is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1892, 1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29. In de „Nomina abbatum” wordt gezegd: „Anno 1467, ipso Oonceptionis Mariae, dominus Johannes obilt, et Anthonius van der Plancken eligitur.” Men verstaat dit o. i. te strikt, als men bet neemt voor:

Gekozen of aangesteld. Afgetreden. Overleden. 29. AnthostusvandebPlancken. 30. Theodebicus Pels Dec. 1167 18 Oct. 1487 (1488?) 13 Oct. 1487 alibi 14 Oct. 1488 31. Jacob Daelde 22 AprU 1500 6 Maart 1513 32. Hekman van Rossttm .... 10 Maart 1513 2 Jan. 1529 vennoedelijk kort daarna. 33. Henkicits de Voirdt 2 Jan. 1529 29Jan.1529en (2'*“resignatio) 6 Juni 1531 7 (10) Nov. 1569?

„eodem die 8 Dec. eligitur.” Wij schreven daarom liever: Dec. 1467.

Zekere naamlijst (beneden sub 33 nader aangeduid), welke met den abt Anthonius van der Plancken aanvangt, geeft te lezen: „Obiit anno 1487, die decima tertia Octobris.”

30. Eoovers schreef verkeerdelijk Pol s. Ygl. Dl. XV, blz. 241.

31. Men schreef ook: Daelt, Daildt, Dalt, soms met de bijvoeging de Embrica. Hij was pastoor geweest in Gangelt.

33. Wij schreven dezen naam, gelijk hij voorkomt in een oorspronkelijk stuk van 6 Juni 1531 (secunda resignatio). Hier blijkt ook, dat hij niet alleen de confirmatie, maar ook de abtelijke wijding had ontvangen. Zie voorts Dl. XV, blz. 241—242, waar Eoovers hem Henricus de Gravia noemt. In het