienden en het antwoord dat zij ontvingen, alsmede de gevolgen ervan:

Sluiten